Exit BMX

Na de bordergrasmaaier heeft nu ook de BMX het veld moeten ruimen in De Verjaardagen. Die arme jongen houdt straks alleen nog z’n schoenen over als het zo doorgaat.

zx.jpg

***

zx.jpg

“Een BMX. Dat is een crossfiets,” legde Boris zijn moeder uit, toen hij omschreef wat hij voor zijn achtste verjaardag wilde.
“Da’s wel duur wel,” zei Marie. “Plus, ik denk dat je vader me dood maakt.”
Maar zoals dat altijd gaat met verjaardagen in de tijd waar verrassingen nog werden ingelost met dat wat je verwachtte, stond er die maand een paar meter verfrommeld pakpapier in de vorm van een fiets in de keuken. Sjef rolde voor de vorm even met zijn ogen, de traptractor werd naar het schuurtje verbannen, voor de volgende kinderen die nooit zouden komen of het buurmeisje dat ze nooit zagen, tot het verstofte tot een vaal gekleurde herinnering, achter dozen, zakken en stellingkasten.
De BMX was het beste dat Boris tot dan toe was overkomen. Sjef had hem plechtig laten beloven dat hij nooit op zijn grondgebied op de BMX zou gaan zitten en dus had Boris zijn territorium naar buiten verplaatst.
“Wel in de buurt blijven,” riep zijn moeder toen er ineens op zaterdagochtend jongetjes voor het raam in de voortuin verschenen, met ballen, stokken, crossfietsen en petten en broeken met veel zakken.
Mag Boris?
Boris mocht.
En Boris bleef niet in de buurt.
Niets had hem tot dan toe zoveel voldoening gegeven als de hoofdweg van het dorp inrijden met bebloede knieën, de ijzersmaak in de mond en de zwiep van een tak op zijn wang na een hele zaterdag in het bos, op de crossfiets met zijn vrienden. Hij hield ervan om ze uit te zwaaien, als ze één voor één de bochten van hun opritten indraaiden en van thuis het korte gilletje dat zijn moeder altijd slaakte, gevolgd door een zucht. De verbanddoos van de familie Bijsterbosch was inmiddels van de medicijnkast in de badkamer naar een keukenkastje in de keuken verhuisd. Daar kreeg hij eerst een douche met de tuinslang, gevolgd door Betadine, een pleister en soms een zwachtel met een gaasje en een watje.
“Dat is wat jongens doen,” zei Sjef wanneer Marie haar beklag deed, na weer een snee die net niet gehecht had hoeven worden.
“Straks breekt er eentje z’n arm.”
“Dan is dat ook meteen opgelost. Dan zullen ze wel wat rustiger aan.”
“Straks breekt Boris zijn arm.”
“Dan zal ‘ie al helemaal rustiger aan.” Sjef vouwde de krant om. “In ieder geval voor een week of zes.” Hij lachte piepend.
“Hij zit nu al helemaal onder de littekens, en dan vallen die paar in z’n gezicht nog mee, maar ik wil niet dat ‘ie als een halve boef straks een baan moet gaan zoeken, onder de schrammen en sneeën.”
Sjef zuchtte.
“En dan denkt iedereen dat ik m’n kind niet goed verzorg.”
“Ach, zo lopen ze er toch allemaal bij, die koters. Die hebben allemaal een BMX.”
“Nou, heus niet allemaal, Michieltje van aan de andere kant die heb ik nog nooit met korsten zien lopen.”
Sjef sloeg zijn krant dicht.
“Wat weet jij daar nou van? Wanneer kan jij dat nou gezien hebben?”
“Nou, ik zie heus wel wat door die vitrage.”
“Met die verrekijker zeker weer. Wat kan jou dat nou schelen wat die ouders vinden. Mijn zoon mag gewoon op de crossfiets, da’s goed voor ‘m. Dan leren ze hun grenzen kennen.”
“Grenzen, grenzen,” pruttelde Marie.
“Grenzen ja, grenzen! Wees blij dat dat joch lekker kan ravotten en dat ‘ie niet de hele dag binnen hoeft te zitten zoals dat meidje van hiernaast.”
“Of zoals ik.”
“Of zoals jij, ja.” Sjef sloeg op de tafel. Marie liet haar armen hangen en keek uit het raam. Sjef stond op en pakte haar vast. Marie kreeg een kus.
“Of zoals jij, ja.”
Boris keek vanuit de deuropening van de keuken naar zijn moeder en vader en hij dacht na over zijn fiets en zijn vriendjes op school, terwijl hij aan de korst op zijn onderarm krabde.

