Advocaat

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Sommige mensen willen graag een stijlicoon zijn, maar Elske van Lonkhuyzen is het gewoon, terwijl ze dat niet eens wil. En al was ze gans stijlloos geweest, dan nog had ik graag iets van haar hier geplaatst. Ik ben namelijk fan.

white_square.jpg

***

white_square.jpg

Advocaat

Iedereen is moe. Ik ben moe omdat ik ’s nachts wakker lig, mijn vader is moe van het werken en oma is moe omdat ze nu op de minuut af 93 jaar bestaat. In de kamer is het plakkerig warm, als in een couveuse.
‘Taart?’, vraagt oma.
‘Lekker’, zegt mijn vader.
‘Nee, dank u’, zeg ik.
We blijven alle drie zitten.
‘Een kokoskoek dan?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Een griesmeelpuddinkje?’
‘Nee hoor, bedankt.’
‘Kaneelbiscuitjes?’
‘Nee, ik heb net pas ontbeten.’
Mijn vader staat op en snijdt bij het aanrecht een stuk appeltaart. Daarna zet hij theewater op.
‘Iets met drank?’, vraagt oma.
‘Wat heeft u in huis?’
‘Kersenbonbons, boerenjongens en advocaat.’
‘Kersenbonbons en advocaat, dan’, zeg ik.
Oma komt moeizaam overeind uit haar stoel. De spataderen op haar benen schemeren door de huidkleurige kousen heen.
‘Blijf toch zitten,’ zeg ik, ‘papa pakt het wel.’
Maar ze heeft de rollator al vast en begint aan de tocht naar de keuken. Het gaat heel langzaam, met kleine pasjes. Ze lijkt op een schildpad, de dunne, rimpelige nek uit de mosgroene blouse, de lange bovenlip.
‘Als u straks terugbent geef ik mijn cadeautje!’, roep ik, al is ze pas een paar stappen van me vandaan.
‘Dat had toch niet gehoeven.’ Ze hijgt een beetje.
Mijn vader komt terug met de taart. Hij stapt om oma heen, schuift op de hoek van de bank en begint in de tv-gids te lezen. Het schoteltje balanceert op zijn knie. Ik kijk de kamer rond. Foto’s van mijn vader op zijn trouwdag, mijn ooms op hun trouwdagen. Een vaasje met oranje tulpen. Aan de wand achter de tv een portret van de koningin.
‘Ik eet het zelf toch nooit’, zegt oma vanuit de keuken. Ze rommelt in de koelkast en komt met een spuitbus slagroom en een fles advocaat weer tevoorschijn.
‘Advocaat?’
‘Ben je gek. Ik moet dat spul niet.’
‘Dan heb ik toch géén cadeautje voor u.’
‘Wat?’
‘Dan moet u nog even op uw cadeautje wachten.’
Mijn vader kijkt op van de gids. ‘Je kan het toch gewoon geven?’
‘Ze zegt dat ze het niet lust.’
‘Natuurlijk lust ze het wel, die flessen gaan er met dozijnen tegelijk doorheen. Je moet niet alles geloven wat oma zegt.’
‘Papa zegt dat u wel advocaat lust’, roep ik.
Mijn vader buigt zich weer over de gids. Ik zie alleen oma’s rug en hoor het geluid van glas tegen glas, dan de slagroomspuit.
‘Maar het komt dan een andere keer, het cadeautje’, roep ik.
‘Laat maar joh’, zegt mijn vader. Hij maakt een draaiende beweging met zijn hand. ‘Ze heeft haar hoorapparaat uitgezet.’
Onverstoorbaar rijdt oma even later het dienblaadje voor. Ze heeft een longdrinkglas voor de helft met advocaat gevuld, de rest is slagroom. Er zit een heel klein lepeltje bij. Ik zie er plotseling erg tegenop. Oma gaat in een stoel bij het raam zitten en kijkt naar buiten.

