Nep-reiger

Vanavond was ik huisschrijver tijdens een zeer interessant en verhit (“nou, en vooral ook erg smeuïg,” constateerden we achteraf) debat met Martijn de Koning, Mohammed Ajouaou, Erik Borgman en Hans Jansen tijdens Lux Live. De gemoederen liepen redelijk hoog op, vooral tussen Hans Jansen en de andere drie, met een soms van ontzetting inademend publiek dat sputterend meneer Jansen van repliek probeerde te dienen.
En ik zat daar maar en typte.
Achteraf hoorde ik dat het niet meneer Jansens sterkste debat was geweest, en dat was jammer, want nu had er voornamelijk een boze ouwe meneer aangeschoven gezeten.
Hoe dan ook, ik had de onzalige taak om de avond af te sluiten met een stukje (kijk! Ik zeg “een stukje!”) vrolijk proza.

Nou, dat liet ik me geen twee keer vertellen.


(Overigens: Mijn stem trilde tijdens het voordragen, zo boos was ik op dat moment. Dat mag u er, alleen als u zin heeft, bij denken.)

~

1.
Ikzelf kom uit een klein gat onder de rook van Venlo en wij hadden alleen maar Rooms Katholieke kinderen op de lagere school. Zelfs Bayanai uit mijn klas had de communie gedaan, dat terwijl zijn ouders van de Filippijnen kwamen en hij en zijn ouders de enige allochtonen in het hele dorp waren. Als pubers voetbalden we vaak op het plein waaraan ik woonde. Aan de andere kant van het plein woonde meneer Bleker met zijn vrouw en meneer Bleker was met pensioen en hield met hart en ziel van zijn tuin. Regelmatig vloog onze bal in de keurig aangeharkte tuin van meneer Bleker, die vervolgens dan met een rood hoofd de voordeur uitgestormd kwam en altijd Bayanai bij de kladden greep, die wij dan weer vervolgens met veel moeite uit de kleine klauwtjes van meneer Bleker moesten redden. Ik moest net aan deze situatie denken. Meneer Bleker wist precies wie Bayanai was, vond hij, hij wist precies hoe ze in elkaar staken, die buitenlanders die ervoor hadden gezorgd dat de plastic nep-reiger naast zijn vijver naar de gallemiezen was.
Soms klinken mensen alsof ze heel erg veel moslims kennen en veel in de wijken waar veel moslims wonen komen, omdat ze zeggen dat ze heel erg veel van moslims afweten, maar toch zien die mensen er gek genoeg wel steeds precies hetzelfde uit als meneer Bleker.
Ieder mens is bang en daar vallen altijd gevaren bij te vinden.
Of het nou om een gazon als een biljartlaken met een plastic reiger langs de vijver gaat of om ons prachtige prachtige Holland.

2.
Ik zal nog maar eens ouwe koe van mezelf uit de sloot halen, want ik ben van menig dat ik elke opvatting van Geert Wilders kan pareren met de volgende anekdote, en dat is de anekdote van die keer dat ik in Venlo carnaval vierde met Geert Wilders. Het was rond 2001, de tijd dat Wilders nog gewoon bij de VVD zat, in de schaduw van Ayaan Hirsi Ali stond en nog geen bewaking had. We stonden achterin De Witte met een groep van een man of tien en zoals dat gaat in Venlo met carnaval werd er stevig gedronken, gerookt en gedanst. Geert Wilders, die destijds een vriend van iemand uit onze groep was en –en dit is niet gelogen- verkleed als admiraal, nam elk rondje aan en grabbelde gretig sigaretjes uit de pakjes die hem voorgehouden werden.
Hier komt nog een heel verhaal tussendoor van mijn broer die verkleed als Fidel Castro steeds probeerde Geert Wilders over te halen om met zijn Che Guevara-vlag te wapperen, maar goed, dat geheel terzijde.
Hoe dan ook: de avond eindigde, en ook dit is niet gelogen, met Geert Wilders die vertrok nèt op het moment dat hij aan de beurt was om een rondje te geven, ons achterlatend met lege glazen, lege sigarettenpakjes en lege beurzen.
Dus als Geert Wilders nu zegt dat er kopvoddentaks moet komen, of dat er een tsunami van Islamisering te verwachten valt of dat Henk en Ingrid voor Mohammed en Fatima moeten betalen, dan roep ik altijd tegen de tv: Ja, meneer Wilders, dat kan allemaal wel wezen, maar jij mag niks zeggen, want jíj betaalt geen rondjes in de kroeg.
Met je Hollandse normen en waarden.
Bah.

