Gelukkig hebben we de foto’s nog

In Berlijn nam ik mezelf voor om elke dag een stuk taart te eten. Dat is niet gelukt. Ik nam wel van elk stuk een foto. Alleen bij het enige stuk dat niet lekker was herinnerde ik me mijn voornemen om ‘t arme ding op de kiek te zetten pas toen ik het bijna op had. Het was kersenkruimeltaart en ik kom uit een bakkersfamilie en dit was werkelijk de lafste kersenkruimel die ik ooit at. Te koud ook en volgens mij al een paar dagen oud.

taart-op-de-13e.jpg
De eerste taart die ik at was kersenchocoladeslagroomtaart in Johann Rose.

taart-op-de-14e.jpg
De beste appeltaart die ik ooit at, op die van mijn vader na, at ik bij Anna Blume. Goeie appeltaart met slagroom en witte wijn: voor iedereen met een melancholische inborst verplichte kost tijdens donkere koude dagen als deze.

taart-op-de-15e.jpg
De oude dames in witte pakjes maakten koffie verkeerds (of is het koffie verkeerden?) zo groot dat ik mijn kouwe voeten erin kon warmen. Eenvoudige edoch misschien wel de lekkerste taart. Chocoladekruimelkwaktaart. I rest my case.

taart-op-de-16e.jpg
Toch weer appeltaart bij Anna Blume. Nu zelfs buiten op het terras. Met thee.

taart-op-de-18e.jpg
In Sowohlalsauch maakte het personeel grapjes en was de vitrine bijna te klein voor de tien taarten. Ik nam frambozenchocoladecakemetkwarktaart.

taart-op-de-19e.jpg
Beh. Geen taart eten in het tentje naast de Berlinische Galerie.
(Waar ik trouwens dit zag. Prachtig, prachtig, prachtig. Beter dan de taart.)

taart-op-de-20e.jpg
Met stip de mooiste taart. En sinds ben ik fan van Zupfkuchen.

Hoe dan ook: de daily grind heeft zijn intrede alweer gedaan.
Het enige dat me nu nog rest is een landelijke petitie voor meer taartvitrines in Nederland.

O, en ontbijt.
Overal.
Tot elf uur ‘s avonds.

De Waalbrug is thuuskomme

We zijn weer thuis
En waar het ook op slaat
We weten wel weer welke kant het op gaat
We zijn weer thuis
Het is weer raak, het is weer feest
Of we nooit zijn weggeweest
We zijn weer thuis

Ich bin ein Berliner VIII

Oké, ik neem wel wat terug over de muziek in mijn lievelings koffiehuis annex wasserette.
‘t Meiske dat er gisteren ook al stond draait steeds dezelfde verzamel-cd. Nu gaat de enige reden die maakt dat het in de horeca toegestaan is, in mijn boekje dan, om dezelfde cd de hele tijd opnieuw te draaien op als je met heel je hart een nieuwe plaat hebt ontdekt en vindt dat iedereen die moet horen en kopen. Zo heb ik ooit For Emma, forever ago van Bon Iver zeven uur achter elkaar gedraaid.
En dat mag.
Dat de ene helft van de gasten daarna psychische hulp moest gaan zoeken compenseerde prima met het feit dat er ongeveer vier daarna ‘t album gingen halen.
I rest my case.
Maar dat is hier niet het geval.
Ik heb goddomme vanochtend al drie keer All along the watchtower gehoord, wat steeds maakt dat ik airguitar wil spelen en ik wil geen airguitar spelen want het is bekant half twaalf in de ochtend. Maar goed, die drang zal wel in mijn genen zitten.
Vanavond is mijn kluizenaarschap afgelopen en dinsdag ga ik weer naar huis.
Ik vind al die dingen een gek idee.
Ondertussen poetst het meisje de tafels.
Shake a tailfeather klinkt.

Hmmm.

Zou ze al eens van Bon Iver gehoord hebben?

Ich bin ein berliner VII

1.
Vandaag geen taart gegeten.
Dag niet geleefd.

2.
Ik drink vandaag voor het eerst in mijn leven Heiße Zitrone en dat is werkelijk het ZUURSTE DAT IK OOIT GEDRONKEN HEB.

Ich bin ein berliner VI, Blue Monday

Vanochtend werd ik wakker met Manic Monday van the Bangles, dat werd gedraaid door Antenne Brandenburg FM, mijn lievelingszender alhier. Al playbackend stond ik in de badkamer, want dat is wat meisjes doen als ze the Bangles horen, dan gaan ze playbacken voor de spiegel met een haarborstel in de hand (en ik heb hier alleen zo’n metallic groen uitklap ding, dus dat zag er ook nog eens heel erg eighties uit). Ik ken de tekst nog steeds uit mijn hoofd. Antenne Brandenburg is een soort Keizerstad FM, met dezelfde ouwe krakers afgewisseld met dezelfde vreselijke schlagernummers. En ze doen zelfs aan interviewtjes tussendoor, met bijvoorbeeld een toneelspeler die het probeerde in Amerika te maken of met een mevrouw van een festival.
Dat ze Blue Monday van New Order direct laten volgen op een hit van Matthias Reim, dat neem ik dan maar voor lief.
Ik typ dit trouwens in een wasserette annex koffiehuis. Ik zat ook al in een bloemist annex koffiehuis en ik zag hier om de hoek ook al een kapper annex koffie en een fotograaf annex koffiehuis. Je kunt hier overal de hele dag koffie drinken en ontbijt eten.
Als New York de stad is die nooit slaapt, dan is Berlijn de stad waar het altijd ochtend is.
En vandaag is het maandagochtend.
De zon schijnt, hoewel flets, in Friedrichshain.