Pas als we met onze jassen aan in de woonkamer staan zet ze haar hoorapparaat weer aan. Met je jas aan is de warmte bijna ondraaglijk en ik ben duizelig. Het laatste half uur heb ik met mijn hoofd achterover en het glas ondersteboven aan mijn lippen gezeten. Traag als ketchup liep de advocaat mijn keel in. Mijn vader maakte ondertussen een kruiswoordpuzzel.
‘Het was gezellig’, zegt oma.
‘Sorry van het cadeautje.’
‘Ach kind, welnee.’
Eerst omhelst mijn vader oma, dan buig ik me over haar heen. Haar wang is zacht en gevlekt, als een flensje. In haar mondhoek, naast de dikke, witte haren, zit een klein geel vlekje. Ik druk er mijn lippen tegenaan en voel even met mijn tong. Zoet.
‘Wat doe je nou?!, gilt oma.
‘Niks. Ik hou van u.’
Bij de deur draaien we ons nog eens om en zwaaien. Ik maak die fles zelf wel soldaat, denk ik, en dan naar bed.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Verjaardag

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Nu ja, en dan vandaag een tekst van Noor Roelofs.
Niet zomaar iemand, lieve vrienden.
En dat niet alleen omdat ze stadsdichter van Venlo is, maar al helemaal omdat we, samen met Eef, al sinds, pak ‘m beet, 1984 bevriend zijn. Met z’n drieën hebben we als dromerige kinderen en ietwat nerdy pubers onnodige dingen als groepsdruk en populariteitsstress prima weten te vermijden. Wij waren toch al met z’n drieën, dus ga maar even weg met je kuif en je LA Gears. Ja, wij draaien Nine Inch Nails tijdens de tekenles. Hoezo? Ja, ik heb een t-shirt van PJ Harvey over mijn trui. Weet jij niet wie PJ Harvey is?
Nou ja, dit natuurlijk allemaal in retroperspectief, maar toch. Want ondertussen zijn we wel alle drie niet geheel toevallig kleine zelfstandigen geworden met goed lopende bedrijven. Bedrijven met de beste dingen des levens, overigens: muziek, taal en bier. Wat wil een mens nog meer?
Vriendschap.
En dat is het.


white_square.jpg

***

white_square.jpg

Verjaardag

Er passen geen drieënnegentig kaarsjes op de taart. Maar het staat wel op de verjaardagskaarten: drieënnegentig! Gefeliciteerd! En nog vele jaren.
Oma zit in de roelstoel en mam voert haar aardbeientaart. De zuster van de palliatieve zorg zit er met zorg bij. Want oma heeft al een hele tijd niets meer gegeten omdat het al een hele tijd niet meer gaat. En de palliatieve zorg weet dat het rommel en ellende geeft om dan plotseling toch weer wat naar binnen te stouwen. Taart nota bene.
De rest van de familie eet ook taart en drinkt thee uit de roze kopjes want zo doen zij dat als oma jarig is. Al bijna een eeuw lang, uit precies die kopjes.
Na tien minuten bezoek om haar heen valt oma plotseling in een vreemdsoortige slaap, midden in een zin, ze zegt: ‘ik ben zo moe de laatste tijd, ik snap er niets…’ Dan valt haar hoofd omlaag en is ze een tijdje stil. De familie snapt het wel maar probeert het vandaag niet nog eens uit te leggen, want vandaag is ze jarig. Ze praten over de taart en over het weer.
Dan schiet het hoofd van oma weer omhoog en reageert ze op het gesprek: ‘gisteren was het ook zo regenachtig.’
Zij slaapt niet als ze slaapt. Haar lichaam stapt met kleine stapjes op maar haar geest snapt niet waarheen, die blijft hardnekkig hangen en dan kan zo’n lichaam niet lekker wegsterven.
Verjaren gaat vanzelf maar doodgaan is een daad.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Zaadlijsten

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Op een dag was Johan Roos er gewoon. Soms verdenk ik hem er wel eens van dat hij zichzelf, zo een paar jaar terug, uitvond en pas vanaf dat moment bestond. En elke keer als ik hem hoor voordragen vind ik het wéér beter, wat hij schrijft, terwijl ik het de vorige keer al zo goed vond. Alsof hij ook dat heeft besloten en vervolgens heeft uitgevonden.
Hoe dan ook: vandaag een verhaal van hem. Hoezee!


