Ook bloemen worden op den duur stro

“Hé kleine,” riep mevrouw Cieraad.
Ik keek om van de toonbank en achter een muur van emmers op een werkbank zag ik een pluimpje rook naar boven kringelen. Door het opvulgroen in de emmers heen zag ik mevrouw Cieraads gezicht, een benig handje hield de takken opzij.
“Geef me eens even een bos gipskruid aan,” riep ze met een shaggie in haar mond.
Ik liep naar de achterruimte en pakte een grote bos gipskruid uit een emmer.
Druppelend liep ik naar de werkruimte achterin de winkel.
Het was maandag en het was rustig in de winkel.
Aan de werkbank hing een clipboard met bestellingen.
“Drie trouwerijen,” zei mevrouw Cieraad. Ze trapte haar peukje uit.
“Ja,” zei ik. Ik keek op de lijst.
“Mensen die op maandag trouwen geef ik het meeste kans,” zei mevrouw Cieraad. “Maar die bestellen meestal niet veel bloemen. Hoogstens een eenvoudig bruidsboeketje.”
Op maandagochtend trouwt men gratis.
“Mensen die veel blommen willen,” zei ze, “zoals die drie hier, die hebben meestal iets te verbloemen.” Mevrouw Cieraad snoof door haar neus om haar eigen woordgrap.
“Het leven is geen film, kleine,” zei mevrouw Cieraad.

Ik dacht aan de betamaxbanden thuis. Aan Bette Davis en aan James Stewart.
En dan vooral van de films waar hij een magere jongensachtige man is. Waar hij in It’s a wonderful life gered wordt door een engel wanneer hij zelfmoord wil plegen en de engel hem redt door als eerste van die brug te springen zodat James Steward die engel dan weer gaat redden. Ik heb tranen met tuiten gehuild wanneer aan het einde van de film als blijkt dat iedereen van hem houdt en dat al het harde werk niet voor niets is geweest.
Kerstfilms.
Buiten scheen een fletse zon. De lente kwam eraan.

“Maandag is nooit zo druk,” zei mevrouw Cieraad.
“Iedereen is vast druk met trouwen,” zei ik.
“Kun je bloemschikken?” vroeg mevrouw Cieraad.
“Nee,” zei ik.
“Ja, dat wist ik eigenlijk wel.”
Het was even stil.
Ik keek om me heen en wilde alweer naar de toonbank lopen. Mevrouw Cieraad floot even kort door haar tanden. Ze tapte op een kruk naast haar aan de toonbank.
“Zitten,” zei ze.
Ik ging zitten.
“En kijken,” zei ze. “Dit is het gemakkelijkste.”
Ze begon met rozen een bos te schikken.
“Gipskruid is eigenlijk armoeiig, maar ik hou er van,” zei ze. Ze knikte naar de emmers tegenover haar. Ik pakte wat rozen en begon te doen wat zij zojuist had gedaan.
“Gipskruid en rozen en dan veertig boeketten voor langs het gangpad in de kerk,” zei ze. “Goeie keus. Ik geef ze tien jaar geluk.”
Ik deed haar na. Ze was vlug, maar soms hield ze in zodat ik haar kon bijbenen.
De schuin gesneden takken vlogen me om de oren. Ik haalde mijn vinger open aan een doorn waarna mevrouw Cieraad iets zei over eelt en over tere vingertjes en over hoppetee, even in een emmer koud water en als het dan nog bloedt een pleister.
“Een goede keus,” zei mevrouw Cieraad toen we na een tijd op waren gestaan om naar de emmers vol boeketten te kijken.
“Na tien jaar geluk spant het er altijd om of zo’n huwelijk het redt. Vooral als er geen kinderen zijn. Wat heb je immers dan nog aan elkaar?”
“Niks?” zei ik vertwijfeld.
“Inderdaad.”
Ze keek op de lijst en toen op de klok.
“Wil je boterham?”
Tussen de bloemen at ik brood met kaas.
Koffie uit de Senseo.

