Nu al een schijtdag

Vanochtend zag ik een mevrouw in een ochtendjas een beetje chagrijnig de straat uit kijken.
De straat was, op fietsers na, leeg.
In haar hand had ze een hondloze hondenriem.

Stille nacht

Inkomende sms, van Tengo, vanochtend na een avond babysitten op Jimmy samen met huisgenote:
Dames, ik weet niet wat jullie met de baby gedaan hebben, maar hij heeft voor het EERST in vijf maanden de hele nacht doorgeslapen! (Wanneer komen jullie weer?)

Uitgaande sms, naar Tengo, na een stille, stille nacht:
Wat fijn! Hier hebben de krakers namelijk ook voor het eerst (sinds twee maanden) een hele nacht doorgeslapen!

Drie hondjes, vier kinderen en een rolstoel

1.
Toen ik op Google Maps een woning van dichterbij bekeek (ik zoek een nieuw huis, wat tegenwoordig vooral via internet gaat en lang leve de techniek: hoe deed men dat vroeger? G’woon met de fiets? Stiekem langs fietsen?) zag ik dat het hoofd van het stenen hondje in tuin onherkenbaar was gemaakt door Google.

2.
In het park zag ik een meneer met twee veel te kleine hondjes. De meneer zag er hip uit en leek zich een beetje te schamen voor zulke kleine hondjes, vooral daar beide beestjes aan zo’n gezellige tweepersoons hondenlijn zaten en allebei weigerden te lopen.
Op hun kont schoven de hondjes voorbij. De man wachtte af en toe geërgerd.
Het mocht niet baten.

3.
Vanuit de trein zag ik over een fietspad in een leeg industrieterrein een mevrouw in een rolstoel met een rotgang over het asfalt schoot. Ze had vier kinderen bij zich, één op schoot, twee hingen op skeelers aan de rolstoel en ééntje hing aan vanaf een fiets.
Het hele gezelschap gierde van de lach.

(4.
Mijn moeder presteerde het ooit, lang lang geleden, om in een Pandaatje (zonder fietsenrek, mind you) zichzelf, vier kinderen en een fiets te krijgen.)

(5.
Ja, inderdaad: de tussenhaakjes is nog steeds mijn favoriete interpunctie.)

Het leven is als bonbons in een kitscherig schaaltje

“Het staat ervoor, hoor!” riep tante Mien altijd als ik naast de salontafel op de grond zat en het schaaltje bonbons probeerde te hypnotiseren.
“Eerst vragen!” riep mijn moeder dan vervolgens als ik mijn hand uitstak om er één te pakken.
Waarop ik “mag ik nog een bonbon?” vroeg en mijn moeder vervolgens op haar horloge keek en steevast “we moeten eigenlijk zo gaan eten” zei.
Waardoor ik meestal kon fluiten naar die bonbon.

Als kind is de hele wereld om je heen zich bewust van regels die niemand je ooit verteld heeft.

En fluiten zullen we.

Voor mijn verjaardag had ik graag:

(En ik ben vier april jörig, dus u heeft heus wel tijd voor fundraising.)

1.

victorian.jpg

Een nieuw huis.

2.

Of anders alleen een torentje.
Ook goed, hoor.

torentje1.jpg

Ik kijk heus niks in de bek.

3.

O ja. Een boekenkamer.

boekenkamer1.jpg

4.

Een wijnkelder.

wijnkelder.jpg

5.

Een kantoor.

kantoortje1.jpg
Liefst mét Don Draper.

6.

En een nest puppies.
toomanypuppies.jpgVoor bij de taart.