Ich bin ein Berliner V

Ik wandel elke dag twee uur en ik eet elke dag een stuk taart.
De eerste week heb ik in totaal twintigduizend woorden geschreven en nu ben ik gans leeg.
Heb alleen nog maar zin in taart eten en wandelen.
Naar grote gebouwen kijken en achter mensen blijven lopen en ze afluisteren.
Gisteren ben ik zonder plan in de S-bahn gestapt en voor ik het wist stond ik koffie te drinken in een kiosk naast de Zoo. Ik zag een olifant voorbij lopen, maar dat was al genoeg. Ik hoefde niet naar de Zoo, dus ik keek in mijn reisgids.
“Waar moet je heen?” vroeg een oud meneertje. “Die tram daar gaat naar Alexanderplatz.”
“Ik weet nog niet waar ik heenga,” zei ik.
“Watte?” zei het meneertje.
“Ik weet het nog niet.”
“Aha,” zei hij en klopte me op de schouder terwijl hij doorliep.
En dat is wel een beetje hoe het zit, nu.
Ik weet het nog niet.
Dus ik loop maar wat.
En ik eet wat taart.

Ich bin ein Berliner IV, Johann Rose

De Johann Rose is het beste fijnste en geweldigste tentje waar ik ooit heb gezeten. Alles hierbinnen ziet eruit alsof het zo in mijn woonkamer zou kunnen passen, de muziek maakt dat er meer woorden uit mijn vingers komen dan dat ik gisteravond toen ik mijn laptop aan het vervloeken was had kunnen denken en de sfeer van de woorden lijkt ineens moeiteloos de ontroering te kunnen raken. Ik dronk thee en ik at schwarschwalder kirsch die ze hier gebakken hebben. Op een tafel staan tulpen en aan het plafond hangt een kroonluchter met van die oranje kaarlicht-peertjes, van die Eftelingpeertjes. Ik ben nu vijf dage hier en ik heb het gevoel dat ik hier al twee weken zit. Ik mis mijn stamkroeg, dat is het gekke, dat had ik niet verwacht. Where everybody knows your name. Hier heb ik toch vaak het gevoel dat ik me moet verontschuldigen voor het feit dat ik alleen ben en in mijn eentje een tafel voor vier bezet hou. Het is denk ik toch een soort van beroepsdeformatie.
Nog meer beroepsdeformatie, overigens, maar dan de andere kant op geredeneerd is het vreemdsoortige gebeuren dat ik hier soms wel vijf keer per dag om de weg word gevraagd. De dag dat ik aankwam meteen het eerste half uur nadat ik mijn rolkoffer thuis had gedropt. Gisteren op het S-bahn station twee keer binnen tien minuten. Ik lijk hier minder op te vallen dan in Amsterdam. Hier lijk ik geen provinciaal. Hier lijk ik van hier. Misschien is het mijn kapotte jas, misschien is het mijn horecahoofd of misschien is het een combinatie van beide.
Misschien kijk is als iemand die ooit verloren was.
Want dat merk ik hier wel.
Ik ben onder de mijnen.
Alleen.
Zonder stamkroeg, maar onder de mijnen.

Ich bin ein Berliner III

Ik moet hier, wandelend door Berlijn, heel veel aan de oude mannetjes in Der Himmel über Berlin denken.

En vandaag, vandaag zou ik wel even een uurtje thuis willen zijn.

Ich bin ein Berliner II

Was es ist

Es ist Unsinn
sagt die Vernunft
Es ist was es ist
sagt die Liebe

Es ist Unglück
sagt die Berechnung
Es ist nichts als Schmerz
sagt die Angst
Es ist aussichtslos
sagt die Einsicht
Es ist was es ist
sagt die Liebe

Es ist lächerlich
sagt der Stolz
Es ist leichtsinnig
sagt die Vorsicht
Es ist unmöglich
sagt die Erfahrung
Es ist was es ist
sagt die Liebe

Erich Fried

Ich bin ein Berliner I

Uitgaande sms, vanaf Hackescher Markt, Berlin, naar d’n D, 15u57:
Aan het tafeltje naast me zijn twee Vlaamse besjes aangeschoven, compleet met grijs kort haar en permanentje en kralenketting. Terwijl de één koffie haalt, eet de ander een meegebracht boterhammetje uit een servetje. Naar ik vermoed is de boterham meegenomen van het ontbijt in het hotel.
Het zijn net Hollanders, die Belgen.