Mevrouw en meneer Cieraad spraken niet met elkaar.
De eerste dag dat ik aan het werk was, was een zaterdag en het was druk in de winkel.
Rond tweeën was meneer Cieraad binnen gekomen. Een statige man met een hoed en een zwart pak. Mevrouw Cieraad zat achter in de zaak achter de werkbank te bloemschikken.
Hij nam zijn hoed af.
“Zo,” zei hij. “Dus jij bent de nieuwe hulp?”
Ik knikte en glimlachte een beetje.
Hij schudde mijn hand.
“Ik vroeg me af of mijn vrouw vandaag op tijd klaar is met de bestellingen.”
Ik keek om, mevrouw Cieraad zat gebogen over een bloemstuk, shaggie in de mondhoek.
“Ik weet het niet,” zei ik. “Ze zit daar.”
“Wil je het haar even vragen,” vroeg meneer Cieraad.
Ik keek hem aan. Hij glimlachte.
“Ja hoor,” zei ik.
Ik liep naar de werkbank.
“Uw man is er,” zei ik.
“Ja?” vroeg ze. “Wat moet ‘ie?”
“Hij wil weten of u op tijd klaar bent om eten te koken,” fluisterde ik.
“Ja hoor,” zei ze. Ze ging door met beglitterde balletjes in de oase te steken.
Ik liep terug.
“Ja hoor,” zei ik.
“Mooi!” zei meneer Cieraad. Ik kreeg een knikje terwijl hijn zijn hoed opzette en met nog net geen klikken van zijn hak draaide hij zich om en liep hij de zaak uit.
De rest van de middag stond ik achter de toonbank boeketten af te rekenen en mevrouw Cieraad te vragen of ze voor een klant een bos op maat wilde maken.
Om half zes sloten we de zaak.
“Nou,” zei ze, “dan ga ik maar koken.”
Ze liep naar de deur naast de zaak en liep naar binnen. Door het raam zag ik meneer Cieraad voor de televisie zitten.

“Studio Sport,” zei de Hooiman toen ik hem vertelde over die dag.
“Hij kijkt natuurlijk Studio Sport op zaterdag.”
“Het was een maandag.”
“Ja. O.”
“En Studio Sport begint pas om zeven uur,” zei ik.
De Hooiman keek me peinzend aan.
“Tja,” zei hij.
“Wat voor een man ben jij eigenlijk?”

De maandag erna stond ik voor de bloemisterij te wachten op mevrouw Cieraad. Hun deur ging open en het echtpaar Cieraad kwam naar buiten. Mevrouw Cieraad in haar ouwe spijkerbroek en haar ouwe trui en meneer Cieraad in zijn zwarte pak. Meneer Cieraad sloot de deur terwijl mevrouw Cieraad het pad van de voortuin afliep. Bij het trottoir draaide ze zich op en liep weer naar de deur. Op het pad maakten de twee ongemakkelijk plaats voor elkaar, als twee reizigers in een trein die in tegengestelde richtingen over het gangpad moeten.
Zonder wat te zeggen liep meneer Cieraad het pad af.
“Goeiemorgen,” begroette hij me vriendelijk. Hij tikt tegen zijn hoed.
“Goeiemorgen,” begroette ik terug.
Mevrouw Cieraad was ondertussen in het huis verdwenen.

Ik vroeg me af of ze wel samen sliepen.
Of ze wel samen sliepen, maar niets zeiden.
Ik denk dat je best goede seks kunt hebben met iemand waar je niet mee praat. Het is immers een andere taal. Al zou ik niet kunnen bedenken welke taal gecompliceerder is, die van het zwijgen of die van het neuken.

“Het is allebei een taalloos praten,” zou ik later tegen de Hooiman zeggen.
De Hooiman snurkte een lach.
“Neuken,” snurkte hij.

“Op een dag zal ik ook achter me zien en zien dat ik ook precies hetzelfde traject heb afgelegd als iedereen om me heen. De tantes, de ooms en niemand die nog echt gelukkig is met niets als hij eenmaal de vijftig is gepasseerd. Voor die tijd was er nog de verwachting dat er iets zou komen gaan. Maar niets kwam. Pah.”
Ik schatte mevrouw Cieraad zo tegen de zestig.