De koude kermis die het leeeeven heet

1.
De woorden waar men op googlede om vervolgens op deze website terecht te komen waren vandaag: Aspergebroodje, keelamandelen, poep en limoncello.

Ik zeg: het was een goede dag.

2.
Alvorens ons optreden vanavond zei Dirk, nadat Lucas het keukenmes had neergelegd: “En wat gaan we dan doen met de overgebleven vleeskajak?”

vleeskajak.jpg

Ik zeg: het was een goede dag.

3.
“Dit moest voor ons Zuiderlingen eigenlijk de aftrap worden van de derde clubtour. Na Als een nachtkaars uit en De marge voorbij, stonden we helemaal in de startblokken voor Niet geschoten, ook niet mis. Maar goed: dat gaat dus allemaal niet door nu Nasja Covers er niet is. Bent u bekend met het fenomeen Nasja Covers? Ze verwierf faam met toneelstukken als Carnaval de Musical, Zout bier -tranen in je glas- en Voor slapen kunt u me ‘s nachts wakker maken, meneer, maar ook door de dichtbundel Een kajak van vlees en zeven andere gedichten over worst.”
Stilte.
“Nou goed. Dan leest Dirk maar even wat voor.”

Ik zeg: het was een goede dag.

Dingen die Evy Gruyaert vandaag niet zei:

1.
Ik vind het heel knap van je dat je van alle halve uren uit deze dag precies dát halve uur kiest dat het gaat regenen!”

2.
“Kijk, een wolkbreuk! Daar draai jij je hand niet voor om.”

3.
“En nu ook nog eens van die dikke hagelkorrels. Gelukkig hebben we een capuchon aan onze veel te dunne trainingsjas! Goed hoor!”

4.
“Nu gaat het ook nog eens bliksemen. En kijk eens hoe ver van huis je al bent!”

5.
“Hou die capuchon maar goed vast. Goed zo!”

6.
“Héle dikke hagelkorrels! Volhouden nu!”

7.
“Nou. Zie je? Deze les zit er bijna op en het is alweer helemaal droog! Ik ben fier op u.”

Geschrapt

Voor de rubriek Literariteiten in Passionate Magazine schreef ik een stuk over de schrijver op kantoor. Een onderwerp zo geweldig dat ik willens en wetens twee keer zoveel woorden gebruikte als toegestaan. Ik kijk wel wat er aan de strijkstok blijft hangen, dacht ik, zolang ze maar niet de flauwe kantoorgrappen van Gaens en Claassen schappen.
Nu ja, u kunt dan nu ook wel raden wat er uiteindelijk uitvloog.
De kantoorgrappen van Gaens en Claassen.
Vorige week kwam er een einde aan de Willems Fiets-serie, want, zoals alle dingen doen in ‘t leven: Willems fiets viel uit elkaar.
Als ode bij deze het geschrapte stuk.

O, en klik hier door voor het aller-, aller-, allerlaatste filmpje.

