En zo struikel ik het leven door

Op het perron vanochtend wist niemand meer wat ze nu aan moesten trekken. Ik zag mensen met sjaals en dikke jassen, ik zag mensen in korte broek, ik zag mensen met een vest en een sjaaltje en ik zag mensen in pak, maar die lopen altijd in pak, of het nu regent of vriest of als de zon schijnt. En toen de deuren van de trein opengingen viel de eerste mevrouw eruit. Het was net een slapstick, vooral omdat niemand reageerde en de mevrouw nog een drafje verder het perron oprende. Sommige mensen struikelen het leven door. Ik struikel het leven door. De vrouw naast me in de trein was het erg knap en ze was op haar telefoon een gemene email aan het schrijven aan een collega. Ik denk altijd dat ik meteen weet hoe mensen in elkaar steken, ook al weet ik ook dat ik het vaak mis moet hebben, maar toch, bij haar dacht ik: je bent een slecht mens. Maar buiten een betweter, ben ik ook nog jaloers en afgunstig, dus misschien lag het daar wel aan. Had ik nooit zo slecht over haar gedacht als ze lelijk was geweest. Wat ik al zei: we struikelen het leven door.
Toen ik nog fulltime in de horeca werkte en tegelijkertijd fulltime studeerde had ik het altijd koud omdat ik niet at en niet sliep. Toen het vroor en dikke spits was, zat ik een keer naast een heel dik meisje. Ze maakte zich zo klein mogelijk, dat kon ik merken, maar toch zat ik helemaal tegen mijn armleuning aangeklemd. Toen ze een station verder uitstapte, ging ik op haar plaats zitten. En die plaats was zo warm, zo ontzettend gastvrij warm dat ik meteen in slaap viel. Ik vraag me soms nog wel eens af hoe het met haar gaat. En dan denk ik aan dat ze nooit zal weten dat ik dat toen precies nodig had, die troost van haar lichaamswarmte. En dan vind ik het erg dat zij zich juist de hele reis heeft geschaamd.
Toen ik weer naar huis fietste zojuist, zag ik een jongen lopen. In zijn hand had hij een brief met daarop met een adres geschreven. Het was een dikke brief en hij hield hem een beetje voor zich uit, alsof de brief hem als een kind naar de brievenbus trok. Hij keek heel blij.
Daarna flikkerde mijn doos met boeken van mijn bagagedrager en een meneer met een dikke snor en meekleurende zonnebril die tegen zijn auto een sigaret stond te roken, lachte me uit.
“Dus zo’n man bent u,” siste ik hem toe.
De man gebaarde dat hij me niet verstond en draaide zich om.
Ik raapte mijn boeken op en fietste naar huis.

Thuis heb ik een dansje gedaan.
Ik weet niet hoe het kan, want alles wijst ergens anders op, maar toch: het was een goeie dag.

De verjaardag van Yezerskiy

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

En op deez’ heug’lijke vrijdag een bijdrage van een van de fijnste mannen van het web: San F. Yezerskiy. Ik ben al jaren fan, ook al heb ik hem nog nooit de hand mogen schudden. Sander Vanhellemont schrijft grappig en ontroerend, en wat wil een lezer nog meer?
Vandaag van hem een illustratie. Hoezee!

white_square.jpg

***

white_square.jpg

san-f-yezerskiy-klein.png
Klik door voor grotere weergave.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Buffel

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

De eerste keer dat ik Dirk van Pelt zag, was zo’n acht jaar terug, tijdens een wekelijkse talkshow-achtige (maar dan met wat minder show) bijeenkomst op de schrijversopleiding in Utrecht. Tijdens die legendarische bijeenkomsten werden (en worden nog steeds) vaak schrijvers uitgenodigd en die werden dan meestal zo gauw mogelijk door de pedante goegemeente die mijn fijne fijne medestudenten heette afgeschoten (is dit een Nederlandse zin? Nu ja, what ever). Want zo gaat dat tijdens een opleiding. Op een middag zaten er verschillende alumni die een lopende toneelgroep hadden opgericht, en Dirk zat daar met zijn Heiploeg ook bij. Op een gegeven moment lag een voorstelling van de Heiploeg onder vuur en er werd gediscussieerd over het einde, tot Dirk op een gegeven moment zijn handen optilde en riep: “Ja, maar wát is er nou leuker dan dat er vanuit het niets een helemaal zeiknatte sinterklaas de woonkamer binnenstapt!? … Nou?!”
Nou ja, niks dus. Vond ik dan.
Waarna de hele goegemeente over hem heen viel, want plot, want structuur, want urgentie en ik dacht alleen maar: met hem moet ik vrienden worden.
Want er is ook niks leuker dan een zeiknatte sinterklaas te laten binnen komen.

