Admiraal Geert

Zoals verschenen in .Unst 17.

caranavalsjans2.jpg

Opgroeien in een dorpje onder de rook van Venlo is voor niemand echt leuk, maar op feesten en partijen maak ik altijd de blits met het verhaal dat ik ooit carnaval met Geert Wilders heb gevierd. Mijn oudste broer schept wel eens op dat Geert Wilders zich heel vroeger in zijn stamkroeg altijd helemaal suf blowde, maar mijn andere broer en ik hebben een beter verhaal.
Vastelaovend in Venlo, we schrijven het jaar 2002.
Met een vriendengroep uit het dorp stonden we in Café De Witte aan de Parade. Een vriend van ons zat destijds in de Venloose gemeentepolitiek en was bevriend met Geert Wilders, die toen nog netjes in de schaduw van Ayaan Hirsi Ali voor de VVD in de Tweede Kamer zat. Ik weet niet of hij toen al bewaking had, maar wat ik wel weet is dat hij biertjes van ons dronk en dat zijn geblondeerde hoofd rustig meedeinde op de Vasteloavendkrakers door de boxen. Wij vonden het allemaal wel geinig: zo’n vreemde vogel in ons midden. En hij was er al ongeveer anderhalf uur, maar hij had nog steeds geen rondje teruggegeven. Dat terwijl hij wél rondjes van ons áánnam. Hm, dachten wij. Maar goed, wij Nederlanders zijn een gul volk, nietwaar en we maakten ons er verder geen zorgen om. Geert was verkleed als admiraal en op een polonaise heb ik hem niet kunnen betrappen. Maar ja, polonaiselopen is in Venlo nu eenmaal nooit echt een populaire bezigheid geweest.
Mijn broer was verkleed als Fidel Castro, zoals elk jaar.
Compleet met speelgoedmachinegeweer en een vriend verkleed als Ché. Daarbij droeg hij een grote Che Guevarra-vlag bij zich. Telefoons met een camera waren destijds nog niet zo in zwang en als je er al een had, dan nam je die in ieder geval zeker niet mee de kroeg in met Carnaval. Dus we probeerden iedereen al wapperend met de vlag op de kiek te zetten met een kekke HEMA-wegwerpcamera. Leuk voor later.
Toen Geert aan de beurt was, bood mijn broer hem, nadat de Admiraal een bier en een sigaretje had aangenomen, een punt van zijn vlag aan. Nu komen wij uit een links nest, en een punt van de vlag aan de malle Geert geven (om nog maar te zwijgen over het sigaretje en het pilsje) was voor mijn broer als een vredespijp tussen Dunbar en Kicking Bird.
Geert bedankte vriendelijk.
Mijn broer keek de groep rond. Een aantal mensen lieten hun glas zakken.
Nu is mijn broer niet iemand die zich met een kluitje het riet laat insturen, laat staan na twee dagen Vastelaovend en een fust bier.
Dit was Geert Wilders en die zat in de VVD en hijzelf had een Ché Guevarra-vlag, allerlei linkse hobby’s (al bestond die term toen gek genoeg nog niet, vreemd eigenlijk: waar komen al die enorme schouwburgen in van die kleine blanke dorpen dan eigenlijk vandaan?) en, jawel, een fototoestel.
Één en één is twee, nietwaar?
Hij drong aan en Geert begon zijn hoofd te schudden, zijn witte kuif fier op het hoofd.
Met kracht probeerde mijn broer de punt van de vlag in Geerts hand te proppen, als een vervelende tante die je een vijfguldenmunt voor je verjaardag wilt geven, terwijl je toch echt een briefje vijfentwintig had verwacht.
Het mocht niet baten.
Geert zei nee en begon van zich af te slaan, waarna mijn broer besloot dan maar de vlag over hem heen te gooien.
Geert zich verzette zich als een tonijn in een visnet en maaide met zijn armen woest om zich heen.
Bier spatte in de rondte.
Ondertussen was onze hele groep stil. We keken naar de worsteling tussen De Admiraal, Fidel en de vlag.
Het was even stil, zo tussen twee nummers door.
De vlag viel op de grond.
Geert beende boos De Witte uit en wij bleven achter met lege glazen, lege sigarettenpakjes en de foto’s van de wegwerpcamera bleken na afdrukken allemaal onder belicht.
Dus mocht u zich nog afvragen wat voor man het werkelijk is. Ik bedoel, hoe hij wérkelijk is, in het echte leven. Dan kan ik u één ding zeggen: Geert Wilders is een man die tien biertjes drinkt op kosten van andere mensen, zonder daar ook maar een rondje of een sigaretje tegenover te stellen. En dat allemaal, terwijl hij doet alsof hij admiraal is.
Denk daar maar eens over na.

