In NRC Next

Met kloppend hart opende ik gisteren NRC Next, aangezien ik altijd depressief word als ik mezelf op een foto zie (ik zeg tegenwoordig dat ik fotografische body dysmorphia heb) en er nogal een grote foto bij het interview (door Anne Dohmen) zou komen.
Gelukkig viel het me mee, voor mijn doen dan.
Blij mee!
(De geweldige Roger Cremers fotografeert ook veel oorlogen, waarschijnlijk heeft het daar wat mee te maken.)

Ik heb met Paint twee foto’s in elkaar geschroefd, omdat de scanner mijn kreukelige krant niet begreep.
Superhanding.
Roeien met de riemen die we hebben, zalkmaarzeggen.

zx.jpg

Hieronder kunt u doorklikken!

voorpagina.jpg
Klik!

Ontbijt

Het mannetje naast me is klein, grijs en heel mager en hij draagt een te grote broek en een bloes van dunne spijkerstof. Het is druk in de trein. Druk en warm. De mouw van het mannetje strijkt steeds langs mijn bovenarm. Hij kijkt steeds met een zuinig mondje uit het raam, tenminste: dat doet hij als ik stiekem naar hem kijk. Zijn dunne witte handjes liggen in zijn schoot, sereen, alsof er een onzichtbare bijbel onder ligt. Hij doet me denken aan het mannetje dat vroeger in de bioscoop werkte, het mannetje dat er werkelijk altijd was als we naar de film gingen. Hij had ook een bijna doorschijnende huid. Mijn huisgenoot en ik verdachten hem ervan dat hij achter de balie van de bioscoop woonde. Dat hij iedere nacht een slaapzakje achter de balie uitrolde en een wekker opdraaide en dan ’s ochtends, als de wekker ging, de slaapzak weer oprolde, zijn gezicht waste in de spoelbak en dan een bakje popcorn met sinas als ontbijt at. Dan stelde ik me voor dat hij voor zich uit staarde terwijl hij zijn ontbijt at en keek naar de posters met de filmsterren erop en dat hij dan fantaseerde over iemand die cornflakes voor hem kocht en die ’s ochtends voor hem klaar zou zetten.
Soms gaat het mannetje naast me verzitten en dan leunt hij zachtjes tegen me aan. Misschien reist hij wel alleen in drukke treinen om zo wat lichamelijk contact te krijgen. Misschien is hij wel heel eenzaam.
Nadat de bioscoop failliet was gegaan, zag ik het meneertje van de bioscoop een keer in de bus voorbij rijden. Hij keek uit het raam, een beetje omhoog. Naar de huizen, naar de bomen. Ik wilde zwaaien. Ik vroeg me af hoe het met hem ging, nu hij niet meer achter de balie van de bioscoop woonde. Zonder de posters, zonder de popcorn en de mensen die iedere avond bij hem op bezoek kwamen.
Dan kijkt het mannetje naast me op zijn horloge, zet zijn tas op zijn schoot en haalt er een knisperend boterhamzakje uit, met daarin een boterham met speculaas. De korsten zijn eraf gesneden en de ene boterham is wit en de andere is tarvo. Hij smakt zachtjes als hij eet. Mechanisch eet hij de boterham.
De boterham ziet eruit als een boterham die je voor iemand anders smeert. Met liefde en aandacht. Door iemand die het zakje tegen zich aan heeft gedrukt, om de lucht eruit te duwen om het vervolgens dicht te knopen.
Als het mannetje is uitgestapt eet ik noten die ik kocht op het station, van een jongen achter een balie, die ik haastig in mijn tas propte terwijl ik moest rennen voor de trein.
Ik ben op weg naar een uitvaart.
Het is vreemde dag, lieve mensen. Het is een vreemde dag.

Jnnk was jarig

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Vandaag een stukje van degene van wie ik ook dit weblog kreeg. Ach! Hoe lang is dat wel niet geleden? *puft aan pijp*
Nou ja, zolang dus.
Het beste kado ooit, al mag ik dat van Jnnk na al die jaren niet meer zo vaak zeggen. Maar het is wel zo.
Fijn heur!


