Een vlokje Millennium het Hoorspel

~ door de Hoorspelfabriek ~

fragment-1.wav

De man met de smeuïgste en de man met de mooiste stem van Nederland. Ofwel: Maarten Wansink als Dragan Armanski van Milton Security en René van Asten als Dirch Frode.

Ik krijg tegenwoordig ook nederlandstalige spam. Het is soms net poëzie. Deel II

Wanneer u hаve а paar vrouwen past in je kast
Je een aantal van de eаsiest, meest versаtile
And meest indrukwekkende onderdelen
Van dameskleding аvаilаble hаve
Het vinden van de perfecte vrouw
Kostuums voor elke occаsion
Bent u hier aan het juiste plаce
U zult аble om te kiezen lаdies‘ past
Thаt аre flаttering op u
And passen bij uw stijl met behulp van deze koopgids

Drie avonden op rij schonk ik bier in de kroeg

1.
“Oké. Luister. ‘Mijn zoon was gisteren jarig…’”
“‘Hij werd acht jaar oud, de schat.’”
“Inderdaad. Oké. ‘En toen op zekere morgen…’”
“‘…zei hij vader ga je mee.’”
“Juist.”
“Ja? En?”
“‘Mijn zoon was gisteren jarig’ en ‘En toen op zekere morgen…’”
“Verdomd.”
“Juist.”
“Dat kan niet.”
“Juist. De enige morgen dat het kan, is vandaag.”
“Verdomd.”
“Juist. Wist je niet, hè?”
Ik schudde mijn hoofd.

2.
“Zeg, die Afrikaanse groente op de kaart, wat is dat precies?” vroeg Bas van de Plak op het terras.
Huisgenote annex collegette ademde in om antwoord te geven. De Afrikaanse groente op onze kaart is namelijk een stoofpotje van bonen, tomaat en van zulks. Zoetzuur.
“Da’ is gewoon heel erg weinig groente,” zei ik in het voorbijlopen, met mijn dienblad op mijn vingers. Bas, zijn tafelgenoot en huisgenote annex collegette keken me aan.
Tumbleweed waaide voorbij.
Krekels begonnen te tjirpen.
Ik rende gauw naar binnen.

3.
“Wat ik zo vreemd vind,” zei ik terwijl ik tussen de taps doorhing. Op de speakers zongen de Carpenters. “Is dat Karen Carpenter niet allemaal liedjes over eten heeft geschreven. Ik bedoel, die had de héle dag honger.”
Aan de bar nam iemand een slok.

4.
“Mevrouw,” zei de jonge jongen met een hete aardappel in zijn keel, “ik vroeg mij af of het misschien mogelijk is om met mijn gezelschap een rekening te openen.”
Achter hem schoven vijf pukkelige jongens aan een tafel. Allemaal met een stropdas en een jasje.
“Wat?” vroeg ik. “Gewoon voor nu?”
“Ja. Een rekening.”
“Ja, natuurlijk.”
De jongen noemde een onverstaanbare naam.
“Watte?” zei ik.
De jongen noemde de naam nog eens.
“Dat is de naam van ons bedrijf.”
Ik keek hem niet begrijpend aan.
“Die heeft u toch nodig voor de rekening?”
De aardappel in zijn keel leek steeds heter te worden.
“O,” zei ik, “iedereen drinkt hier op rekening. Jullie zijn gewoon tafel vier.”
“O.”
Ik glimlachte, knikte kort en haalde mijn schouders op.
“Bier dan maar?” vroeg ik.
De jongen herschikte de knoop van zijn stropdas, schraapte zijn keel.
“Ja, lekker.”
“Zes?”
De jongen knikte.

5.
“Wie zijn dit?” werd vanaf een tafel tegenover de bar geroepen. Iemand wees naar zijn oor en daarna naar de box in de hoek van het plafond.
Karen Carpenter zong van “Your guitar, it sounds so sweet and clear. But you’re not really here. It’s just the radio.”
Ik wierp een prop papier naar hun tafel, die met een plons in een biertje terecht kwam. Ondertussen werd er aan de bar uit volle borst “Don’t you remember you told me you loved me babyyyyyyyyyy. You said you’d be coming back this way again, babyyyyyyyyyyyy. Baby, baby, baby, baby, o babyyyyyyyyyyy! I love yououououououou! I really doooo!”
Ik bracht de tafel tegenover een vers biertje.
“Sorry,” zei ik terwijl ik het verse biertje omwisselde met het glas met de prop. “Dit zijn the Carpenters. Dat gaat me altijd nogal aan het hart.”
De tafel keek naar de zingende mensen aan de bar.
“Mooi,” zeiden ze.
Ik keek ook naar de bar.
“Ja,” zei ik.