white_square.jpg

***

white_square.jpg

Zaadlijsten

“Ik leg Bibi in bed, schat. Mag ik daarna naar de kroeg, of had jij iets vanavond?”
“Wat denk je zelf?”
“O, stom! Je hebt natuurlijk yoga! Nee, wacht – dat is toch altijd op dinsdag?!”
“Denk nou eens na, Alfons.”
“Je cursus erotische astrologie? Is het alweer die tijd van de maand?”
“E-só-té-rische astrologie.”
“Ik zou zweren dat je die net nog gehad hebt. Wat gaat de tijd toch snel.”
“Nee, Alfons, ik heb geen cursus esoterische astrologie.”
“Maar wat is er dán?!”
“Ehhm… Alfons? Morgen? Bibi? Jarig?”
“Ja. Ja-haa. Jaja. Maar… dat is toch niet vanavond? Ik drink niet teveel en dan heb ik morgen maar een kleine kater en dan kots ik niet over de cadeautjes.”
“Dat zou fijn zijn. Voor een keer. Maar ehh… waar moet ze dan morgen op trakteren? Neem je wat lauwe bittergarnituur mee uit de kroeg?”
“Joh, Connie. Doe niet zo mal. Gewoon: van die vlaggetjes met blokjes kaas en een stukje ananas. Kan je tegenwoordig kant-en-klaar kopen. Gewoon bij de Appie. Ik fiets er zo nog wel even langs.”
“Nee mijnheer Artz: niets daarvan. Wij gaan vanavond verantwoorde vlindertjes maken. Met komkommer en druifjes en voor de lekker een beetje popcorn.”

“Nou, ze was helemaal door het dolle heen, hoor. Dat jarig zijn dat is me wat als je zeven wordt. Maar ze was bekaf. Volgens mij is ze nu al in dromeland.”
“Fijn. Kijk: ik heb van die zakjes gekocht en viltstiften en knijpers en chenille.”
“Che-wat?!”
“Chenille: dat zijn van die zachte rupsjes met ijzerdraad.”
“Haha, Con: dit zijn gewoon wietzakjes, joh. Zat er wat in toen je het kocht? Zullen we in ieder geval eerst even een biertje doen?”
“Je moet de knijpers met stift versieren en de chenille gebruiken voor de voelsprieten.”
“Een vlinder met rupsjes op z’n kop, dus.”
“En dan pak je zo’n zakje en daar doe je de druifjes en de komkommer in en een beetje popcorn en dan doe je hem alvast een beetje dicht, maar niet helemaal, want dan kan de lucht er niet meer uit, en dan rol je hem op, zo, ehh, nee, zo, ja, en dan doe je hem helemaal dicht en dan doe je de knijper erop en dan heb je een…”
“…geplette druif in een wietzakje. Straatwaarde 5 eurocent.”
“Verdomme Alfons! Doe nou even mee. Het is de moeder van Anouk ook gelukt.”
“De moeder van Anouk?”
“Ja. Anouk trakteerde twee weken geleden.”
“Dat is dat meisje met dat mooie gezichtje, toch? Dat turnkampioen is?”
“Bibi heeft óók een mooi gezicht!”
“Met die moeder die van die korte rokjes draagt?”
“Ja, die ja, Alfons. Maar daar gaat het nou niet om. Zij had van die mooie, vrolijke vlindertjes met popcorn. En toen dacht ik: dat doe ik ook, maar beter. Met komkommer en druifjes.”
“Ze heeft er ook wel de benen voor, hoor. Van die benen die maar niet ophouden. Ik zei laatst tegen haar: hoe doe je dat toch? Drie kinderen baren en opvoeden en er zo fris en fruitig uitzien? Wij hebben alleen Bibi en onze Connie heeft het er maar zwaar mee.”
“Je pakt het zakje tussen je duim en je wijsvinger en dan doe je de druifjes en de komkommer aan de ene kant, ja, en de popcorn aan de andere, zodat ze elkaar niet raken – en dan rol je de boel op en dan…”
“Weet je wat ze toen vroeg? Of ik zin had in een kop koffie. Dan zou ze het me wel eens uitleggen.”
“ALFONS!!! KAPPEN NOU!!! En help me nou eens! De popcorn is helemaal nat!”
“Ja maar, lieverd, die komkommer… Je moet de zaadlijsten er ook uitsnijden.”
“Ja, die komkommer, ja! Er moet toch komkommer in! Dat is het hele idee! In deze tijd waarin de gemiddelde moeder meer tijd besteedt aan de lengte van haar rokjes dan aan de gezondheid van haar kinderen en waar je kant-en-klare suiker-en-vetbom-traktaties kunt kopen wil ík een traktatie met komkommer! Is dat nou zo erg? Nog even en ik snijd jouw zaadlijsten eruit!”