Continue reading…

Boursin en frikandellen

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Vroeger, toen we allemaal nog fanatiek blogden om onze sociale mediaverslaving avant la lettre van informatie te voorzien, was het sport om je identiteit verborgen te houden. Ik hoorde een keer van een bevriende barvrouw die in een andere kroeg werkte, dat op een dinsdag een viezige meneer aan de bar “zo, dus jij bent het meisje dat op dinsdag het bier schenkt” tegen haar had gemompeld.
Nu goed.
Vroeger.
Ik was nog gewoon Het meisje dat op dinsdag het bier schenkt en Alex van der Hulst was nog gewoon Zwar. En we blogden, lazen elkaars blog en op een dag stelde de Pastinaak ons aan elkaar voor. Honderd jaar geleden. En de rest is geschiedenis.
Vandaag een verhaal van Zwar op HMDODHBS.
Het moet nie’ gekker worden.


Continue reading…

Helemaal niet jarig

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

En als ik iemand hoog heb zitten, is het wel Lucas de Waard, qua pen en qua humor en van zulks. Samen met Nasja Covers en Dirk van Pelt besloten we op een dag dat we onze zachte G niet alleen maar als charmant gebbetje waar anderen grapjes over konden maken moesten zien, maar ook gewoon konden inzetten als… als… Nou ja, als goede eigenschap. Als superkracht.
Een collectief was geboren!
Maar zoals het met alle collectieven vergaat: uiteindelijk zit je toch gewoon het liefste in de kroeg te ouwehoeren over ‘t leven, en schrijven, en zaken.
(Zo ook afgelopen zondag. “Wat hebben jullie eigenlijk voor nieuwe plannen gemaakt?” vroeg d’n D, toen we ‘s nachts de tanden stonden te poetsen. “Euh, niks eigenlijk,” zei ik. “We hebben grapjes gemaakt. En zo. En alles.”)
Hoe dan ook.
De Waard schreef een kortverhaal.


white_square.jpg

***

white_square.jpg

Helemaal niet jarig

‘Ik ben helemaal niet jarig.’
Ik open mijn ogen. Naast me in het kruidenbad zit een vrouw die er net nog niet was. Ze is groot en en wit en ze kijkt me aan met een blik die hoort bij een spannend geheim. Haar bruingrijze korte haar hangt in sliertjes tegen haar slapen aan.
‘O’, zeg ik, een beetje verbouwereerd, ‘Wat bent u dan?’
‘Nou, in elk geval niet jarig,’ glundert de vrouw, ‘nog lang niet’. Ik geloof niet dat dit een woordgrap is. Het kruidenbad is warm. Net rook het nog naar dennennaalden maar die geur is nu verdwenen. Ik voel me naakt en dat ben ik ook.
‘Als je jarig bent mag je de hele dag gratis’, zegt de vrouw, ‘Ik heb gelogen’. Ze trekt haar wenkbrauwen op en grijnst, waardoor er zich kraaienpootjes naast haar kleine ogen vormen. Het water vervormt het beeld van haar lichaam, dat me op de een of andere manier doet denken aan een tompoes. Ik kijk om me heen want staren is niet netjes.
Saunacomplex Lucaia is welhaast verlaten. Ergens verderop druppelen wat mensen het Turks stoombad uit en op een bankje zit een dikke knalrode man in te kleine badjas. Wat ze zegt klopt. Ik heb het in de folder zien staan. “Jarige Job korting”. Gratis entree en een drankje naar keuze (behalve champagne).
‘Zou je niet eens voor me zingen?’ zegt de vrouw. Ze kijkt me vrolijk aan en recht haar rug. Haar enorme veertigplusborsten komen boven de waterspiegel uit. Ik moet denken aan de apotheose van een science fiction film, waarin aliens die zich jarenlang op de bodem van de oceaan hebben verstopt naar boven komen met hun reusachtige moederschip. Naast ons begint het bubbelbad te borrelen hoewel er niemand in zit. ‘Ik heet Pien. Dat is handig om te weten, mocht je “twee violen en een trommel en een fluit” willen zingen.’
Ik knik. Zachtjes zet ik in, want in de sauna moet je stil wezen. Voor je het weet word je buiten gedonderd.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!