Vrouw achter het stuur auto tegen de muur

Nasja Covers ziet een driehoek en moet kiezen of dit de reflector van een bus, een brommer of een tractor is. Ik zie toch snotdomme het verschil tussen die drie óók wel zonder reflecterende driehoek. Wat wíllen ze van me?
19 minutes ago

Hanneke Hendrix
Ik was ook altijd gek op de: “U nadert vanaf een zandpad met uw handkar een verharde weg…”
15 minutes ago

Hanneke Hendrix
HANDKAR!
14 minutes ago

Hanneke Hendrix
(Maar vrees niet, zelfs ik heb het gehaald, terwijl mijn rij-instructeur ooit zei: “nou, ik zeg niet dat je het nóóit zult halen, maar…”)
14 minutes ago

Marian Boyer ‎
3e examinator: ‘zag u die voetganger niet?’ ik: ‘welke voetganger?’
9 minutes ago

Nasja Covers
Eerste instructeur bij les twee zei: ‘Ik voel me niet veilig bij u in de auto.”
5 minutes ago

Marian Boyer
Wat een watje, die instruct.
2 minutes ago

Hanneke Hendrix ‎
(Ik ga dit online plempen. U weet wel: zo ouderwets in een blog.)
A few seconds ago

Die Zauberflöte

Bij BSO de Toverfluit (ik verzin die naam niet eens) zaten drie jongetjes op een houten stellage die verbonden was met een waterpomp. Één jongetje pompte, één keek naar het water dat uit de houten waterweg de bak instroomde en één zat schrijlings op de stroom.
Ik fietste voorbij in een flets zonnetje dat door de wolken probeerde te schijnen, terwijl ik het leven overdacht.
Vlak voor de drie jongetjes dacht ik letterlijk: this is as good as it gets.
En wat dan nu?
Nou?
Ik word altijd bang van het goed hebben, dus ik floot.
Hard.
En vals.
Mooi kunnen fluiten is een deugd.

(Ik kan overigens niet fluiten, maar ik omring me graag met mensen die wel goed kunnen fluiten. Ik vind dat toch echt één van de fijnste dingen, ergens aan een keukentafel zitten terwijl er iemand in de keuken mooi fluit. Of zoals gisteren, in de kringloopwinkel, dat ik door de schappen ga en ‘t winkelgezelschap van de dag een stuk verderop hoor fluiten. En dan iets moois. Iets als dit: kilk!
Dat het leven een film lijkt.
Dat is niet vaak.
Soms.
Gisteren.
Maar goed… Waar had ik het over? Over… Over…)

Goed.
Ik floot.
Terwijl ik voorbij fietste hoorde ik het jongetje dat aan de pomp roepen tegen ‘t kind dat op de holle houten balk zat.
“Nu! Nu! Nu moet je plassen!”
Ik keek om, snel, vluchtig, want ik had het idee dat ik een misdaad beging, zo omkijkend naar een plassend kind.
In een flits zag ik alleen het gezicht van het kind. En ik hoorde ‘m “hòòòòò” doen.
‘t Gezicht vertrokken. Mond open, ogen dicht.
Ik dacht aan de pest.
Ik dacht aan Stad der Blinden.

We zijn allemaal beesten, dacht ik.

En:
This is as good as it gets.

Ik floot de weg naar huis.
De zon brak door.
Het komt allemaal goed, fluisterde er iets.
The Opposite Of Hallelujah is vertrouwen hebben.
Vals gefloten of niet.

De Vloedlijn

Geschreven tijdens en voor Into The Great Wide Open Festival te Vlieland

ik-ben-hier.jpg

En nu is het weer klaar.
U bevindt zich hier.
Aan de andere kant van het internet.
Misschien al thuis.
Vers gedouched.
Zijn deze letters in het zand alleen nog pixels.

Gehoord op het sportveld

Geschreven tijdens en voor Into The Great Wide Open Festival te Vlieland

“Iemand voor me op het gras zat gewoon een uur op Marktplaats te surfen met zijn mobiel. Op miniatuur zweefvliegtuigen! En ik wilde gewoon roepen: DOE DAN EINDELIJK EENS EEN BOD!!!”

Yoshimi vecht met de roze robot

Geschreven tijdens en voor Into The Great Wide Open Festival te Vlieland

1.
“Misschien is het jullie al opgevallen, maar we zingen dus in het Nederlands. Vroeger zongen we in het Engels en die discrepantie hebben we opgelost door al onze ouwe liedjes in het Nederlands te vertalen.”
“Ja. En het volgende liedje is er één uit de oude doos.”
“Het heet ‘Filosofie voor fanmeisjes.”
“Ja. En dat was dus voorheen ‘Filosophy for fangirls’.”

2.
Twee violen en een trommel en een fluit had nothing on Yoshimi.
We zagen de volgende instumenten voorbij komen: de aartsluit, de blokfluit, de kazoo, de melodica, de altblokfluit, de xylofoon, de viool, de trombone en de trekzak, het woodblock, de mondharp, de koebel, de dubbele koebel, de stofzuigerslang, en natuurlijk niet te vergeten de zither, de zobo en de zummara.

En o ja: de gitaar en het drumstel.