“En dan kom je er uiteindelijk achter dat het niet lag aan dat bosje bloemen of aan die ene keer dat je door de regen ging om voor zijn raam te staan en hem te roepen. Op een dag sta je gewoon in je kamer en je kijkt naar al je spullen en dan weet je dat je alles hebt, maar dat wat je verwachtte, dat waar je op hoopte, je wist niet eens wat het was. Je streefde steeds naar iets anders en steeds kreeg je op een moment wel wat je wilde, maar uiteindelijk bleek er steeds weer iets anders dat miste.
We zijn nu eenmaal niet gelukkig met niets. Zelfs als je alles hebt.
Als je de hele dag tussen de bloemen mag zitten, zoals ik.
Dan wordt zo’n bos bloemen ook maar gewoon werk.”

Uiteindelijk blijft er toch niets anders over dan dit.
Dat wij hier zitten en dat we God kunnen bidden dat alles hebben mogen wat we wilden doen.
Spijt maakt van de dood iets lelijks.

Nu al een schijtdag

Vanochtend zag ik een mevrouw in een ochtendjas een beetje chagrijnig de straat uit kijken.
De straat was, op fietsers na, leeg.
In haar hand had ze een hondloze hondenriem.

Stille nacht

Inkomende sms, van Tengo, vanochtend na een avond babysitten op Jimmy samen met huisgenote:
Dames, ik weet niet wat jullie met de baby gedaan hebben, maar hij heeft voor het EERST in vijf maanden de hele nacht doorgeslapen! (Wanneer komen jullie weer?)

Uitgaande sms, naar Tengo, na een stille, stille nacht:
Wat fijn! Hier hebben de krakers namelijk ook voor het eerst (sinds twee maanden) een hele nacht doorgeslapen!

Drie hondjes, vier kinderen en een rolstoel

1.
Toen ik op Google Maps een woning van dichterbij bekeek (ik zoek een nieuw huis, wat tegenwoordig vooral via internet gaat en lang leve de techniek: hoe deed men dat vroeger? G’woon met de fiets? Stiekem langs fietsen?) zag ik dat het hoofd van het stenen hondje in tuin onherkenbaar was gemaakt door Google.

2.
In het park zag ik een meneer met twee veel te kleine hondjes. De meneer zag er hip uit en leek zich een beetje te schamen voor zulke kleine hondjes, vooral daar beide beestjes aan zo’n gezellige tweepersoons hondenlijn zaten en allebei weigerden te lopen.
Op hun kont schoven de hondjes voorbij. De man wachtte af en toe geërgerd.
Het mocht niet baten.

3.
Vanuit de trein zag ik over een fietspad in een leeg industrieterrein een mevrouw in een rolstoel met een rotgang over het asfalt schoot. Ze had vier kinderen bij zich, één op schoot, twee hingen op skeelers aan de rolstoel en ééntje hing aan vanaf een fiets.
Het hele gezelschap gierde van de lach.

(4.
Mijn moeder presteerde het ooit, lang lang geleden, om in een Pandaatje (zonder fietsenrek, mind you) zichzelf, vier kinderen en een fiets te krijgen.)

(5.
Ja, inderdaad: de tussenhaakjes is nog steeds mijn favoriete interpunctie.)

Het leven is als bonbons in een kitscherig schaaltje

“Het staat ervoor, hoor!” riep tante Mien altijd als ik naast de salontafel op de grond zat en het schaaltje bonbons probeerde te hypnotiseren.
“Eerst vragen!” riep mijn moeder dan vervolgens als ik mijn hand uitstak om er één te pakken.
Waarop ik “mag ik nog een bonbon?” vroeg en mijn moeder vervolgens op haar horloge keek en steevast “we moeten eigenlijk zo gaan eten” zei.
Waardoor ik meestal kon fluiten naar die bonbon.

Als kind is de hele wereld om je heen zich bewust van regels die niemand je ooit verteld heeft.

En fluiten zullen we.

Voor mijn verjaardag had ik graag:

(En ik ben vier april jörig, dus u heeft heus wel tijd voor fundraising.)

1.

victorian.jpg

Een nieuw huis.

2.

Of anders alleen een torentje.
Ook goed, hoor.

torentje1.jpg

Ik kijk heus niks in de bek.

3.

O ja. Een boekenkamer.

boekenkamer1.jpg

4.

Een wijnkelder.

wijnkelder.jpg

5.

Een kantoor.

kantoortje1.jpg
Liefst mét Don Draper.

6.

En een nest puppies.
toomanypuppies.jpgVoor bij de taart.