Antonette wil dood, de Lowlands editie III

Uit: de Daily Paradise van vrijdag 20 augustus 2010

~de zondagavond~

In Antonette’s leven gebeurt eigenlijk nooit wat, zelfs niet op Lowlands, maar gisteren zag ze ineens haar jeugdliefde Jack weer, aan de overkant van een veldje. Puffend en briesend op een alpenhoorn.

Voordat ze het wist was Jack gisteren met zijn geüniformeerde maten door de hekken backstage verdwenen en Harold had niets gemerkt toen hij terug van het toilet kwam. Met een desinfecterende gel waste hij zijn handen en daarna waren ze naar Tim Knol gaan kijken. De hele nacht had Antonette vreemde dromen gehad, over edelweiss, Festspielen, toonladders en over hoe ze in een dirndl-jurk samen met Jack een berg oprende. En alpenhoorns. Veel alpenhoorns.
Antonette en Harold zitten te eten. Ze hebben de hele dag rondgelopen, het hele lijstje afgewerkt en nu eten ze bami in het gras voor de Open Dichtbus. Misschien moet ik als ik thuis ben ook een bus met boeken kopen, denkt Antonette, dan rij ik godverdomme gewoon naar Salzburg.
“Kijk!” roept Harold en hij wijst, “een alpenhoornband!”
Daar staat Jack. Met zijn instrument.
Even lijkt de aarde zich te splijten, lijkt er een deur open te gaan, een uitweg, iets, ergens, weg van dit. En dan kijkt Jack Antonette aan, hij schrikt. Alles vertraagt: de opbollende wangen van de mannen om Jack heen, de festivalgangers die voorbij lopen en wijzen. Hij haalt zijn alpenhoorn van zijn lippen en lacht. Hij wenkt haar. Antonette, bewegen zijn lippen. Antonette denkt aan thuis, aan het kookeiland, de Hartman tuinset, de tuinlaaf.
“We moeten zo naar Queens of the Stone Age,” zegt Harold met zijn neus in het boekje.
Harold slaat een arm om haar heen.
“Ik vind het zó gezellig,” zegt hij.
Jack laat zijn Alpenhoorn hangen. Antonette kijkt weg. Harold trekt haar overeind. Ik wil dood, denkt Antonette en met Harolds arm om haar schouder loopt ze weg. Maar Antonette gaat niet dood. Nee, Antonette wordt tachtig. Ergens in een buitenwijk, ergens ver weg van Schaijk of van Salzburg. De deur slaat dicht. Morgen weer een dag. Thuis. Op de bank voor de buis. Met knabbelnoten en een pijpje pils.

Antonette wil dood, de Lowlands editie II

Uit: de Daily Paradise van zaterdag 21 augustus 2010

~De zaterdagmiddag~

Gisteren was niet de flitsende dag die Antonette gehoopt had. Waar blijft toch dat groots en meeslepende leven?

Met een bekertje cappuccino staan Antonette en Harold voor een koffietent op het festivalterrein. Ze zwijgen.
“We moeten wel een beetje vroeg opstaan, vind je niet?” had Harold gezegd toen ze vrijdagavond waren gaan slapen. Buiten dreunde het. Muziek, lachende mensen, dansende mensen, de hoempapa van het leven. Antonette kon ze niet zien, maar ze wist wel hoe het er aan toeging, hoe de wereld eruit zag als ze niet mee mocht doen. Harold had geen zin meer gehad in een biertje na de laatste band, hij vond dat ze fris moesten zijn de volgende dag. Antonette had de wekker gezet.
Eikel, denkt Antonette, met je vrienden zuip je je wel ieder weekend klem. Maar Antonette heeft eigenlijk nog het meest een hekel aan het feit dat werkelijk alles overlegd moet worden. Legio stellen om haar heen hebben dat helemaal niet nodig, dat overleggen, die begrijpen elkaar zo ook wel, als vanzelf, die hebben aan een half woord genoeg. Maar niet Harold en Antonette. Nee, bij hen is de relatie altijd behangen met een sfeertje alsof er zojuist een grap uitgelegd heeft moeten worden. Alsof iemand zei: “Een kikker!” en dat de ander dan vragend keek, en die iemand stamelend zei: “Die is ook groen…” En dat die ander dan nog vragend keek, zodat die iemand maar: “het is groen: een kikker” zei en die ander met de kiezen op elkaar lachte alsof het een ABC op een bruiloft betrof.
Dat was hun relatie.
Een ABC op een bruiloft.
“Zal ik zo dan even gaan plassen?” vraagt Harold.
Antonette knikt en wijst naar de toiletten. Harold loopt weg. Antonette nipt koffie, een zacht briesje waait en een stukje verderop installeert een groepje mannen met grote instrumenten zich. Antonette kijkt rond en dan verstijft ze. Daar staat hij, met een alpenhoorn aan zijn lippen. Jack. Hij blaast alsof zijn leven ervan afhangt.