“Papa, mama, ik kan niet slapen. Waarom maken jullie ruzie? Gaan jullie nou scheiden, net als de ouders van Anouk?”
“Och nee, mijn lieve schat toch! Mama is gewoon een beetje moe. Het is ook al bijna twaalf uur. Of, wacht: het is al twaalf uur geweest! Je bent jarig! Er is er één jarig, hoera, hoera – dat kun je wel zien dat is zij. Toe Connie, zing eens mee! Dat vinden wij allen zo prettig, jaja – en daarom zingen wij blij (blijblijblij)…”

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Een impuls

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Vandaag een kortverhaal door de geweldige Niña Weijers. (Ze is overigens bezig met haar debuutroman. Benieuwd!)

white_square.jpg

***

white_square.jpg

Een impuls

Mijn moeder zegt dat ik een feestje moet geven. Ze zegt ook dat ik niet genoeg eet, ze zegt: wat jij hebt is het omgekeerde van een buik. Een kuib.
Mijn moeder wil dat ik een feestje wil geven, en daarom zegt ze dat ik jong ben, dat de wereld aan mijn voeten ligt, en dat jongeren altijd iets te vieren hebben. Ondanks de crisis vieren de jongeren het leven, zegt mijn moeder, en ze hebben daar groot gelijk in. Crisis is een ander woord voor kans, en kans komt van chance.
Op een dag staat mijn moeder voor de deur met een doos. Ze houdt de doos met beide handen tegen haar lichaam geklemd en probeert ondertussen met haar schouder aan te bellen. Dit zie ik door mijn raam. Ik wacht tot het haar is gelukt, en daarna wacht ik nog een tijdje. Mijn moeder heeft een taart meegebracht waarop staat HOERA. Het was een impuls, zegt mijn moeder, al weten we allebei dat dit een leugen is. Ik zet thee en snijd HOERA doormidden. De taart blijkt vanbinnen geheel uit slagroom te bestaan. Bij de eerste hap begint mijn moeder al te huilen. Stil maar moeder, zeg ik tegen haar, we drinken thee en eten daar toevallig een stuk taart bij, zo moet je het zien.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Geprobeerd

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Maartje Luif en ik kennen elkaar al honderdmiljoen jaar (weet je wel, van vroeger, toen we alleen nog blogden) en als iemand me zou vragen of ik haar ken zou ik “o ja, die ken ik goed!” roepen, terwijl we elkaar pas twee keer in het echt hebben gezien. Met veel drank, overigens.
Ooit zei onze vroegere koningin (verder niets dan liefde, heur!) dat de sociale media mensen individualistischer maken, maar wij zijn het levende bewijs dat het tegendeel waar is.

Hoe dan ook: genoeg sentimenteel gelul.

