Jimmy

Dit weekend was ik op het kinderfeestje van Jim. Zijn eerste kinderfeestje ooit, want hij werd 1. Hij vond het allemaal wel best, al die mensen en al die rennende en spelende kinderen. In zijn hobbelpaard keek hij de kamer rond.
Ik zat met Fleurtje in een luie stoel gepropt, thee te drinken en ook naar alles om ons heen te kijken, verderop zat Marit plastic kogels te ontwijken die door een stel kinderen uit een piratenschip werden afgeschoten, toen ik het ineens besefte: het is begonnen, ik ben nu in de leeftijdscategorie gekomen dat ik weer naar kinderfeestjes ga, maar aan de andere kant van de groene heuvels sta. Aan de kant van de mondvegende, nee-zeggende volwassenen.
“Het is begonnen,” fluisterde ik tegen Tengo, de moeder van Jim, die verhit binnenkwam met glazen en snoep en bekers en borden.
“We zijn definitief naar de andere kant gegleden,” zei ik.
“Ja,” pufte Tengo. “Wie had dat tien jaar geleden gedacht?”
Tien jaar geleden woonden we in Barcelona, de dames en ik.
“Dan hadden we rond deze tijd wel ergens een fles wijn leeg.”

Ik heb kinderen in groepsverband wel eens vergeleken met the Birds. En hoewel de kinderen van gisteren allemaal nette welopgevoede kinderen zijn, kreeg ik het toch weer benauwd.
Ik krijg altijd het gevoel dat het iets over mij zegt, als ik kijk naar ouders die nu allemaal mijn leeftijd beginnen te krijgen, die hun kinderen optillen en aan de broek ruiken. Dat ik een standpunt moet innemen over wat ik er nu van vindt, van dat hele opgroeien. Alsof ik er iets van moet vinden, van hoe je opvoedt, hoe vroeg of laat je ze neemt, van of je wel of niet zelf taart moet bakken en of je wel of geen lijst met cadeaus mag opstellen alvorens zo’n feestje.
En ik weet het niet.
Ik weet niet wat ik wil, of hoe ik het wil, of ik dit zou kunnen, en zo ja: hoe dan in ‘s hemelsnaam? Ik weet niet eens of je überhaupt kunt opgroeien zonder dat je ergens, iets, verstopt in de kieren van je ziel, verkloot wordt door alles wat je ouders ook maar gewoon meeslepen in hun hoofd, ziel of, what the hell, léven.
Misschien dat ik altijd dacht dat er een moment komt dat je ouder wordt en dat je dan wijs bent, dat je het dan weet, maar de laatste jaren besef ik steeds meer dat iedereen maar gewoon wat doet. Dat mijn ouders zijn zoals ik: mensen die een categorie ingleden en daar geroeid hebben met de riemen die ze hadden.
En ik weet niet meer wat ik hier allemaal van vind.
Wat het zei over mij, dat ik daar zo zat, dicht tegen Fleurtje aan in de luie stoel.

“En nu allemaal naar bed!” riep Fleurtje ineens met luide stem door de kamer. Fleurtje is een lagere school-lerares met een hekel aan kleuters. De kleuters leken te bevriezen, allemaal tegelijk, en keken met grote ogen verschrikt op.
Naar bed, dat is serious shit bij kleuters. Daar maak je geen grapjes over.
“Grapje,” gniffelde Fleurtje. De kleuters gingen een beetje beduusd weer verder met hun ballonnen, plastic kanonskogels en hobbelpaarden. Een moeder schudde haar hoofd.
“Party,” zei Fleur en hield haar mok thee omhoog.
Marit, Tengo en ik lachten. Thee gutste over de randen van de mokken.
De rest van de kamer gniffelde beleefd wat mee.
En Jim lachte omdat zijn moeder lachte.

Dat komt wel goed.

Ik ben altijd zo blij dat de dames de dames zijn.
Dat ik de dames heb en dat ik niet deze categorie ben ingegleden terwijl ik omringd ben met saaie stellen die François en Chantal heten, waarvan François dan een slechtzittende net niet hippe bloes draagt die Chantal heeft uitgezocht en waar Chantal vertelt over Sonja Bakker d’r eierkoeken zoals ze vroeger over haar scharrels sprak en waarbij de kinderen op het kinderdagverblijf in de beste anekdotes voorzien.

“Over vijftien jaar kopen we een brommer voor ‘m, oké?” zei Marit vanaf de bank.
De dames knikten.
It’s all good.
Als ‘ie maar geen voetballer wordt.
Maar een brommer… Dan hoeft ‘ie vanaf dan niet meer kromgebogen over z’n stuur tegen de wind.


Voor z’n eerste verjaardag kocht ik op Marktplaats dit singeltje voor ons Jim. Na het uitpakken merkte Tengo op dat er met pen Dit is de eerste dag van het begin van de rest van je leven op de hoes gekrast stond.