6.
“Deze jongen hier vind het bier veel te duur hier,” zei de jongen met de hete aardappel in zijn keel. Naast hem zat een kleine bleke jongen met vettig haar.
“Bij ons kost een Duvel de helft van de prijs,” zei de jongen met een sterk Vlaams accent.
“Ach heden,” zei ik. “Nou, een paar blokken verderop zit nog een rustiek één-euro-café, dus ik zou zeggen: probeer het daar eens.”
“En twee euro veertig voor een pilsje! Dat kan toch helemaal niet!” riep de Vlaamse jongen. Ik zette nieuwe glazen neer. “In België is alles veel goedkoper dan hier.”
“Ja,” zei ik. “Maar jullie hebben weer geen regering.”
De tafel viel stil.
Ik rende snel achter de bar.

7.
“Nee, het is: ‘En toen de andere morgen.’”
“Niet.”
“Wel.”
“Nee, toch?”
“Zeg, leer mij André Hazes kennen.”

8.

9.
Die nacht fietste ik met huisgenote annex collegette naar huis. De straten waren nat. Thuis zat kat Molly te spinnen op de mat voor de voordeur. Binnen zette ik nog thee. De kippen werden alvast gevoerd.
We hebben het maar goed.

10.
karen-carpenter.jpg

11.
En toen later, de andere morgen op zekere morgen de andere morgen, op Facebook.


HMDODHBS > ENKIE

Het is “en toen de andere morgen!”, het is “en toen de andere morgen!”

D’N LEE
Shit shit waar is dat ook alweer van??

ENKIE
Dat had het moeten zijn, ja! Dat had het moeten zijn!

HMDODHBS

En toen de ándere morgen!

D’N LEE
Ooooooh jaaaaa!

ENKIE
Ja hallo!
Heeft ie ‘t postuum ‘n beetje lopen verbeteren?
Hier! ‘Op zekere morgen.’

Ik krijg tegenwoordig ook nederlandstalige spam. Het is soms net poëzie.

Als u vergelijken van verschillende flatscreen-tv
Kunt u zich gebombardeerd met een aantal verschillende opties
Hoewel er veel discussie over
Welke flat-panel televisie monitor
Is de beste
Is de LCD TV in snel tempo van de koploper
Is de LCD TV te gebruiken technieken
Waar kleine pixels
Worden geproduceerd
Door vloeibare kristallen

(De opmaak is overigens van mezelf. Daar valt nog wel wat te winnen bij die spamvertalers. Where ever they may be. *zwaait*)

IJdeltuiten en dikke dikke tranen op de bank

Godverdomme, wat een ongelofelijk goeie film vond ik Control van Anton Corbijn gisteren. Ik weet ook niet hoe het kwam dat ik die nog nooit gezien had.


En hij speelt ook zo goed, die Sam Riley.

Het was heel fijn, alleen op de bank op half twee ‘s nachts, onderwijl twitterend met P de DJ en Journaliz van “Buuuu!” en “potjandorie potjandorie potjandorie”.

Die middag keek ik met d’n D. Backbeat. Ik had afgelopen zaterdag een documentaire over filmstudio Polygram gezien en besloten dat deze Beatlesfilm eens bekeken moest gaan worden, de film waarvan ze verwacht hadden dat ‘ie meer zou gaan doen dan Four weddings and a funeral.
Maar, jonge jonge jonge, wat een pathetische zeikfilm. Zo’n film waarbij je in lachen uitbarst als er iemand dood gaat, en dat kan natuurlijk helemaal niet: lachen als er iemand doodgaat. Amerikanen Stephen Dorff en Sheryl Lee zetten twee zeer onsympathieke ijdeltuiten neer, waar je geen enkel moment een band mee voelt. Opbokken, dacht ik steeds, ik wil the Beatles zien.
Misschien is dat wel de allergrootste fout die een actreutel kan maken, dat een rol onderdeel uitmaakt van ijdeltuiterij. Ik was blij dat we nooit meer veel van Dorff en Lee gehoord hebben. Bah bah.


Al valt voor haar “Tadaaaa” wel wat te zeggen. God, wat miste ik Laura Palmer.

Four seasons in one day, want de twee films hadden niet meer uit elkaar kunnen liggen. (Control was trouwens keuzefilm van Step Vaessen in Zomergasten. Ook zo iets, trouwens: dat steevaste gezeur tijdens Zomergasten. Het is zo makkelijk en dat bedoel ik niet eens op een met-voetballen-heeft-Nederland-zestien-miljoen-bondscoaches-manier, maar gewoon op een jezus-wat-is-dat-makkelijk-manier. Ik vond het een gans mooie avond weer, gisteren.)
Die Anton Corbijn. Zomaar gewoon met eigen geld zo’n mooie film maken. Met weergaloos spel van Sam Riley en Samantha Morton en evenzo mooie cinematografie.
En dikke, dikke tranen op het einde. Alleen op de bank in het holst van de nacht met een dekentje. Want zo hoort dat, als er iemand sterft.

Verlaag net als Karin

“Ik heb een druk leven, drie kinderen, een theatertour, feestjes…”
Ja, en een dikke hypotheek die ook betaald moet worden klaarblijkelijk.