Meneer Verhelst

Het werd zomerweer en het werd vakantie en meneer Verhelst werd met een slagroomtaart met “Bedankt meneer Verhelst” erop geschreven in marsepeinen letters bedankt voor de vele jaren dienst. Hij pakte zijn tas, zijn sigarendoosje en schudde Katrien voorzichtig de hand.
“Ik heb iets voor je,” zei hij, en hield twee boeken met een papiertje eromheen voor zich. “Voor jou. Misschien nog wat te vroeg, maar anders kun je het altijd nog even een paar jaar op de plank laten rijpen.”
“Als wijn,” zei Katrien.
“Als wijn,” zei meneer Verhelst. Ze pakte het uit. De Vreemdeling van Camus en Met Gesloten deuren van Sartre.
“Leuk,” zei Katrien.
“Nou, dat valt nog te bezien,” zei meneer Verhelst, terwijl hij een sigaar aanpufte. Hij klopte Katrien op het hoofd.
“Het ga je goed, meske,” zei hij.
Katrien knikte.
Oké.
Oké.
Het ga me goed.
Twee weken later overleed de vrouw van meneer Verhelst.
Een week daarna schoot er een Te Koop-bord op in zijn voortuin. Hij laadde een aanhanger vol met spullen en reed de hoofdstraat uit.
Katrien heeft hem nooit meer gezien.
Ze stelde zich hem voor in zijn auto op weg naar weg van het dorp. Ze stelde voor hoe hij blij aan het zingen was terwijl de ruitenwissers zwiepten op de maat van de slagregen tegen de voorruit. En dat hij dacht “de hel, dat zijn de anderen” wanneer hij de Pyreneeën inreed. De rochelende vrouw die nu ineens dood was en al die verkeerde keuzes achter zich latend. Zijn ouders in hun graf, zijn broers met de lelijke kinderen, de slager die hem altijd een ons teveel verkocht, alles liet hij achter en hij zong.

Een rondje stad met d’n Fem

230620111300-400×300.jpg
“Wat is dit? Nee, wacht… Ik bedoel: wát ís dit?!”
“Behalve dat er drie van zijn en dat iemand ze ergens met 25% heeft proberen te verkopen?”
“Ja?”
“Geen idee.”
Het opzoeken van palio.nl bracht geen soelaas van onze werkelijk intense nieuwsgierigheid.
Intens.
Ik zeg het u.
Intens.
white_square-outlined1.jpg
230620111301-400×300.jpg
“Fruitmagneten?”
“Dat zijn wortels. En aubergines. En knoflook.”
Lieve mensen, dit is geen fruit.
Leugens zijn het.
Leugens.
white_square-outlined1.jpg
240620111305-400×300.jpg
En als laatste: de Kamerbeheer Service staat te huur.
“Dat wordt een oneindige lus.”

Over een tijdgat, sokken en een reislaptop

1.
9u10
In het donker stommelt d’n D. door de kledingkast.
“Wat doe je?” mompel ik vanuit bed.
“Sokken! Ik zoek sokken!”
Voordat hij mij leerde kennen waren zijn sokken nooit kwijt, maar met mij reist een tijdgat mee, al mijn hele leven lang, dat graag zaken als sokken, onderbroeken en haarelastiekjes opzuigt. Dat zit bij mij bij de prijs inbegrepen, maar gelukkig kan ik lekker koken. Verder is het een prima tijdgat, hoor. Onderhoudsvriendelijk en eigenlijk helemaal geluidloos.

2.
9u45
De telefoon gaat.
“Er belde me iemand dat ‘ie je portemonnee gevonden heeft.”
“Hè?”
“Je portemonnee. Die lag op straat. Er zat een briefje in met m’n telefoonnummer erop.”
“Hè? Maar dat kan helemaal niet. Ik kan toch niet mijn portemonnee zomaar verliezen?”
“…”
“Wat?”
“Han?”
“Nou ja, dat kan inderdaad best… Mij kennende…”

3.
10u18
Ik haal de portemonnee op bij dagactiviteitencentrum Phoenix, een cliënt van daar had ‘m gevonden.
“Bij een hele dikke boom op dat plein daar achter.”
“Ik weet nog steeds niet hoe ik ‘m heb kunnen verliezen. Ik zou toch zweren dat ik ‘t ding gisteravond bij thuiskomst vanuit de boodschappentas zo bovenop mijn handtas heb gegooid… Maar ja…”
Ik ben dan wel chaotisch en ik heb dan wel een tijdgat, maar juist daarom moet ik altijd zo goed onthouden waar ik iets neersmijt. En daarbij: mijn tijdgat houdt niet van dingen waar er maar één van is. Hij neemt altijd iets waar er duizend van zijn, zodat je op een dag fronsend met je enige laatste sok in je hand om je heen staat te kijken.
“Misschien zal ik nooit weten hoe ik dat ding verloren ben.”
Het is even stil.
“Je hebt ‘m in ieder geval terug!” roept de cliënt.
“Jaaaa!” juicht de begeleider.
“Jaaaa!” roep ik.
Alle pasjes zaten er nog in. Zelfs mijn creditcard. Er miste alleen zes euro aan kleingeld. Maar goed: kniesoor die daar om zeurt.
Met mij vertrouwen in de mensheid weer hersteld loop ik naar buiten.