Het was weer een gezellige dag op Facebook, die 14e januari

Dirk van Pelt zoekt nog een titel voor een dichtbundel
14 January at 16:23
30 comments

Lucas de Waard
‘Zachtjes huilen in de achtbaan.’
14 January at 16:39

Lucas de Waard
‘Een hart van peperkoek, een ruggengraat van trekdrop.’
14 January at 16:47

Rinske Verberg
‘Het ongerezen deeg’
14 January at 16:47

Lucas de Waard
‘Ruilverkaveling me reet!’
14 January at 16:48

Dirk van Pelt
‘Mijn Plompverloren Onschuld’
14 January at 16:52

Dirk van Pelt
‘Almaar Wijzende Wachters’
14 January at 16:53

Rinske Verberg
‘Onterechte hobbels’
14 January at 17:01

Rinske Verberg
‘De semi-ecoloog’
14 January at 17:01

Lucas de Waard
‘Het hoe en waarom van poestasaus.’
14 January at 17:13

Lucas de Waard
‘Vingeren op de kliko.’
14 January at 17:14

Lucas de Waard
‘Alle 47 volstrekt overbodig.’
14 January at 17:15

Dirk van Pelt
Moegestreden Middagen
14 January at 17:22

Lucas de Waard
‘Rijmen is voor homo’s.’
14 January at 17:26

Joost Layla
‘Kul’
14 January at 17:50

Lucas de Waard
Ik ga voor die van Joost.
14 January at 18:00

Rinske Verberg
‘Het rechtsdraaiende linkeroog’
14 January at 18:17

Nasja Covers
‘Drank, of hoe Dirk zijn witlofschotel in de oven liet staan en wat hij daarvan vond.’
14 January at 18:32

Nasja Covers
‘Hallo! Ik ben Dirk en ik heb een paar gedichten geschreven, kijk maar:’
14 January at 18:33

Lucas de Waard
“Zilte schilfers op mijn ziel’ en nog 29 uiterst onaangename gedichten’ van Dirk van Pelt
14 January at 18:42

Dirk van Pelt
Ja, die.
Nu nog gedichten.

14 January at 19:49

Matthijs Rotte
“en hier laat ik een plaatje zien”
14 January at 20:25

Rinske Verberg
‘kijkadvies: niet doen.’
14 January at 20:38

Matthijs Rotte
“Dikke Dirk 1″
14 January at 21:40

Matthijs Rotte
‘t hoeft niet altijd moeilijk te zijn.
14 January at 21:40

Roeth Uit Utrcht
Ik stem op nasja & Lucas
14 January at 23:18

Michiel Tolsma
Pijn, spijt en steunkousen
14 January at 23:20

Dirk van Pelt
‘Dat wat had kunnen zijn, in 29 matige gedichten. Met echte stukjes pijn.’
14 January at 23:44

Roeth Uit Utrcht
hhhm, nee, zou ik niet uit de schappen graaien… (ook een titel trouwens)
14 January at 23:55

Anne Lichthart
ik kijk nu al uit naar de reeks dichtbundels van Lucas
Fri at 00:13

Hanneke Hendrix
Ik ga dit denk ik toch echt even copy-pasten naar mijn weblog.
2 seconds ago

De Moker op de Radio

Vannacht de eerste aflevering van De Moker op Radio 1, een nieuw radiodrama van Jeroen Stout en ‘s Neerlands hoorspelheldin Marlies Cordia.
Van kwart voor één tot één, daar waar Bommel vroeger zat.

Over het wel en vooral het wee van Harry “de Moker” Pruis in de jaren zeventig op de Wallen.
Kort door de bocht.

wallen.jpg

Én waarbij de ondergetekende alsmede Dirk van Pelt, Christine Geense en Kasper Jansen glansrijk gezamelijk de rollen van achtergrondgemummel, discussiërende krakers en schreeuwende hooligans op zich namen.

Hoezee!