3.
Zingend: “De weg naar je hart zit verstopt met bloed!”

4.
O ja, en natuurlijk de bas.

Zout

Geschreven tijdens en voor Into The Great Wide Open Festival te Vlieland

Ik stak een vinger in een water.
Mijn verpleegstersklompjes in mijn andere hand.
“Het eerste wat je altijd moet doen bij de zee,” vertelde mijn tien jaar oudere broer me toen ik op zes jaar oude leeftijd voor het eerst de zee zag, “is een vinger in de zee steken en die proeven. Want het is alleen maar zee als het zout is.”

Ik stak mijn vinger in mijn mond.

Bij Tim Knol

Geschreven tijdens en voor Into The Great Wide Open Festival te Vlieland

1.
Toen ik opkwam om voor te dragen alvorens het optreden van Tim Knol zei ik: “Nou, ik ben dus niet Tim Knol.”
Muisstil bleef het.
Tumbleweed waaide voorbij.

2.
Toen ik veertien was draaide ik Seaborn West van Daryll Ann grijs. Echt grijs.
Voor mijn voordracht schudde Anne Soldaat mijn hand.
“Hoi, ik ben Anne,” zei hij.
Ik deed: “Nnnnnnggggggnnnnnn” en verstopte me daarna snel achter een spar.

3.
Op een flightcase keek in naar het optreden.
Ik rookte een sigaret.
Een libelle kwam voorrbij.
Knol zong en iedereen zong mee.

4.
Een vriendin vertelde: “Iemand achter me zei: ‘O, is Tim Knol een meisje? Hoe heet ze dan? Tim Snol?”

Caitlin Rose is een held

Geschreven tijdens en voor Into The Great Wide Open Festival te Vlieland

Uitgaande tweet, 14u51, Podium Naar Buiten: @amhhendrix en @Gaensgaens vinden dat @leamusicnl en @caitlinrose een stand up-duo moeten gaan beginnen.

“En d’n Lee moet dan in het Duits,” zegt Gaens. “Pas zei ze tijdens een optreden in Berlijn: Nicht um das eines oder das anderes, aber ich euh… wist du wol?”

Bij Caitlin Rose zitten we in het gras en de dennennaalden prikken. De zon schijnt en ik moet aan Komrij denken. Tenminste: volgens mij was het Komrij. Hij schreef: “Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp, dan tien jaar maf tussen de dennennaalden.”
Cailtin Rose praat veel tussen de liedjes door en wij zijn gek op singer songwriters die veel tussen de liedjes doorpraten. “Kun je een seintje geven als we moeten stoppen,” zei Rose vlak voor ze op moest tegen Ewout de stage manager. “We zijn nooit zo goed met inplannen van de tijd.”
Achter haar gniffelden de bassist en de gitariste.
Eenmaal een paar nummers in de set klaagt Caitlin Rose dat ze dik wordt van bier en dat we daar in “Hooollland” geen last van hebben omdat wij hier toch allemaal blowen. Ze slaat op haar kont, zegt: “Hiney” en zet meteen het volgende nummer in.
Het publiek lacht. Er zit een gul publiek, en dat is logisch, want dit is het mooiste podium van Vlieland. We hebben zon, we hebben een bar, we hebben prachtige muziek en we hebben de schaduwen van de takken op onze gezichten.
“Prachtig, prachtig,” fluister ik tegen Gaens.
“Konden we maar een kleine versie van Caitlin Rose meenemen,” zeg ik tegen Gaens. “Die je dan in de kast kunt zetten en iedere ochtend even aan kan zwengelen.”
“Nooit meer een ochtend humeur,” zegt Gaens’ vrouw die naast me tegen een boom leunt.
“Ja,” zegt Gaens, “we nemen haar gewoon mee naar huis.”
“We hebben nog wel een schuurtje,” zegt zijn vrouw.
Ondertussen schuift d’n Lee aan in ons kuiltje in de dennennaalden.
“Ze heeft de Emmy Lou Harris Special Edition,” fluistert d’n Lee.
Aan Caitlin Rose zit immers gans niks fout. Ze zingt over Shanghai Cigarettes en daarna speelt ze een liedje dat ze schreef op haar zestiende dat gaat over voortplanten en Fleedwood Mac en Dillard en Clark komen voorbij.

De bassist zet zijn bril af.
“Hij ziet er ineens uit alsof hij heel goed kan sjoelen,” fluistert Gaens.

Dan valt er een dennenappel op Lee’s hoofd. We horen een luide plok en de dennenappel blijft steken in haar haar. Mensen kijken om en er vliegt nog net geen kudde meeuwen op.
“Wat probeert God me hiermee te vertellen?” fluistert d’n Lee terwijl ze over haar hoofd wrijft.
Ze krijgt een aai en de dennenappel gaat in de tas.
Ik heb zin om naar het podium te roepen dat d’n Lee een dennenappel op haar heufd heeft gekregen.
“Hoe noem je een dennenappel eigenlijk in het Engels?” fluister ik tegen Gaens.
“Iets met pine,” fluistert hij terug.
“Pineapple?” fluister ik.
Ik moet het standuppen maar aan D’n Lee en aan Ons Rose overlaten.
Ze zingt: “There’s an answer in one of these bottles, So I’m drinking till I forget the question.”
We zingen allemaal mee.
Voor me zie ik hoofden wiegen, mensen die een arm om elkaar heenslaan en babies die in draagzakken kijken naar alles wat boven hen waait en wuift.
En Cailtin Rose hangt haar gitaar aan de wilgen.