Natte K-mensen

De drie mensen aan de tafel naast me in de kroeg zijn de hele tijd aan het zeuren. Het is een zeuren dat ik nog niet vaak heb gehoord. Het gaat heel terloops, alsof ze een gewoon alledaags gesprek aan het voeren zijn. Misschien is dit voor hen ook een alledaags gesprek. Volgens mij is dit hoe ze communiceren.
“Waar is de vork? Waarom is er geen vork? Die mevrouw heeft geen vork gebracht. O, hier is de vork” en “Wat is het hier stil. Kijk daar in de hoek hangt een speaker, maar die doet het niet, die staat niet aan. Waarom staat die speaker niet aan? Het is zo stil hier. Echt stil, hoor. En die speaker staat gewoon uit” en “Waar blijft dat broodje? We hebben toch net een broodje besteld? Dat broodje is er nog niet.”
Het zijn mensen die stil zijn als ze eten. Dan hoor ik alleen gesmak en het kraken van de korst van het brood. De man heeft een zachte stem met een zachte G. Hij praat als een priester, met een natte K.
“Mag ik een karaf water,” zei hij tegen mijn collega. “Kraanwater.”
Ik moest ineens aan een doopvont met wijwater denken.
Volgens mij is de jongere vrouw de dochter van de mevrouw. De mevrouw tegenover de dochter heeft een knoestig hoofd en auberginepaars geverfde haren.
Waarom toch altijd die auberginepaars geverfde haren?
Ze praten over geld en een wereldreis van de dochter. Ze lijken het allebei niet leuk te vinden, die wereldreis. Van de man naast de jonge vrouw kan ik niet goed inschatten wie hij is. Het lijkt dat hij de vriend is van de moeder, maar hij heeft wel de leeftijd van de jonge vrouw.
Ze praten nu over Berlijn, waar de moeder met de man is geweest.
“Hoe was het?” vraagt de jonge vrouw. Ze heeft een hele lage stem. Ze praat af en toe in het Engels. Ik heb nog niet kunnen ontcijferen waarom.
“Nou ja, het was wel leuk, maar Berlijn is ook een beetje… Ja… Zozo. Een niksige stad.”
“En daarna zijn we een paar dagen naar Londen gegaan,” zegt de man.
“Maar dat was wel weer heel druk,” zegt de moeder.
“Ja, echt heel druk.”
“Niet leuk.”
“Nee.”
“O,” zegt de jonge vrouw.
“En heb je al werk voor tijdens je reis?”
“Nou ja, it’s all a little bit jiggle jiggle with money. Kijk, dan drie maanden op één plek is also fun, je weet wel: leuk, maar het is like ook niet handig als ik de volle zes maanden moet, you know, fulltime in catering. Maar ja, ze zeiden van ‘Your language skills are, like, superb’ dus ja, en ik in het Spaans..” -ze praat een stukje Spaans- “… Nou ja, dat weet je het wel.”

Het eten wordt geserveerd.
“Wat is dat?” vraagt de moeder.
“Dat is wroekola,” zegt de jonge vrouw, het laatste woord met een Engelse tongval. Ze neemt een hap. “Oe, hot,” zegt ze.
Het is stil.
Alleen messen en vorken die door frietjes snijden en op het bord tikken.

“Oe, da’s niet lekker dat huidje van de garnalen.”
Nee, dat zijn pelgamba’s.
Kent u de pelgamba niet?
De pelgamba is de wiener schnitzel van deze tijd.

“Hoe was dat potje?” vraagt de mevrouw aan de man.
“Heel lekker,” zegt de man.
“O, zo zag het er niet uit.”

Ze hebben de volle drie kwartier dat ze naast me zitten nog niet gelachen.
Ik heb zin om bij hen op de tafel te slaan, zo hard dat alle kommetjes en bordjes een sprong maken. Misschien moet ik daarna een vieze mop vertellen en daar dan hysterisch om gaan lachen. Misschien moeten ik iedereen mobiliseren en dan in een rij, al dansend, door de kroeg Girls just wanna have fun gaan zingen.
Dansend en zingend de zaak uit, het plein over.

Ik ben moe.
Ik heb zin om in bed te kruipen en tot morgen te slapen.
Ik heb zin om achttien uur te slapen.
Ik heb zin om tegen de mensen naast me te schreeuwen dat ze niet zulke zure kutkoppen moeten trekken.
Ik heb zin om de mensen naast me te kietelen. Zo hard dat ze over de grond rollen, gierend van de lach, en smeken om te stoppen.
De velletjes van de pelgamba’s in het rond strooiend als confetti.
Dat het feest is.
Eindelijk feest.

Ik moet naar bed.

So ronery

1.
Waar was jij toen Kim Jong-il Václav Havel stierf?

2.
“Was het nou Bush die Kim Jong-ll ‘ Kim Jong the second’ noemde?” klik

3.

Niet kunnen dichten: een verslag

14u00 Beginnen aan een sinterklaasgedicht.
14u01 Regel typen: Sint zat eens te denken.
14u02 Regel wissen.
14u03 Regel op Facebook posten: Dichten. Ik kan daar dus echt werkelijk geen hol van.
14u05 Besluiten een sonnet te schrijven.
14u06 Tegen zelf zeggen: een witersblock bestaat niet.
14u08 Met vingers op tafel trommelen en naar knipperende cursor kijken.
14u10 Denken aan Sonnet van The Verve.
14u11 Sonnet van de The Verve op YouTube opzoeken.
14u14 Sonnet op repeat draaien.

14u20 Door keuken dansen en in de garde zingen van Yes, there’s love if you want it! Don’t sound like no sonnet, my lord!
14u30 Garde afwassen.
14u35 Kip vangen.
14u40 Binnen laken pakken om kip te vangen.
14u50 Huisgenoot vangt kip.
14u51 Me afvragen hoe ik als kind in hemelsnaam zo goed in kippen vangen zonder laken en huisgenoot kon zijn.
14u52 Rechtervleugel van kip bijknippen.
14u53 Gillen en roepen of er echt geen gevoel in veren zit.
14u54 Veren in vuilnisbak gooien. Zwaaien naar kip die met armen over elkaar kwaad in de hoek van de ren zit. Andere kippen lachen stiekem achter hun (onbeschadigde) vleugels.
14u58 Weer achter klaptop.
15u00 Sonnet weer aanzetten.
15u08 Afvragen of het kan om Dennis of Seb te mailen met vraag of ze gedicht willen schrijven voor geld.
15u09 Met vingers op tafelblad trommelen.
15u12 Thee zetten.
15u15 Mail weggooien met aanhef: Beste Seb en Gaens, ik vroeg me af of…
15u18 Hardop tegen zelf zeggen: Ik ben toch potverdomme een schrijver.
15u20 Met hoofd op toetsen liggen en zeggen: Ik ben een barvrouw. Ik ben een barvrouw.
15u21 Thee drinken.
15u25 Regel typen: Sint zat eens te denken.
15u26 Regel wissen.
15u27 Facebook checken. Zes mensen vinden dat ik niet kan dichten leuk.
15u28 Het woord Leuk hardop uitspreken.
15u30 Baco Pirelli belt en maakt meteen drie gevatte grappen over kado.
15u32 Ophangen en overwegen om terug te bellen om te vragen of Baco het gedicht schrijft.
15u33 Tegen zelf zeggen: een witersblock bestaat niet.
15u34 Met vingers op tafelblad trommelen.
15u35 Een weblogstukje typen.