The Vehrjaahddagihn


Met duizend maal dank aan Torre Florim voor het maken van de audiotrailer! (En natuurlijk Xavier Teerling voor het filmpie.)

Uit de ouwe doos

Oven

Mijn allereerste herinnering is mijn moeders gezicht door het raampje van de ovendeur in de keuken van ons tweekamerflatje op de Klok. De Klok was een groot complex met sociale huurwoningen aan de rand van de stad. Een cliché van een sociale huurwoningen, compleet met naar pis ruikende trappenhuizen, schotelantennes en bonzende auto’s met lopende motor voor de voordeuren, die altijd openstonden. We speelden graag verstoppertje, mijn moeder en ik, soms wel uren lang. Ik was vier, maar het was toen al een prestigekwestie. Ze vond me altijd.
“Je had de oven aan moeten zetten,” zei ze toen ze me gevonden had.
Ik hoorde haar stem gedempt door het hittebestendige glas. Ze tikte met een van de gouden ringen op het raampje.
“Kleine pygmee. Hoor je dat? Dan had ik nooit geloofd dat je je hier zou verstoppen.”
Sinds zou altijd alles haarscherp zijn, het was de eerste krakerige bandopname van mijn moeders stem in mijn hoofd en vanaf dat moment ging de film lopen. De oven van binnen, de schroeilucht van jaren op de bodem gedropen kookvocht, mijn voetstappen over de tegels, over de betonnen trappen van de flat naar buiten, de bloembakken een eind verderop en de groencontainer, het kinderfietsje op het dak van de schuur van vieze meneer Schattorjé en het witte punthekje van mevrouw Zaat.
Het volgende potje verstoppertje haalde mijn moeder me bewusteloos uit de oven. Roodgloeiend met hier en daar een blaar.
“Iedere paar uur even afsproeien met de plantenspuit en verder op bed laten liggen,” had de huisarts gezegd, terwijl hij een blik in mijn moeders decolleté wierp. “En dan komt alles weer goed.” Je kunt slechte dingen alleen bestrijden door zelf de eerste te zijn. Mijn moeder sproeide twee dagen lang de blaren af. Ik lag op bed en ik staarde naar het plafond, misselijk van de hitte op mijn huid. Twee dagen heb ik daar gelegen en elke seconde is me bijgebleven. Alles kwam inderdaad weer goed, al heeft niemand heeft me ooit nog gevonden. Mijn moeder niet, de leraren niet, ome Harie niet.
Alleen jij.
Jij wist al lang hoe de oventruc werkte.
Natuurlijk.

Triatlon

1.
Vandaag is zo’n dag dat alle stoplichten op oranje springen.
Toen ik het station was uitgekomen had een zwerver me nageschreeuwd. Er liepen tientallen mensen, maar altijd schreeuwen die zwervers naar mij. Ik weet niet hoe dat komt. Het zijn ook alleen maar de zwervers op het station. De zwervers in de stad doen dat nooit. Gek is dat toch? Daar moet toch iets van een logica achter zitten?
Ik fietste van het station naar huis en bij het derde groene stoplicht dat ik net niet haalde zei “jezus christus, dat kun je toch niet menen?”
Een mevrouwtje op een fiets met beige fietstassen keek om en stapte voorzichtig een beetje bij me vandaan.
“Ik zie het heus wel hoor!” wilde eigenlijk geschift in haar oor roepen, maar ik deed het niet.
Ik ben geen gek.
Het is een dunne scheidslijn, lieve mensen, maar ik ben geen gek.

2.
Oranje-stoplichten-dag is eigenlijk alleen af te weren door een goed stuk rennen met The Downward Spiral van Nine Inch Nails op de koptelefoon. Dat ging ik dus doen.
De eerste twee kilometer weliswaar hinkelend en vloekend, want au aan de scheen, au aan de voet, knak in de enkel en zeur in de heup, maar met industrial in de oren is dat allemaal best te doen. Doorrennen, dacht ik. En opflikkeren, dacht ik bij iedereen die ik tegenkwam.
Totdat me ineens begon op te vallen dat ik alweer een meneer of mevrouw met een rollator tegenkwam. Zelfs op een bospaadje duwde een oud meneertje met veel moeite zijn grijze wielen door het mulle zand.
Ik besloot op een gegeven moment ze te gaan tellen en ik heb acht geteld. Acht! In drie kwartier. De laatste twee waren elkaar een stoepje op aan het helpen. Een statige magere meneer en een mevrouw met net de krulspelden uit.
Wil God mij iets vertellen?
Schreeuwende junks op het station, rollatoren tijdens het rennen op weg nergens naar toe?
Moet ik niet meer drinken en meer genieten van mijn jeugd? Vergaat de wereld en ben ik te krakkemikkig om dat te zien? Zijn profeten die het ware woord verkondigen, wijzen uit het Oosten die mij de zin van leven uit willen leggen?

3.
Na mij de zondvloed.
Ik ga in bad.

De Verjaardagen

omslag-de-verjaardagen.jpg

Boris is een brokkenpiloot die ondanks alles op sympathie kan rekenen. Tot zijn ouders hem een geheim vertellen dat zijn leven op de kop zet. Vanaf dat moment is het Boris tegen de rest van de wereld. Een uitzondering maakt hij voor zijn buurmeisje Lies, die aan een ongeneeslijke huidaandoening lijdt waardoor lichamelijk contact onmogelijk is. De twee buitenbeentjes groeien naar elkaar toe.

Continue reading…