We eten kreeft

“Wat zie jij eruit. Heb je gehardlo-… hard gelo-… hè, hoe zeg je dat nou?”
“Ik ben bij de zonnebank onder een gezichtbruiner geweest.”
“O. Ai.”
“Ik ga nooit onder een gezichtsbruiner. Ja, nee, heel soms. Vandaag dus.”
“Jeetje.”
“In de winter.”
“Gekkehuus.”
“En er zit al een tube crème op.”
“Wil je anders wat water? Heb je geen zonnesteek?”
“Ik heb géén zonnesteek.”
“Je moet wel veel drinken hoor, vandaag.”
“Het doet pijn. En ik krijg een beetje hoofdpijn.”
“Het trekt morgen wel weg.”
“Op het feestje.”
“Het trekt heus wel bij.”
“Ja.”
“Ja.”
“Het was ook zó heet. Tegen het einde heb ik gewoon mijn handen voor mijn hoofd gehouden, zo heet.”
“Het trekt wel bij. Heus.”
“En anders ga ik gewoon als Nina Brink het nieuwe jaar in.”
“Daar proosten we dan op.”
“Sjuust.”
“World online!”
“En doe voor mij maar een glaasje water.”

Bremzout

Uit Het Bottenpaleis, Pam Emmerik:

Een maand later ging op zaterdagavond de bel. Hannah was die middag de stad in geweest, een stapel pakjes lag nog onuitgepakt op tafel. Voor de deur stonden Laura en Jack, met de baby in een reiswieg. Ze weigerde om jack binnen te laten. Laura kwam binnen om haar kind aan haar moeder te laten zien maar toen Hannah naar de baby keek voelde ze geen tederheid, de kleine keek haar met Jacks ogen aan, spottend, leek het wel.

Spottend, leek het, woedend leek het ook wel, keek Isabel elf jaar later haar grootmoeder aan, die gekomen was om voor haar te zorgen. Ze hadden elkaar na die ene ontmoeting niet meer gezien. Voor Isabel was het alsof ze elkaar nog nooit hadden gezien. Terwijl ze haar koffer uitpakte voelde Hannah hoe het kind elke beweging die ze maakte met Jacks ogen scherp in de haten hield, ze stuurde Isabel de kamer uit.

Hannah nam Isabels opvoeding streng ter hand. Als vergelding daarvoor vond ze kikkers in haar bed, die angstig kwaakten als ze het dekbed opensloeg, vielen er mottengaten groot als rijksdaalders in haar kleren, de kamperfoelie die ze plantte verwelkte keer op keer, ze had voortdurend lekke banden, eten werd op onverklaarbare wijze bremzout, het boek dat ze aan het lezen was miste steevast de twee laatste bladzijden, de krant werd slecht bezorgd of helemaal niet, post raakte zoek, evenals haar regenjas, wintermuts, zakradiootje, bergschoenen, lievelingstrui, twee gedichtenbundels, een woordenboek en een verzilverd nagelgarnituurtje, die Isabel achter de midgetgolfbaan begroef.

Boter

Met trots kan ik vertellen dat er iemand deze Krest op mijn weblog kwam door te googlen op Hoe boterkrullen. Het vervult me met kleverige nostalgische gevoelens, als ik denk aan dat iemand met een hard pakje roomboter en een warm mes achter de computer is gekropen om vervolgens terecht te komen op de koude kermis die HMDODHBS heet.

(O: en laat even weten of het gelukt is.)

Zeurlog

De leidingen zijn bevroren en mijn neus is verstopt.
Probeert god mij iets te vertellen?

(Voor de zekerheid heb ik lampetkan en afwasteil weer in ere hersteld.)

Vandaag in drie punten:

Punt 1:
Ik be’ verkoube.
Heeb d’r ieband uh zaddoek?
En ‘tizzier ook zo kout.
Verbarbing die loeit.
Dahkanneelmaalnie.
Dah kout.

*kruipt onder dekbed*

Punt 2:
Voor P de DJ maakte ik een top 10 van de beste nummers van het decennium.
Nou.
Dat deed ik.
Enige criterium waaraan ik mezelf heb gehouden was dat de nummers het langst op de repeat hadden gestaan, de laatste tien jaar.
Vanavond draait ‘ie plaatjes in Roosje, mede geïnspireerd op die berg top tiens (toch?).

Het werd bij mij overigens een top 12.

Grizzly Bear – Two weeks
Andrew Bird – Tables and Chairs
Midlake – Head Home
Feist – I feel it all
Arcade Fire – Tunnels (natuurlijk)
Spinvis – Wespen op de appeltaart
Jens Lekman – Higher Power
Beirut – The Penalty
Phoenix – If I ever feel better
Camera Obscura – French Navy
LCD Soundsystem – My Friends
My Morning Jacket – Anytime

Punt 3:
Ik be’ verkoube, dus ik moet nog even kijken of ik vanavond die berg top tiens in Doornroosje wel red.
Blegh.
Het hele huis ruikt naar menthol (ruik ik zélfs door de verstopping heen).
Sinaasappels?
Iemand?