Slordig, Hanneke, slordig

En wat is het toch altijd weer een heerlijke verrassing als ik én bij de bulkmail vergeet de geadresseerden in het bcc-vak te zetten én als ik dan ook nog eens een vindt ik-typfout in de tekst vind.

Ik ga even met mijn heufd in de gasoven liggen.

Codex Hammurabi

Tijdens HartsTocht
van Het Zuidelijk Toneel

Zaterdag 30 mei
Breda
16u30 tot 17u30
Chassé Theater, Euretco foyer

Vrijdag 12 juni
Den Bosch
15u30 tot 16u30
Theater a/d Parade





Een theatrale lezing van

Codex Hammurabi

Door Hanneke Hendrix
Spel van Dimme Treurniet en Flip Filz

Met veel dank aan Martine Manten en Rob de Graaf

hl_pane_white_square.gif
hl_pane_white_square.gif
hl_pane_white_square.gif
hl_pane_white_square.gif

hl_pane_white_square.gif

cain.jpg

PERSONAGES
Albert, een leraar Nederlands
Samuel, een rechercheur

LOCATIE
Een ondervragingsruimte ergens in een middelgrote stad in Nederland

TIJD
Nu

hl_pane_white_square.gif
hl_pane_white_square.gif
hl_pane_white_square.gif
hl_pane_white_square.gif
hl_pane_white_square.gif

een scène

SAMUEL
Wist je dat de mens het enige wezen is dat zich kan ergeren?
Een beest bijt meteen.
Een mens niet.
Die pot het op.
En ontploft dan als het hem eigenlijk niet uitkomt.
Soms jaren na dato.
We ergeren ons omdat we ons inhouden.
En inhouden is niet erg.
Helemaal niet.
Maar ergernis ontploft soms.
Daar doe je niks aan.
Dat begrijp je toch wel?

ALBERT
Honden kunnen ook leren zich in te houden.

SAMUEL
Honden gaan ook dood aan kanker.
Net als mensen.
Kanker is ook een soort van ontploffen.

ALBERT
Ik erger me niet.
Nooit.
Zo ben ik niet opgevoed.

SAMUEL
Nu goed.
Je wandelde langs de Waal en je moest aan vroeger denken.

ALBERT
Maar dat is niet raar.
Ik denk dan altijd aan vroeger.
Daarom vind ik het juist zo fijn.

SAMUEL
Denk je dat ik op zoek ben naar iets raars?

ALBERT
Daar ga ik van uit.
Je wilt toch weten waarom vandaag anders ging.

SAMUEL
Wat je raar vindt hoeft niet persé te zijn wat ik zoek.
Jij moet antwoorden op wat ik vraag.

ALBERT
Vraag maar dan.

SAMUEL
Je gaf les.

ALBERT
Ja.

SAMUEL
Zoals het altijd ging.

ALBERT
Ja.

SAMUEL
Niets raars?

ALBERT
Nee.
Niets raars.

Samuel maakt een aantekening.

ALBERT
En om vier uur was ik klaar.
Ik had geen extra curriculaire bezigheden, dus ik ben naar huis gefietst.
Mijn vrouw lag op bed.
Ze doet graag middagdutjes.
Ik heb in de koelkast gekeken en bedacht dat we die avond maar eens voor de open haard met wijn moesten gaan zitten.

SAMUEL
Hoe laat was je thuis?

ALBERT
Half vijf.
Ik fiets er vierentwintig minuten over.
Vier uur klaar, naar buiten lopen, fiets pakken-

SAMUEL
Uit de beschermde stalling.

ALBERT
Inderdaad.
En naar huis.

SAMUEL
En thuis besluit je dat je ’s avonds met je vrouw voor de open haard wil gaan zitten.

ALBERT
Met wijn.

SAMUEL
Met wijn.

ALBERT
En kaasjes.

SAMUEL
Toe maar.

ALBERT
Maar de kaasjes waren op, dus ik besloot om naar de supermarkt te fietsen.

SAMUEL
Ze waren op.

ALBERT
Ja.

SAMUEL
Dus je hebt altijd kaasjes in huis?

ALBERT
Ja, normaal wel.

SAMUEL
Je moet wat, zo zonder kinderen.

ALBERT
Wat bedoel je daar nu mee?

SAMUEL
Jij en je vrouw.

ALBERT
Wat bedoel je?

SAMUEL
Waarom reageer je hier zo fel op?

ALBERT
Omdat jij insinueert dat mijn vrouw en ik een probleem hebben.
Ik vind het heel vreemd dat je van alles over mijn kinderloosheid wilt weten en niets over de kinderen waarmee ik werk.

SAMUEL
Ik insinueer helemaal niks.
Maar je moet natuurlijk de boel wel uit de sleur houden, zo zonder kinderen.

ALBERT
Wij hebben een prima huwelijk!

SAMUEL
Dankzij die kaasjes natuurlijk.