Vandaag is het vrijdag en er was dit:

1.
Bij de HEMA aan een tafeltje in een restauratie zit een oud mevrouwtje in een grote groene jas en een tas op wieltjes.
Ze heeft een kopje thee en ze eet een stuk appeltaart.
Ze staart voor zich uit.
Ze kijkt niet treurig en ze kijkt niet blij, ze eet alsof ze ‘s ochtends staand aan het aanrecht een boterham eet.
Ik kan er niet te lang naar kijken, dus ik fluit, ik fluit Eleanor Rigby, de hele weg door de zaak naar buiten, langs het ondergoed, de make-up en de sokken.
Ik fluit.
Natuurlijk.
Eleanor Rigby, dat is de soundtrack van alle allenige mensen in de restauratie van de HEMA.
En misschien wel van alle allenige mensen überhaupt.

2.
We lopen langs een winkel volgestouwd met kinderspul in felle kleuren. Boven de winkel prijkt een bord met “Lief!”, alsmede op alle spullen die in de winkel te koop zijn voor astronomische bedragen.
“Zullen we daar anders gewoon een keer een molotovcocktail naar binnen gooien?” zeg ik.
“Ja, of er een winkel naast beginnen met alleen spullen waar ‘Blegh!’ op staat,” zegt Baco Pirelli.
“Of ‘Bareuh’.”
We voorzien een gat in de markt.
Kom aan mensen, wie investeert?!

3.
Bij de Albert Heijn pak ik mijn boodschappen in een doos. Ik staar de zaak in en ik zie een bejaarde man en vrouw aankomen lopen. De man draagt in zijn ene hand een mandje met wat melk, een halfje bruin, van zulks en in zijn andere hand heeft hij de hand van zijn vrouw. Ze lopen allebei krom en schuifelen. Hand in hand.
Ik kijk naar de boodschappen in de wijndoos. Kaas, chocopasta, roomboter met zout, een geitenkaassalade en ik denk en ik hoop en ik hoop, dat dan later ik ook zo, met mijn gerimpelde hand met levervlekken in de zijne achter mijn man aansjok en me verheug op de warme melk en de boterham, thuis met z’n twee aan de keukentafel onder de bruine glazen hanglamp.

Heeft hier iemand teveel Dans Browns gelezen?

~ Of teveel van de fluoxetine gesnoept?~

De laatste reactie onder de video van Apply door Glasser op ons aller YouTube:

glasser-is-de-illuminatie.JPG

Hoezee!
Voor wie ook graag mee wil in ‘t rustieke occulte: zie voor de videoclip ‘t postje van gisteren.

Het is weer herfst

Vandaag gehoord in huiskamers, aan barren, in supermarkten, een selectie:

EEN:
“Kom ik vandaag twéé keer in de Albert Heijn, waarvan één keer om de pot met roosjes te halen die ik de eerste keer op miraculeuze wijze bij de kassa had laten staan, ik bedoel, het is geen pakje smintjes dat je even over het hoofd ziet ofzo, ik bedoel, het is toch een flinke pot, ben ik WEER pleepapier vergeten mee te nemen!”
“Ja! Ik ook! Ik ook al vandaag! En ik vergeet alles! Ik vergeet zelfs de memo’s op te plakken en als ik al iets in mijn agenda schrijf dan vergeet ik vervolgens mijn agenda!”
“Het is godverdomme herfst.”
“Ja. Bah.”

TWEE:
“En verder?”
“Gewoon, sip, verder niks bijzonders.”
“Sip?”
“Ja, ik geloof het gewoon allemaal niet zo.”
“Bang dat ‘ie het tapijt onder je vandaan trekt?”
“Eerder bang dat het léven het tapijt onder me vandaan trekt!”
“Tja.”
“Tja.”
“Het is godverdomme herfst.”
“Ja. Bah.”

DRIE:
“Ik zou echt dagen kunnen slapen.”
“Ik ook, ik ook, ik kan echt niet meer.”
“Ik kan gewoon niet tegen dit weer.”
“Weet je, als we zeven dagen in de week in een mijn moesten werken dan zouden we echt geen last hebben van zoiets debiels als een najaarsdip.”
“Nou.”
“Nou.”
“Al zou ik best graag negenenzestig dagen onder de grond zitten.”
“Lekker warm.”
“Ja. En wij maar werken hier.”
“Ja.”
“Luie donders.”
“Ja.”
“Godverdomme herfst.”
“Ja. Bah.”

white_square.jpg
En een hart onder de riem:

I’m a bit run down, but I’m okay…

Viva P de DJ!

viva-mariaklein.jpg

Heute abend Helter Skelter te Doornroosje, wij (als in drievoud, als in het Pluralis majestatis) zeggen:
Komt all’n! Komt all’n! Komt all’n!