Luif is ook nog een begenadigd schrijver. Vandaar vandaag een kortverhaal uit haar pen alhier.

white_square.jpg

***

white_square.jpg

Geprobeerd

De laatste keer dat ik je zag, zou je bij mij komen om je verjaardag te vieren. En je vader en moeder zouden samen meekomen, omdat ze het weer ‘aan het proberen’ waren.
Je kwam binnen, ik gaf je je kadootje, twee Doe Maar-zweetbandjes, en troonde je mee naar buiten waar ik onder het natte tuintrapje onze attributen had klaargelegd, zoals ik had beloofd: zes dikke takken, wat stro uit het caviahok en een rol keukenpapier.
De lichtblauwe dolfijntjes op het papier werden in een mum van tijd verzwolgen door de oranjezwarte cirkel die op de vlam vooruit liep. Binnen klonken de stemmen steeds luider. Je kneep je ogen dicht, haalde diep adem, deed ze weer open en scheurde nog een velletje af. Er vielen druppels van het tuintrapje boven ons. Weer waren de dolfijnen snel verdwenen, maar het stro bleef onaangeroerd. Ik wilde zeggen dat ik niet zo veel keukenpapier mocht gebruiken van mijn moeder, ‘dan pak je maar een dweiltje’, zei ze altijd, maar ik wilde lief voor je zijn. Hoe harder ze binnen schreeuwden, hoe liever ik voor je wilde zijn. Om dat te bewijzen scheurde ik in een keer vier vellen af en hield ze in de vlam van de lucifer. Je moeder begon onverstaanbaar te gillen, jij wroette zenuwachtig in het doosje, de lucifers waren bijna op. Ik vroeg me af of er nog meer pakjes lucifers waren, maar ik hield mijn hart vast. ‘Zal ik het doen?’ vroeg ik. Je moeder krijste en jij trok je schouders op. Ik pakte het doosje. Nog negen, precies je leeftijd, een jaar ouder dan ik. Ik streek een lucifer af, hield hem bij een nieuw vel en probeerde daarna het vlammetje in de palm van mijn hand aan te houden. Ik mocht geen fikkie stoken, maar ik moest het op zijn minst kunnen, vond ik. Het vlammetje ging uit. We bleven proberen, stil en moedeloos. De laatste lucifer hield ik tegen het hout van het tuintrapje. Je keek me verschrikt aan. Bovenaan het trapje vloog de deur open. ‘Elja!’ brulde je moeder. De vlam van de lucifer werd steeds kleiner. Je moeder trok je aan je elleboog mee, mijn ouders en jouw vader in verbijstering achterlatend. Ik voelde me schuldig. Daarna zag ik je nooit meer.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

Houston, we have a problem

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.
Maar vandaag mag ik zelf weer even.


white_square.jpg

***

white_square.jpg

Houston, we have a problem

De hele familie kijkt als het kind inademt. Oma wringt haar handen, die oom met die snor vergeet van zijn biertje te drinken, de ouders houden hun adem in, het lijkt net de controlekamer in Houston, op het moment dat er een spaceshuttle gelanceerd wordt. Het kind kijkt op.
“Toe dan!” roept een tante.
Het kind kijkt de kamer rond. Bolle gezichten in het licht van de lamp boven de tafel.
“Toe dan!” roept een andere oom.
Hoop vestigt zich in de kleine dingen. Dat je denkt dat alles wel goed komt, als een kind een klein kaarsje in een appeltaart kan uitblazen. Dat alles goed komt: dat gevoel van onvrede, het ‘s nachts wakker liggen, de ergernis, de vreetbuien, het scheuren op de provinciale wegen naar huis na het werk, de thuiszorg die iedere dag je huis binnenkomt, dat eeuwige poetsen en die eikels die altijd besmuikt lachen als je de ijzerhandel binnenstapt. Alles in hangt daar in de kamer, boven die tafel, in de wolk lucht die om het kind heen hangt en die het in moet ademen om te kunnen blazen.
“Blazen!” schreeuwt oma vanuit haar rolstoel. “Godverdomme blazen!”
De onderlip van het kind begint te trillen. Weer ademt de kamer geschrokken.
“Toe dan,” zegt de moeder nog een keer. “Dan krijg je taart.”
“Ooooo, zo’n lekkere taart,” zegt de vader, terwijl hij er koddige bewegingen bij maakt.
Ook hoop is vatbaar voor omkoopstrategieën.
“Blazen,” zegt oma nog eens.
Het kind blaast.
Het kaarsje waait uit.
En dan: applaus.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!