zx.jpg

de-schrijver-op-kantoor-willems-fiets.jpg

zx.jpg
zx.jpg

Kantoorhumor

~het geschrapte stuk~

Literair Productiehuis of niet, het lot vermag dat Willem Claassen op hetzelfde kantoor werkt als dichter Dennis Gaens. Nu kennen we Gaens natuurlijk als de serieuze man die donkere gedichten met een lichtvoetige toon schrijft over de stad en over meisjes, ons kwam daarentegen ter ore dat de beste man een practical joke niet schuwt.
“Eigenlijk begon Willem ermee, toen we vroeger bij de Wintertuin een bureau deelden,” vertelt Gaens. “Het waren eigenlijk twee bureau’s aan elkaar en mijn bureau was in hoogte verstelbaar, maar de afstandsbediening zat aan Willems kant. Nu goed, je begrijpt het wel. Sindsdien plak ik af en toe stickers aan de onderkant van zijn optische muis. Willem heeft tot nu toe elke keer eerst alle kabeltjes van zijn pc lopen controleren voordat hij onder de muis keek. Die grap blijft gewoon werken. Ik heb ook wel eens een screenshot van zijn inbox gemaakt, die vervolgens als bureaubladachtergrond ingesteld en de taakbalk verborgen. Dan klik je dus op je bureaubladachtergrond.”
Maar het huzarenstuk was wat ons van Literariteiten betreft Willem Claassens fiets. Dennis Gaens gniffelt. “Tie-wraps. Daarmee maakte ik Willems fiets vast aan de stalling. Willem ging tot drie keer toe een schaar halen, omdat hij steeds een nieuwe tie-wrap ontdekte. Daarna heb ik op diverse manieren gepoogd Willems fiets te pimpen. Ik heb er van alles op aangebracht: van een tuinstoel tot neonstrepen. Vrouwkje Tuinman vond het zo’n nobel doel dat ze een zadelhoesje gebreid had voor Willem. Dat heeft Willem heel lang in zijn rugzak gehad. Misschien was hij bang dat hij Vrouwkje tegen zou komen.
Willem heeft daarop een keer mijn fiets verstopt. Ik had dat gezien en heb mijn eigen fiets toen ergens anders verstopt. Vervolgens raakte Willem een beetje in paniek toen ik om mijn fiets begon te vragen.”
Nu goed. U hoort het al: als schrijver is het misschien raadzaam om júíst op kantoor te gaan werken. Misschien moeten we daar eens over nadenken. Of zoals van Lonkhuyzen zegt: “In de petrischaaltjes die verstopt zijn in de bureauladen wordt op een geleiachtige bodem van
verveling van alles gekweekt: niet zelden een hevige verliefdheid, of een fluizige roddel.”

De Bordergrasmaaier

Met pijn in mijn hart delete ik deze scene uit het manuscript van De Verjaardagen. Want een bordergrasmaaier is een prachtwerktuig, maar natuurlijk niet interessant genoeg om een heel hoofdstuk aan de wijden.