Zal Jack haar nog herkennen? Heeft Antonette dan eindelijk een uitweg? Verruilt ze Lowlands voor Highlands?

De theebloem is cultuur

1.

“Nou, en dan krijg je zo’n bloem van gedroogde theebaderen en die gaat dan in de pot en als het water dan thee wordt dan zie je die bloem zo helemaal opbloeien in dat water. Ja, da’s echt heel speciaal. Dan weet je toch weer waarom die Chinezen zo wijs zijn. Dat met die schoonheid en alles.”
“Calligrafie.”
“Ja, dat soort dingen. Maar je koopt zo’n bloem gewoon bij Simon Lévelt.”
“O ja?”
“Dan maak je eens echt deel uit van zo’n cultuur.”

2.

“En? De Chinese theebloem nog geprobeerd?”
“Ja, dat heb ik, water opgegoten en alles, maar…”
“En? Was ‘t Mooi?”
“Nou ja. Ik heb dus een aardewerken theepot.”

Antonette wil dood, de Lowlands editie I

Uit: de Daily Paradise van vrijdag 20 augustus 2010

~De vrijdagmiddag~

Ik wil dood, denkt Antonette, terwijl ze naar de drie blonde meiden bij de tenten naast hen kijkt. Harold ligt in hun tentje, een klein stormtentje van Bever Sport, dat ze geleend hebben van Harolds zus. Harolds zus is een vrouw van de wereld, die reist alle continenten af met haar rugzak. En dan danst ze ‘s nachts met knappe Deense mannen bij een kampvuur ergens op een berg in Australië, denkt Antonette. Harold is geen man van de wereld. Ze kijkt naar zijn voeten die uit de tent steken. Het was een slecht idee geweest om een kaartje voor Lowlands te kopen, alsof ze dan ineens ze wél verlost zouden zijn van die ongemakkelijke stiltes. Antonette kijkt naar het programmaboekje waar Harold met een gele marker heeft aangegeven naar welke artiesten ze dit weekend moeten. Harold slaapt. Hij was moe. Harold is altijd moe als Antonette in de buurt is.
“Wil je zo anders even een rondje over de camping?” roept Antonette.
Er klinkt een snurk uit de tent.
Antonette denkt aan Jack. Ze heeft al een hele tijd niet meer aan hem gedacht. Jack kwam uit Oostenrijk en werkte altijd op de camping in Schaijk waar ze ieder jaar met haar ouders naar de stacaravan ging. Maar ze verloren elkaar uit het oog, Jack en zij. Hij verhuisde terug en Antonette’s ouders verkochten de staplaats. “Ich werde dich niemals vergessen,” had Jack gezegd de laatste zomer dat ze elkaar zagen. “Wir sehen uns wieder. Ich weiß es sicher.” Ze waren nog jong. Antonette had gedacht dat er nog wel meer grote liefdes zouden komen. Ze had geen haast gehad. Geen hand vol maar een land vol, niet? Kort daarna ontmoette ze Harold.
Ze mist de caravan ineens vreselijk.
“Watte?” snurkt Harold.
“Dat we een kleine kuttent hebben,” mompelt Antonette. Naast hen dansen de drie blonde meiden op Air. Dit was een slecht idee, denkt Antonette, dit lijkt in de verste verte niet op Schaijk.


Zal Lowlands Antonette’s relatie dan toch ‘n oppepper geven? Misschien? Heel misschien? Heel, heel, héél misschien? Lees het overmorgen.

Toet

“Het herenigt ons met wat er goddelijk is in ons leven,” vult Finkielkraut aan. “Dankzij het dessert wordt voedsel aan het noodzakelijke onttrokken. We ontstijgen de natuur en zetten zo een stap richting beschaving.”

Kilk.

The elevator in the hotel lobby has a lazy door

~Lowlands 2010~

heul-glad.jpg

***

Het begon met ‘t feuilleton dat ik schreef over twee Limburgse boeren, een paar weken geleden. En toen ging m’n relatie uit. Ik besloot alles weg te flikkeren: Bèr, Kuëb en hun geschreeuw naar lekkere wijven en in plaats daarvan alles wat een relatie vreselijk en lelijk kan maken in een verhaal te proppen.
Ik besloot Antonette en Harold naar Lowlands te sturen.
Drie dagen in de Daily Paradise, de krant van Lowlands.
Dat kon alleen maar slecht aflopen.

Continue reading…