De Kinderverjaardag

In het kader van mijn nominatie voor de Academica Literatuurprijs plaats ik iedere paar dagen op dit blog een zeer kort verhaal, dat steeds te maken heeft met De Verjaardag.
En niet alleen van mijn eigen hand, maar ook van fijne mensen die ik hoog heb zitten.

Vandaag een stuk van Tefke van Dijk, die u iedere week als boodschappenbriefjesanalist in Volkskrant Magazine kunt tegenkomen. Daarbij komt ze ook gewoon bij ons in de kroeg. Wel zo gezellig.

white_square.jpg

***

white_square.jpg
torte.jpeg
white_square.jpg

De Kinderverjaardag

‘Nu moet papa naar beneden om slingers op te hangen en de muziek aan te zetten’, zegt zoon als hij bij ons in Het Grote Bed kruipt. ‘Roep maar als je klaar bent, pap. En foto’s maken, hè! En een filmpje!’ Beneden staat alles al klaar. Inclusief slingers en de nieuwe iets te grote op-de-groei-gekochte fiets met strik.
Waar ik acht jaar geleden in de eindfase kwam van een langdurige bevalling, staat mij vandaag wederom een uitdaging te wachten: De Kinderverjaardag voor de familie. Wederom dirigeert mijn zoon de dag.
Terwijl man de nodige drank en hapjes inkoopt, ga ik de keuken in voor De Taart. ‘Binnenin de taart moet een verrassing, mam. Van vruchtjes. En bovenop wil ik een vogel die een wormpje eet.’ Ik houd wel van een uitdaging, dus ik bak een ronde cake en snijd die doormidden voor de vulling. Man heeft vlaaivulling gekocht, twee blikken voor de zekerheid. Ik trek een blik open en verdeel de aardbeiensmurrie over de cake.
‘Dat tweede blik moet ook, mam.’
‘Nee hoor schat, één blik is genoeg.’
‘Ik wil dat tweede blik ook.’
‘Dat is niet nodig. Kom, we leggen de bovenste helft er weer op.’
‘Mam, dat tweede blik moet ook.’
‘Nee lieverd, echt niet.’
Woedeaanval. Tranen.
Ik sta alleen in de keuken met die stomme taart. Mijn zoon koelt af in de trapkast. Met het tweede blik vlaaivulling.
‘Heb je dat blik nou werkelijk opengetrokken? Eet het nu ook maar op dan. Helemaal.’ Ik geef hem een lepel. Na twee happen verdwijnt het blik in de prullenbak.
Ik kom net op tijd onder de douche vandaan als de eerste familie aanbelt. Om drie uur, het afgesproken tijdstip, steken we de kaarsjes aan. Iedereen zingt ‘lang zal hij leven, in de gloria, hieperdepiep hoera’. Mijn zoon huilt. Hij heeft zijn arm gestoten tegen het stuur van zijn nieuwe fiets toen hij de poort wilde opendoen voor opa en stiefoma. Met een betraand gezicht blaast hij de kaarsjes uit.
‘Wil er iemand nog iets drinken?’, vraag ik wanhopig. ‘Bier!’, roept stiefopa. Een uur later staat de andere stiefopa een Playmobil-vakantiehuis in elkaar te zetten. Buiten vraagt opa luidruchtig of de nieuwe buren leuk zijn.
Vier en een halve fles wijn, een halve tap bier en opgewarmde bami verder, ligt zoon te slapen en ploffen wij op de bank. We kijken uit over een slagveld van glazen, borden, plastic zakjes en legoblokjes. Operatie Kinderverjaardag zit erop, denken we tevreden. Daar zijn we van af. Toch zeker voor een maand. Dan is dochter jarig…

white_square.jpg

***

white_square.jpg
Stemt u ook even op de Academica? Klik!