Dans en heb lief alsof het 1996 is…

~Lowlands 2013 in elf stukskes~

1.
“En wat doen jullie hier?” vraagt een jongen die een sigaretje komt bietsen, we zitten in de Press/Guest die gevestigd is in de prachtige Barn van Amaro. De jongen wijst naar onze artist-bandjes.
“Ik zat in één van die pakken bij Empire of the sun,” zegt Lisanne zonder met haar ogen te knipperen. “En jij?”
“Ik ben de zoon van een bekende Nederlander,” zegt de jongen. Hij haalt zijn schouders op. Hij kijkt een beetje sip.
Ik geef hem een sigaret en klop hem op de rug.

2.
De eerste nacht dansten we bij P de DJ. Ik ben een ouwe taart en d’n Lee en ik waren met de Volkswagen 3 camper van Enkie, dus ik dacht dat ik rond middernacht wel naar de sponde zou vertrekken. Maar pas rond vijf uur liepen Lee en ik giechelend naar de camping die het verste van alles aflag. Je staat alweer bijna op de dijk als je bij onze slaapplek aankwam.
campercamping.jpg
Vijfentwintig minuten grinnikten we wandelend naar huis (en nee heus niet omdat ik naast Maus had staan blowen, hoor moeder). Op de campercaming was het stil. Heel stil.
“Ik hoor ergens een klok tikken, Lee. Ik hoor gewoon een klok!”
Ondertussen probeerde ik de koelkast aan te steken met een vonker die klonk als een pistool in al die stilte. (De koelkast loopt op gas. Don’t ask.) Daarvoor was ik de camper uitgevallen. Niemand had het gezien. Iedereen op de hele camping sliep.
Eenmaal in bed kwebbelde ik door.
“Wat is het toch stil. Ik kan het gewoon niet geloven. Het is hier stiller dan thuis.”
“Nou, hou dan gódverdomme ook eens een keer je bek dicht!” riep Lee.

3.
“Wat heb je allemaal gezien dan?” vraagt P de DJ aan de telefoon.
Het is even stil.
“Hanneke?” vraagt P.
“Ik heb eigenlijk alleen maar lopen ouwehoeren,” zeg ik.
Ik schaam me een beetje.
Ik zag wel Elfie Tromp, Marten Mantel, Daughter en Haim.
Misschien was dat wel genoeg.
“Je hebt me vrijdagnacht alleen maar hartjes gesmst, vanaf een uur of drie.”
“Ik heb gedanst alsof het 1996 was,” zei ik.
Vroeger hoefde ik niet te hardlopen, toen stond ik drie keer in de week op de dansvloer.
Elk hartje was gemeend.
Ik heb ze geteld. Het waren er achtenveertig.

4.
Ik moest de eerste dag optreden voor de Wintertuin in de Titty Twister.
Ik zou eigenlijk niet naar Lowlands gaan dit jaar. Ik ben sinds vorig jaar festivalmoe.
Dacht ik.

5.
“Iedereen leek deze Lowlands zo gelukkig. Ik zag alleen maar blije mensen de hele dag. Zelfs met de regen. Iedereen gelukkig. Dat is toch raar?”

6.
“Er heeft dus vorig jaar iemand drieduizend euro opgehaald met bekers oprapen,” zegt Nine. “DRIEDUIZEND!”
“Waar heb je dat vandaan?”
“Dat staat in het krantje. Dat zijn dus 11.500 bekers!”
We lezen het stukje in het krantje dat op de tafel naast ons ligt.
“Hoe weet je nou dat het 11.500 bekers zijn? Dat staat er helemaal niet bij.”
“Dat heb ik uitgerekend.”
“Waar had je in godsnaam de tijd en zin omdat uit te rekenen?”
“Noah & The Whale.”
“Fair enough,” zegt er iemand.

6.
Ik kwam mijn beste vriend van de middelbare school tegen. Ik had hem al zeker tien jaar niet meer gezien. Gister stuurde hij mij een foto die een vriendin per ongeluk net op dat moment had gemaakt.
Hoezee!

7.
“Laten we nog een nachtje blijven,” zegt Lee op zondag.
Ik maak een huppeltje van blijdschap.
“Maar we gaan wel vroeg naar bed,” zeg ik.
Lee knikt.

8.
In de India worden alleen maar alternatieve hits uit de jaren negentig gedraaid.
“Willen jullie nog een oma-vertelt?” vraag ik bij elk nummer.
Of er nu geknikt wordt of niet: ik vertel.
“Maar zo oud ben je toch nog niet?” vraagt er iemand.
“Je bent zo oud als je je voelt,” zeg ik.
We dansen op Hobohumpingslobobabe.
“En ik heb een vermoeide ziel,” voeg ik eraan toe.
Bier spat in de rondte. We dansen alsof het 1996 is.

9.
Om half zeven lopen we naar huis. Het is al licht, vogels fluiten en er zijn al mensen hun camper aan het inpakken. Doodmoe val ik in bed, mijn tenen rollen los in mijn schoenen en alle tien berg ik ze op in het camperkastje boven ons hoofd. Handig.
Met de Jelinek-app rekenen we uit hoe lang we moeten slapen om te mogen rijden. De zon schijnt door de geblokte ruitjes van de camper, en dan gaat het regenen. Ik val als een blok in slaap.

10.
In regenlaarzen rij ik ons naar huis.
vw3.jpg
Vanaf nu ben ik definitief festivalmoe.
Melancholisch, tevree en blij. Maar moe. Móé!
Volgend jaar hopelijk weer.

De verjaardag van Nelis

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik op dit blog een kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
Niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

En op de allerlaatste dag dat er gestemd kan worden, als afsluiter dus, een verhaal van Nelis de Wit: zanger, dokter en fijn mens in het algemeen. Wat wil een mens nog meer? Ik zeg: niets.
Continue reading…