Hoe dan ook: gelukkig mag ik vandaag een echte Dirk van Pelt online zetten.

white_square.jpg

***

white_square.jpg

‘Bendegij jarig?’
‘Bendegij zéstien?’
Bij Buffel klinkt verbazing, Roy is ronduit verbijsterd. De conducteur geeft Judith haar OV-chipkaart terug. Even is ze bang dat de man in een uitbundig ‘lang zal ze leven’ zal uitbarsten en met jolige armgebaren de reizigers in het treinstel tot samenzang zal bewegen. Het is wel zo’n type, een guitige asperge met een pet en een buikje. Maar de man houdt het bij een vaderlijke knipoog. Judith heeft zin om hem onder te kotsen, maar ze is helemaal niet misselijk.
‘Waarom zeg je dat niet? Dat je jarig bent. Dat kan ze toch zeggen?’ Buffel richt zich tot de conducteur nu, ‘ik zou dat gewoon zeggen.’
‘Zestien…’ Roy neemt een slok van zijn bier en veegt zijn mond af met het uiteinde van zijn voetbalsjaal. Judith stopt haar portemonnee in haar kontzak. De conducteur wenst hen een prettige wedstrijd en gaat ‘een wagonnetje verder’ kijken.
‘Was je bang dat je moest trakteren, of zo?’
‘Nee, natuurlijk niet. Gek.’
‘Waarom zeg je dan niks?’
‘Weet ik veel! Jezus, Buffel. Ik wist toch niet dat het een ding was?’ Dit bevalt haar niet. Van hen weet ze niet veel meer dan dat ze begin twintig zijn en doordeweeks bij een onderhoudsbedrijf werken. Andersom stellen zij ook geen vragen. Niet over school, niet over ouders, niet over eten, niet over haar gemillimeterde kapsel en of dat een statement is, of dat het iets over haar geaardheid zegt en – bovenal – niet over ziekenhuizen, onderzoeken en prognoses. Met Buffel en Roy is er alleen het hier en nu. De FC. De geur van gras en van frituur. De afvallende bal die altijd voor hun is en nooit voor ons. En kantelen. Er wordt dit seizoen enorm slecht gekanteld en daar kan je jezelf, als je wilt, enorm over opwinden.
‘Het komt door dat spul,’ verontschuldigt Roy zich tegen niemand in het bijzonder, ‘dat spul wat ze tegenwoordig allemaal op hun gezicht smeren. Ze worden steeds jonger. Je ziet het niet meer.’
Buffel vindt zestien jaar een belangrijke mijlpaal en vist nog wat blikjes uit zijn tas. Ze proosten. Aan het zwijgen om hen heen, maakt Judith op dat de hele wagon meeluistert. Ze snapt het wel, ze vormen een eigenaardig clubje: Buffel, Roy en zij. Als mensen vragen stellen, zegt Buffel steevast: ‘we hebben haar gevonden bij de McDrive.’ Dat vat het eigenlijk wel accuraat samen en niemand vraagt verder. Gevonden bij de McDrive, dat is blijkbaar genoeg.
Had die lul met die pet nou maar zijn bek gehouden.
Buffel boert. ‘Mijn pa gaf me een brommer toen ik zestien werd. Nog dezelfde avond lag ik stomdronken met dat ding in de Zuid-Willemsvaart. Ik heb maar gezegd dat hij gestolen is. Die ouwe had er twee jaar voor gespaard.’ Hij pakt zijn krant weer op, Judith ziet door het raampje een dorp voorbij schieten. Culemborg, of iets dergelijks.
‘Jezus,’ zegt Roy en hij kijkt naar Judith alsof hij haar voor het eerst ziet, ‘jij was dus de hele tijd gewoon vijftien.’