3.
“Was het een leuke avond?” vroeg de taxichauffeur, nadat ik mijn logeeradres had gemummeld.
“Geweldig,” zei ik met dubbele tong. Uit mijn tas walmde frietlucht. “Maar ik val nu gewoon echt om. Je kent dat misschien wel, dat je zo’n honger hebt dat je denkt: ik val gewoon godverdomme om.”
Het was even stil.
“We hadden allemaal toneelvoorstellingen,” zei ik.
“Ging het goed?” vroeg de taxichauffeur.
Ik vertelde. De taxichauffeur vertelde. We praatten over toneel. En Linkse Hobby’s. En kunstenaarsuitkeringen. Over Venlo en over Wilders. Ondertussen reden we langs het park en over rotondes.
We reden de verkeerde kant straat waar ik logeerde in.
“O,” hikte ik, “eenrichtingsverkeer.”
“Nou,” zei de taxichauffeur, “ik zie geen Wilders hier om ons te bekeuren.”
We gniffelden.
“O nee, geen Wilders,” riep ik. “Dat is een rondjesbietser!”
“En wij zijn criminelen!” riep de taxichauffeur.
“Help! Een linkse hobbyist en een moslim!” riep ik.
“Bel de politie!” riep de taxichauffeur.
“O nee!”
“Aargh!”
“En ik woon al eenendertig jaar hier!” riep de taxichauffeur.
Gierend van de lach stopten we voor het adres waar ik verbleef.
“Ik ook!” riep ik.
“Wat?” zei de taxichauffeur.
“Ik ben eenendertig,” zei ik.
We schudden elkaar de hand.
“Als we dit nou zo de komende jaren blijven doen, dan komt het misschien nog allemaal wel goed,” zei ik.
“Laten we het hopen,” zei de taxichauffeur en we klopten elkaar op de schouder.
Ik rekende af en stapte uit.

Een kopstoot van Eva Mouton

Godsamme, wat was het een fijne avond afgelopen vrijdag bij de presentatie van Moutons tijdschrift Kopstoot met 96 pagina’s aan teksten en tekeningen. Fijn!
Hieronder de tekst die ik voordroeg, waarbij ik deed alsof ik Eva was. Dat lukt natuurlijk nooit: doen alsof je Eva Mouton bent, maar toch: niet geschoten, niet waar?

~

Buiten zit de buurman op een klapstoel in de regen. Ik sta voor het raam in de keuken met een kop thee in mijn hand en kijk naar hem. Op zijn knie heeft hij een pijpje bier staan. Ik kijk op de klok, het is half elf in de ochtend. Het begon met een beetje miezer, een half uurtje terug, dat zag ik toen ik de waterkoker aan het ontkalken was en naar buiten keek. Miezer doet me altijd denken aan de plantenspuit van mijn ouders in de zomer, als ik in het gras lag en met de mist uit de spuit een regenboog probeerde te maken. De buurman dacht misschien ook aan vroeger in de tuin van ouders toen hij besloot om zijn klapstoel naar buiten te slepen en met een biertje in de tuin te gaan zitten. De waterkoker blijkt te lekken nu ik hem ontkalkt heb. Ik heb maar een pannetje op het vuur gezet voor de thee.
De buurman woont aan de overkant van ons binnenplein in het huis met de kleine ramen. Ik vraag me af waarom mensen huizen bouwen met kleine ramen. Het enige praktische dat ik kan verzinnen is dat je ze dan minder hoef te lappen. Ik lap graag de ramen, tenminste, als ik eigenlijk iets anders moet doen, zoals typen of een deadline halen. De overbuurman is eigenlijk een rijke dokter, maar hij zit al maanden thuis. Het was hem allemaal teveel geworden ineens, de werkdruk en de verantwoordelijkheid. Het kon hem ineens allemaal niks meer schelen, die zieke mensen. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, maar stelt u zich toch eens voor dat u een dokter heeft die het allemaal niks meer kan schelen en dat u daar zit op die tafel in uw ondergoed. Dat hij maar wat luistert met die stethoscoop en ondertussen denkt aan de biertjes in die in zijn koelkast op hem liggen te wachten. Terwijl u misschien wel dood aan het gaan bent. De buurman knoopt graag praatjes aan als ik op het binnenplein ben om de was op te hangen. Hij ziet niet zoveel mensen meer, vertelde hij.
“Mijn vrouw is bij me weggegaan omdat ik stopte met de praktijk,” vertelde hij. “Ze was blijkbaar toch alleen bij me omdat ik veel geld heb.” “Had,” zei hij erachter aan.
Ik kijk naar hem in zijn klapstoel. Ondertussen slaat de regen met grote slagen over de klinkers van het binnenplein. De haren van de buurman hangen in natte strengen langs zijn hoofd. Hij heeft zijn flesje bier leeg. Misschien heeft hij wel gelijk dat zijn vrouw hem buiten het geld verder niet interessant vond. Ik blaas over mijn thee.
“Ik vouw tegenwoordig dozen op de sociale werkplaats,” vertelde hij de laatste keer, toen de zon nog scheen. Daarna was het even stil gebleven. Alleen het geluid van mijn knijpers die de natte kleren aan de lijn klemden. Die laatste keer liet ik de stilte duren, net zolang tot ik klaar was en hem kon groeten met de lege wasmand op mijn heup. De keer ervoor had ik in een stilte Hollanders voor hem nagedaan. Dat kan ik goed, dan zeg ik dingen als “Sjo hee” en “Gezellig hoor” en “Sjekor wete’”. Volgens mij vond hij het niet grappig, want hij had alleen wat geglimlacht, naar de klinkers van het binnenplein gekeken en aan de zoom van zijn vest gefriemeld. Misschien denkt hij aan vroeger als hij stil is. Het moet heel vervelend zijn om niemand te hebben om mee te praten als je steeds moet denken aan hoe het was als je niet praat.
Bert vind het wel grappig als ik Hollanders na doe. Buiten heeft de hoosbui apocalyptische vormen aangenomen. Water gutst via hem langs de metalen stoelpoten op de klinkers en dikke druppels spatten op zijn helm van nat haar uiteen. Mijn beker is leeg en ik kijk naar het pannetje waar een theezakje in drijft. Buiten kraakt een onweersslag. Ik moet weer aan het werk. Beneden wacht me een leeg vel papier en een rijtje potloden.
Pas zei de buurman dat hij alleen maar dingen doet om met iets klaar te kunnen zijn zodat hij op de bank kan gaan liggen.
Bert en ik hebben het maar goed.
Ik sluit de gordijnen.