Zijn meisje

Op een dag dan vindt zo’n man zichzelf voor de deur van de H&M, terwijl zijn echtgenote (die zijn meisje, dat meisje dat hij ooit had en die hij toen zograag zijn meisje noemde –dat zei hij ook vaak “mijn meisje”-, had opgegeten) binnen door de rekken gaat, zonder een sigaret, want dat roken waar hij zo van hield, dat heeft hij opgegeven.
Dan vindt zo’n man zichzelf voor de deur en dan kijkt hij naar zijn schoenen en naar de mensen die voorbij lopen en af en toe ziet hij iemand die ontsnapt is aan dat waar hij zichzelf zojuist in vond.
Een man van zijn leeftijd met een kind op zijn nek, allebei lachend, en dan zo lachend dat de man er niet uitziet alsof hij dat kind maar ieder ander weekend mag meenemen van de advocaat van zijn vrouw, maar alsof hij iedere dag lacht met zijn kind op zijn nek. Of de man met de pijp die voorbij loopt, met een grijze lichtgekrulde snor, en dan niet zo’n man met een pijp en een snor die doet alsof hij aan de teleurstellingen van het leven ontkomen is, maar een man met een pijp en een snor die zijn teleurstellingen omarmd heeft, zo’n man met een pijp en een snor waar het altijd fijn mee aan de bar zitten is, waarnaast het niet eng is om naast te zitten in de trein, een man die pijp rookt omdat hij gewoon graag pijp rookt en een snor heeft omdat hij graag de puntjes van de snor tussen zijn vingers rolt.
De man die voor de winkel wacht is niet ontsnapt.
Zijn vrouw en hij zijn hetzelfde.
Daarin zijn ze niet alleen.
Het was belangrijk om een studie af te maken en na de studie was het belangrijk om een baan te vinden en na het vinden van de baan was het belangrijk om weg te komen uit dat studentenhuis en nadat het appartement werd gekocht was het belangrijk om een goede relatie te vinden en na het vinden van die goede relatie was het belangrijk om samen iets groters te kopen en na het kopen van het huis was het tijd om aan kinderen te denken, want dat deed ze ineens, aan kinderen denken, want ze hadden nu toch alles en nog steeds miste er iets en ze hadden geen kinderen dus toen was het belangrijk en fijn om een kindje te krijgen en toen ze het kindje hadden gekregen kregen ze nog een kindje en toen op een dag hadden ze alles en nog was er dat gevoel dat er wat miste.

De man staat voor de H&M en hij weet dat hij vergeten is dat hij en zijn vrouw er in het begin al waren.
Toen zij nog zijn meisje was.
Dat hij het is vergeten dat er dagen waren dat het ’t allerbelangrijkste was dat hij op de fiets zat en dat de zon scheen en dat de stad het mooist was en dat hij wist dat ze thuis was en dat ze die avond zou koken in die keuken van dat vieze studentenhuis.

Nu is het te laat.
Ze hebben een huis, ze hebben kinderen en ze zijn familie geworden.
Ze horen bij elkaar.

Ze zijn het vergeten, hoe de lucht voelt, de eerste dag dat na de winter de jas uit kan in het park.

Een wandeling naar huis

1.
Er fietste een treurig kijkend meisje met een bowlingbal achterop de fiets voorbij.

2.
In lijn 8 zaten alleen maar oude mensen.

3.
Bij het uitzendbureau zochten ze uitbeners.

4.
“Hey chickies! Waggeffe!” riep de jongen naar zijn vrienden die doorliepen toen hij voor een etalage bleef staan.

5.
In het raam van de uitvaartwinkel stonden kleine rieten mandjes in de vorm van een ster en een engel.

6.
De mevrouw had haar hoedje zover over haar ogen getrokken dat ze haar hoofd in haar nek moest leggen om nog iets te kunnen zien.

7.
Voor mijn deur lag sneeuw die knerpte onder mijn voeten. Een oma van de bejaardenflat tegenover glibberde voorbij.

Klote kind

Vandaag draaide ik de bibliotheek uit. Buiten op het plein gilde een peuter in de sneeuw naar haar vader. Volgens mij was het gillen lachen, maar dat weet je bij kinderen nu eenmaal nooit.
Terwijl ik de draaideur uitwaaide liep er meneer draaideur in. Hij keek geërgerd om naar het gillende kind en de lachende vader en terwijl ik de stoep opstapte hoorde ik hem vloeken.
Het ging iets in de trant van “…en die kinderen van tegenwoordig die hebben ook geen fatsoen die klote kinderen in die klote sneeuw met die rot ouders die nergens wat vanaf weten…”
Door het raam zag ik hem steeds omkijken, terwijl hij in de bieb de trap op liep. Ik zag zijn lippen nog woorden maken tegen niemand in het bijzonder.

En ik vroeg me af.
Waar ligt nu eigenlijk de grens?
Wanneer komt de dag dat ik hardop mijn ergernissen ga uitspreken?
Want ja, we zijn wel chagrijnig, maar uiteindelijk potten we dat gewoon op.
Natuurlijk.

Wat maakt dat je op een dag gewoon hardop gaat schelden?

Wat u?