Hoewel…
* twijfelt ineens weer… *

zx.jpg

***

zx.jpg

“Kijk,” had de vader van Jeroen gezegd, “dit is een bordergrasmaaier.”
Sereen hield hij de nieuwe aanwinst voor de neuzen van de jongens. Het had iets weg van een ouderwetse stofzuiger, waar de zak aan de stang vast zit, alleen zat hier onderaan geen zuigmond maar een ronde kap met erin een plastic touwtje dat aan een as in het midden was bevestigd.
“Dit lijkt wel een gewoon geel met rood touwtje,” zei de vader van Jeroen terwijl hij de jongens even aan het koordje liet voelen, “maar als je het ding aanzet,” en met een knal joeg hij het ding aan dat hevig begon te sputteren en daarna jankte als een verstopte verwarmingsinstallatie, “dan kan ‘ie met gemak al jullie vingertjes eraf hakken.”
Hij zwierde het ding sierlijk langs de drie jongens, die achteruit deinsden. Jeroens vader bracht het ding tot stilstand. Toen het gejank in de galm van de loods was weggestorven klonk alleen het opgewonden neusademen van de jongens nog.
“Of een marmotje, hij kan zo een marmotje tot puree malen.” De vader van Jeroen lachte luid. “Of een pasgeboren baby!”
Hij gierde van het lachen.
“Maar!” riep hij, ineens met een kwaad gezicht.
De knal van het woord startte een nieuwe galm.
“Dit is geen kinderspeelgoed! Laat ik niet een van jullie ooit bij dit ding betrappen! Want dan zwaait er wat. Als ik ooit iemand van jullie met dit ding in die kleine tengeltjes van jullie zie, dan zal ik eens laten voelen hoe dat voelt om je tengeltjes in dit apparaat te steken. Gesnopen?”
Het was even stil.
“Nou?”
De jongens knikten.
“En dan wordt het moeilijk vinger opsteken als er geplast moet worden bij juffrouw Maria. En jullie willen toch naar de wc, of niet soms hè?”
Weer stil.
“Nou?”
De jongens haalden hun schouders op.
“Dat dacht ik. Zeikertjes. Dat zijn jullie.”
De vader van Jeroen hing de bordergrasmaaier weer terug waar hij hoorde. Met witte verf had hij onder de haak waar het ding hangen moest de contouren van de maaier overgetrokken. Fluitend liep hij de loods weer uit.
Nog geen vier minuten later stonden Maurice, Jeroen en Boris buiten op het kindergrasveldje achter de loods om de bordergrasmaaier heen.
“Nou,” zei Boris, “wie jenkt ‘m aan?”
Maurice en Jeroen haalden hun schouders op. Boris keek rond, achter zich en trok met een ruk aan het koord dat de motor aanjoeg. De maaier begon te sputteren en met een zwiep startte het touwtje met zwaaien. Een scherp gesnerp klonk. Gehypnotiseerd keken de jongens hoe het touwtje nu een rood met gele schijf leek, zo snel draaide het in het rond.
“Hoppetee!” riep Boris. Hij deed een paar stappen achteruit en maaide zo een streep uit het gras. Kluiten aarde sproeiden op.
“Moet je niet een standje lager?” riep Jeroen boven de herrie uit, maar Boris rende het grasveld over een wervelwind van gras en zand achter zich aan.
“Moet ik jullie haren knippen?” riep Boris terwijl hij op de jongens afrende.
“Zo was dat scalperen een stuk makkelijker geweest bij de cowboys . Hier komme’ met die haren!” Joelend rende hij achter de jongens aan. Maurice en Jeroen verscholen zich tussen de dennenbomen die het veldje afbakenden en Boris zette de bordergrasmaaier uit. Aan de andere kant van het veld klok luid een paniekklop op de bodem van het hok van het konijntje van de familie van Jeroen. Boris keek om. Met een ruk zette hij de maaier weer aan en begon in een rechte lijn naar het hok te lopen. Gillend kwam Jeroen uit de dennenbomen rennen en in een blinde paniek sleurde hij het kleine zwarte hangoorkonijntje uit het hok en krulde zijn lichaam om het kleine beestje heen.
“Niet doen!” schreeuwde hij. “Niet doen!” en begon te huilen.
Boris zette de bordergrasmaaier uit en liet ‘m op de grond vallen, stapte op Jeroen af en sloeg een arm om hem heen.
“Je moet Freek me rust laten,” zei Jeroen met een natte overslaande stem.
“Sorry, het was een grapje.”
“Wat hebben jullie godverdomme daar op dat gras?” klonk het plotseling uit de deuropening van de loods. De vader van Jeroen schreeuwde vanuit zijn tenen.
“Godverdomme!”
Zijn kop was rood. De jongens spurtten weg, de dennenbomen door, richting het maïsveld. Vloekend hoorden ze Jeroens vader achter hen aankomen, terwijl ze zich een weg baanden door de scheuten van de maïs, rij na rij na rij, tot ze besloten zich nu maar te verstoppen. Stil zaten ze met z’n drieën tegen elkaar te luisteren naar het schuren van de maïsstengels langs de zoekende man die door het veld liep, Jeroen drukte tussen Maurice en Boris in stevig Freek tegen zich aan. Ze hielden hun adem in, met alleen de snelle ademhaling van het kleine konijntje. Luisterend naar het gescharrel van Jeroens vader door de maïs, als één adem samen met Freek, als één lichaam daar tussen de scheuten, terwijl het langzaam stil werd, tot meneer Lewiszong weer naar de boerderij ging, het donker werd, in de verte de klok van het klooster vijf uur sloeg en ze met hangende pootjes weer terug naar huis moesten, naar de keuken waar het raam een vierkant van licht op het erf wierp en waar de pannen op de tafel werden gezet voor het avondeten.