Spam en ik: een geschiedenis

1.
Inkomende reactie, zondag 20 november 2011, status: verwijderd, van Buy Anabolics in reactie op Grote Trolley:
Aanzienlijk, dit bericht is echt de liefste over dit opmerkelijke onderwerp. Ik harmonie met uw conclusies en zal dorstig kijken uit naar uw inkomende updates. Zeggen dank zal niet alleen voldoende zijn, voor de fenomenale helderheid in uw schrijven . Ik zal direct grijp uw rss feed op de hoogte blijven van alle updates. Bewonderenswaardig werk en veel succes in uw zakelijke transacties ! Please Excuse My gebrekkig Engels want het is niet mijn eerste tong.

2.
Inkomende mail, maandag 21 november 2011, van Best Penis:
Dear Gentleman,
Enlargement Pills have been featured across major media outlets around the world, including ESP and Fox News, with dozens of positive reviews. This is the only Male enlargement supplement that has been PROVEN in clinical trials to enlarge your penis – safely, quickly, and importantly – PERMANENTLY.
Here were the results in 5,000 randomized male subjects who took MaxGentleman for 6 months:

* Increase in penis length by 1-3 inches
* Increase in penis width by 20%.
* Aids in preventing Premature Ejaculation.

Ahum. Etc.

3.
Uitgaande statusupdate, maandag 21 november:
HMDODHBS
13 hours ago
Ik kreeg net een mail van Best Penis. Kijk, dat vind ik nou flauw van die ouders.

Johan R., Sebastiaan A. and Geertje R. like this.

Alexander Peterh.
Hoezo? Erger lijkt me Worst Penis, of iets dergelijks. Ik bedoel, als je dan Penis van achteren heet…
5 hours ago

Baco P.
Worst Penis. Goedemorgen.
5 hours ago

Geertje R.
Waar is Jules de Hond als je ‘m nodig hebt?
4 hours ago

Daan W.
Ik vind Worst Penis persoonlijk ook een beetje dubbel op.
3 hours ago

Alexander Peterh.
Het zou wel een spannende Wie Van De Drie maken.
“Mijn naam is Worst Penis, en ik schrijf voor Geen Stijl..”
28 minutes ago

HMDODHBS
Dit is de mooiste dialoog die ik in tíjden las.
Echt.
In jaren.
11 minutes ago

Zaterdag

1.
De jongen die dus vergeet te reserveren voor zijn vrienden en zich er dan met een Jantje van Leiden vanaf maakt door effe snel online te reserveren terwijl hij zich ook nog eens door zijn vriend laat rondfietsen, is dus gewoon dezelfde als de man die Wibi Soerjadi (toch al “cherm” van zichzelf) aan de Senseo helpt. Hoe hebben ze die hoeven en die hoorns uit het beeld kunnen shoppen? En die drietand? En die gespleten tong?

2.
Het is echt het aller grofst dat ze zo’n programma als Obese door een keu als Wendy van Dijk laten presenteren.

3.

4.
Jajajaja, ik heb inderdaad een avond voor de tv. Met de bank. En ik heb zojuist een fles bubbels opengetrokken bij mijn magnetronmaaltijd.

Kleine mensjes op het strand, grote hoofden in de wolken

hoe-maak-ik-een-filmposter.jpg

Froot laat zien hoe Christophe Courtois laat zien dat filmposters maken heel’maal niet zo moeilijk is.
Daar houden wij van: mensen die ons dingen laten zien.
Hoezee!

O, en we houden natuurlijk van structuur, duidelijkheid en dat de dingen des levens heus niet allemaal toevallig en zonder reden gebeuren. O, en van dingen die te vatten zijn in een checklist. Ja… dat vooral: de checklist.