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Een envelop van Willem

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Deze week een verhaal van de hand van Willem Claassen. Hij debuteerde met Park bij de Bezige Bij vorig jaar, is een van mijn lievelingsschrijvers en daarbij: zijn vader heeft een melkrobot. Wat wil je nog meer in een man?
Niets.

willem-claassen.jpg

Misschien een mooi verhaal op een envelop?
Bij deze dus!


white_square.jpg

***

KLIK!
white_square.jpg

wilm2.jpg

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica?Klik!
Als u zin an heeft, natuurlijk. Ik bedoel: ik zou u natuurlijk nooit tot iets dwingen. Nooit!
*vouwt armen, sluit ogen, snuift en draait hoofd naar rechts*

Seitan

Ondertussen in de natuurvoedingswinkel…

Q
En twee van die seitanbroodjes, alstublieft.

Q wijst naar een rij broodjes met een bordje dat “seitanbroodje 1,75″ zegt.

HMDODHBS
Zeg, het seitanbroodje is een beetje de oeroude klassieker van de vegetarische snacks, toch? Wat de macaroni onder de pasta is?

DE MAN VAN DE DE NATUURVOEDINGSWINKEL
Ja, zo zou je het wel kunnen noemen. Bestaat al decennia.

LEE
O, wat is dat?

DE MAN VAN DE DE NATUURVOEDINGSWINKEL
Voordat je bij elke supermarkt vleesvervangers kon kopen had je alleen dingen als tofu, tempeh en seitan. Dit is eigenlijk een soort van worstenbroodje.

De man doet twee broodjes in een zakje.

DE MAN VAN DE DE NATUURVOEDINGSWINKEL
O! Wacht! Er zit helemaal geen seitan in, maar tofu!

Q
Maakt niet uit.

HMDODHBS
Of zijn we hier nu een schandaal ter grootte van het rundvlees/paardenvlees-debacle op het spoor?

Het is even stil

HMDODHBS
Nou? Nou?!

HMDODHBS lacht luid om haar eigen grap.
Daarna is het weer stil.
HMDODHBS gaat maar even buiten staan.

Ted is jarig

Zingend kwamen Ans, Henk en Anja de trap afgelopen, Ans voorop en in haar handen droeg ze een appeltaartje van de Albert Heijn. Ze zongen. Aan de bar zat Ted, voor hem een biertje met een glaasje Ketel, op zijn hoofd een kartonnen feesthoedje. De kroeg was verder leeg. Op het appeltaartje stond een brandend theelichtje.
“Voor jou, Ted,” zei Anja.
Henk knikte en Anja zette sereen het taartje voor Ted neer.
“Voor je verjaardag,” zei Anja.
“Omdat we je zo’n fijne gast vinden,” zei Ans.
Buiten scheen de zon, maar daar merkte je binnen gelukkig niks van. Het was druk op straat, de terrassen zaten vol.
“Wat lief,” zei Ted. Zijn stem klonk een beetje geknepen. Snel nam hij een slok van zijn bier. “Echt heel erg lief.”
Weer nam hij een paar slokken, tot de glazigheid in zijn ogen weer verdwenen was.
Ted blies het kaarsje uit en de andere drie klapten.
Het was een goeie zaterdag.
white_square.jpg

kroeg.jpg
white_square.jpg

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Zingen op de maandagochtend

De man en de vrouw tegenover me zitten al zeker een uur zwijgend in de leunstoelen aan het raam koffie te drinken. De man heeft een dikke bril en staart uit het raam, buiten is het druilerig. De vrouw heeft een zonnebril in het haar, aan haar voeten ligt een hond.
Achter me speelt een jukebox.
Dan zet ineens Mr. Pleasant van the Kinks in.
De vrouw begint te zingen. Ze heeft een lage stem, als Astrid Nijgh. Ze zingt steeds luider. De man zet nu ook in. Ze blijven gewoon uit het raam kijken. Af en toe nipt er eentje, tussen twee regels door, van de koffie. De hond kijkt even op, zucht en legt zijn hoofd weer op de voeten van de vrouw.
As long as Mr. Pleasant’s all right, hey hey. How are you today? zingen ze luid, ze wiegen mee op de maat. De zaak is verder leeg, alleen die twee zingende mensen bij het raam.
Dan is het nummer afgelopen. De jukebox klikt en een ander liedje begint te spelen.
De twee mensen bij het raam zwijgen.