ALBERT
Als je denkt dat wij die kaasjes nodig hebben om ons huwelijk goed te houden-

SAMUEL
Ja ja ja, als ik de keren moet tellen dat wij moeten komen opdraven voor een kaasgerelateerde moord in de relationele sfeer dan kunnen we beter meteen onszelf verhangen. (Lacht)

ALBERT
Wat?

SAMUEL

Sorry.
Flauw.
Grapje.

Onder wolken

Vannacht werd ik wakker van het flitsen en telde ik met mijn twee eeuwenoude knuffelberen de tijd tussen de bliksem en de donder.
Éénentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig.
Ik dacht aan hoe ik vroeger bij mijn ouders in bed kroop en hoe gezellig ik het vond om daar tussen twee slapende ouders in te denken aan de snelheid van de boze wolken.
Nu lag ik alleen in bed en wist ik dat ouders op den duur mensen worden en dat de wereld als een razende onder de donderwolken uitschiet.

Zwart zaad

Drie bureaus.
Daniel en Robbert Jan zitten elk onder een bureau, voor deze bureaus zit Dora op een klein krukje.
Ze huilt luid en van het plafond vallen brokstukken naar beneden.
Er klinkt geluid van ontploffingen.

DANIEL
Haal jij haar of haal ik haar?

ROBBERT JAN
Ik haal helemaal niks.

DANIEL
We kunnen haar toch niet zo laten zitten.

ROBBERT JAN
Ik kan dat heel goed.
Kijk maar eens hoe goed.
Kijk.

DANIEL
Ja.
Ik zie het.

ROBBERT JAN
Mooi.

DANIEL
Nou dan.

ROBBERT JAN
Ja.

DANIEL
Het arme mens.

ROBBERT JAN
Dit is zo pathetisch dat ik er bijna van moet kotsen.

DORA
We gaan allemaal dood!
Allemaal!

ROBBERT JAN
Godverdomme.

DANIEL
Dora, hartje, kom nou eens onder mijn bureau.

DORA
Onder verwrongen staal worden we platgedrukt terwijl het stof en de asbest onze longen zal binnendringen.
Geloof mij!
Sukkels!
Gezonder asbest zullen jullie longen nooit proeven, want zelfs kanker heeft nog een drang tot leven en hier heerst alleen maar de dood.

ROBBERT JAN
Godverdomme.
Kut.
Continue reading…

Toen God lol had

Wachtend op de metro zag ik een jongen en een meisje innig omhelsd staan en het was lastig om op het perron zo te gaan staan dat ik ze ongezien kon bekijken. Het was een omhelzing die leek op afscheid nemen, maar dan alsof iemand de video stil had gezet. Volgens mij hadden ze een nacht niet geslapen, want ze leken allebei te knikkebollen.
Het meisje was een knap Aziatisch meisje dat aan de nek van de jongen hing. De jongen was een old school nerd, mager en waarbij het leek alsof God er lol in had gehad om zijn neus, lippen en kin op een zo klein mogelijke oppervlakte te proppen. Zijn kin stond ver vooruit, zijn ogen juist ver naar achteren en het voorhoofd alle ruimte, die de onderkant van zijn gezicht te kort kwam.
Zoals ik al zei, een old school nerd.
Met pukkels.
En een bril.
En een blauwe windjack.
Met zijn dunne armen hield hij het mooie meisje op haar voeten. Het was negen uur in de ochtend, al is het tijdstip geen excuus, ze leken me niet dronken.

In de metro ontdekte ik een ring aan zijn hand, terwijl ik me strategisch in een hoek tegenover hen had geposteerd.
Was het een trouwring?
Het leek op een trouwring.
Ik kon niet zien of zij er ook een om had, aangezien haar handen achter zijn smalle rug verdwenen. Ze sliep en zakte af en toe door haar knieën en dan gaf hij haar een kus op haar hoofd.
Zouden ze gevlucht zijn van boze ouders?
Zouden ze de hele nacht hebben moeten rennen?
Dat hij haar uit een dakraam op een plat dak had getild en dat ze over schuttingen waren geklommen en langs oevers waren gelopen, dat ze hadden moeten rennen, voor honden en politie en boze broers op scooters en dat ze door de bossen hadden gestruind en bij het ochtendgloren bij waren geweest omdat ze toch de stad hadden bereikt.

Ik keek naar de jongen.
Hij krabde een puistje open en bleef pulken.
Hij keek niet trots, hij keek niet bang, hij krabde gewoon aan zijn gezicht en keek naar het bloed aan zijn wijsvinger.
Geen vegen, geen bosgrond onder zijn nagels of schrammen van een hek op zijn hand.
Zijn kleren waren schoon en bij nader inzien zijn schoenen te wit.
Hij had alleen dat bloedende puistje.
En een te mooi meisje om zijn nek.

Misschien had God vanochtend naar hem gekeken en de bulten van zijn acné geteld.
En toen gedacht, kom, laat ik eens gek doen.
Iets goed maken.
Ik hang er gewoon nog wat aan.