4.
11u28
Ik sta op om mijn reislaptop te pakken om de notulen van gisteren rond te gaan sturen. Die heb ik gisteren vanaf de bank op de grond gemikt toen de batterij leeg was en ik te lui was om op te staan en de stekker in te pluggen.
De grond is leeg.
Of ja, er liggen schoenen, tijdschriften en stof, maar de grond is laptoploos.
Ik sta even bewegingsloos in de kamer.
In mijn ooghoek zie ik mijn tijdgat dat zijn schouders ophaalt. Ik was het echt niet, gebaart hij.
Ik loop de kamer rond. Nergens een laptop. Nergens een kabel. Ik kijk overal, ook op plekken waar hij echt niet kan liggen zoals op de plee, in keuken en tussen de dekens.
Dan ineens snap ik het.

We hebben boeven gehad.

5.
12u08
“We hebben hier ook al eens gehad dat er ‘s ochtends door iemand boterhammen waren gesmeerd, en dat het pak kaas met veel geweld met een mes was open gesneden en er was een pak sap gewoon verdwenen. We hebben nooit kunnen achterhalen wie dat nou geweest is,” zeg ik terwijl ik om de politievrouw heen drentel bij de achterdeur van de keuken.
“Juist ja,” zegt de politievrouw terwijl ze een wenkbrauw optilt. Ze is meer een politietante. Heel gezellig. Ik vind het jammer dat ik geen taart voor haar heb.
“Nee, maar dat was ook echt heel raar,” probeer ik nog eens.
De politievrouw kijkt me aan. Ik snuif even en zet mijn bril recht. Juist ja.
De bel gaat. Dat is de politiejongen die bij de buren is gaan vragen of ze iets gezien hebben of iets missen. Hij laat me zien hoe ze binnen kunnen zijn gekomen zonder iets stuk te maken. Er is namelijk nergens een spoor van braak.
“Goh, wat knap,” zeg ik. “Dan hebben ze die zes euro wel verdiend.”
“Dat gaat inderdaad nergens over,” zegt de politievrouw.
We zuchten.
“Shit zeg,” zeg ik.
“Ja,” zegt de politievrouw.
Ik hield echt van mijn reislaptop. Echt heel erg veel.
Ondertussen komt d’n D. binnen.
Samen zwaaien we de politie uit.

6.
Uitgaande sms, naar d’n D., 16u07:
En je sokken!
Ze hebben je sokken meegenomen!
Basterds!

Hoe Frenkie zo lelijk kwam

Het was begonnen bij de vader van Trui, die was twee maanden na zijn vrouw gestorven en hij had Trui alleen achtergelaten in de bakkerij. De avond na de dag dat ze haar vader in het graf had uitgezwaaid was ze in het donker midden in de bakkerij gaan zitten en dacht ze na over hoe nu verder te moeten. Het was niet overdreven om te zeggen dat haar vader zich dood had gewerkt en Trui was niet van plan om zijn voorbeeld te gaan volgen, noch was ze van plan om het voorbeeld van haar moeder te volgen, die altijd maar in haar vaders schaduw stond en Trui had besloten dat ze een kind moest krijgen en wel gauw. Ze was nu midden twintig en ze kon zichzelf wel voor haar kop slaan dat ze niet op zoek naar een man was gegaan voordat heel d’r familie de pijp was uitgegaan. Ze zou nu zeker een knecht moeten nemen, want de neven van haar vader hadden haar gezag nooit goed verdragen.
Wijsneus, noemden ze haar steevast. Waar is die wijsneus? Wat zegt die wijsneus? Hoor jij iets? Ik wist niet dat neuzen konden praten.
Ze waren vanaf nu op zoek naar een andere baan. Dat hadden ze nog voordat ze haar vader naar het graf hadden gedragen te kennen gegeven. Ze keerden terug, een paar dorpen verder, naar de baksteen- en tegelfabrieken die daar nu floreerden. Met de platte kar vertrokken ze met hun spullen terug waar ze vandaan gekomen waren en lieten Trui alleen achter, met een plafond boven zich ’s nachts waar vanaf nu ineens weer niemand op lag. Ze vroeg rond in de zaak, of iemand nog een zoon had die wilde komen bakken ’s ochtends. ’s Nachts zou ze het werk zelf wel doen. Harder dan dit kon ze toch niet werken. Op een ochtend een weekje na haar vaders dood stond er een jongen voor de achterdeur. Een jungske nog, bleek, pukkelig, mager en een beetje angstig. Perfect dus.
Continue reading…

Nu ook op ‘t Nu.nlsche

Hoezee!
Ik bedoel, toch wel de bijbel van… Euh… Ja, waarvan eigenlijk?
white_square-outlined1.jpg

Egbert-Jan Weeber en vader in luisterfilm

AMSTERDAM – Egbert-Jan Weeber en zijn vader Jan Weeber zijn samen te horen in de ‘luisterfilm’ Mama Tandoori.

Het komische portret van een Indiaas-Hollands gezin is op 13 juni te horen bij BNN Today op Radio 1, maakte de omroep dinsdag bekend.
Mama Tandoori is een luisterfilm naar de gelijknamige roman van Ernest van der Kwast. Het vorig jaar verschenen boek was een bestseller. De bewerking van Hanneke Hendrix is de eerste productie waarin vader en zoon Weeber met elkaar werken.

“Ik ben heel jaloers op hem, maar papa moet het zelf doen en niet via het kruiwagentje van z’n zoon”, laat Jan Weeber weten over zijn zoon. De stem van pa Weeber werd ontdekt tijdens zijn deelname aan een kookprogramma op tv. Met zijn hoofdrol als vader in Mama Tandoori maakt hij zijn acteerdebuut.
Mama Tandoori wordt de derde luisterfilm die BNN Today uitzendt. Eerder waren Komt een Vrouw bij de Dokter van Kluun en Tirza van Arnon Grunberg te horen.