Beh.

De makers van de Oreo-reclame mogen wat mij betreft op het schavot. Ik durf overigens te wedden dat die man naast het jochie in zijn vrije tijd graag clown speelt.

Middelbare school

In de tunnel kwam ik Tom en Tengo tegen.
Ik was op weg naar de bank van mijn lief, ziek alweer, of nog steeds, ik weet de laatste weken niet of ik kwakkel of dat ik aan het bacil-pingpongen ben met die voorgenoemde bankeigenaar. Ik, mijn besten, bezit, even tussen neus en lippen door, geen bank. Noch qua geld, noch qua sofa.
Overigens.
Maar dat geheel ter zijde.

Laat ik het zo zeggen: ik was op weg naar een sofa in Oost en in de tunnel kwam ik Tom en Tengo tegen.
Ik droeg mijn nieuwe bril.

“Ik heb een nieuwe bril,” zei ik.
“Ja, dat kunnen we wel zien,” zei Tengo.
Mijn nieuwe bril is namelijk nogal groot.
Ze keken me beide aandachtig aan.
Doordat de bril zo groot is, zakt hij snel af en ik drukte met mijn want de bril terug omhoog mijn neusbrug op.
“Ik heb het gevoel dat ik er éíndelijk precies zo verstrooid uitzie als dat ik ben,” zei ik.
“Jajajajajajaja!” riepen Tom en Tengo direct én synchroon.
Tengo bestudeerde mijn gezicht.
“Inderdaad,” mompelde ze, “hij past bij je.”
“Ik moet hem alleen nog even wat strakker laten zetten.”
Ik duwde de bril weer omhoog.
“Ach,” zei Tengo.

Ik stapte weer op de fiets.
Ik voelde me misselijk en mijn bril besloeg door de mist.
O, how to be young again!

Lookaasie?

D’n Pep, d’n Lee en d’n ondergetekende zijn op zoek naar een huis.
We gaan namelijk voor d’n Lee een videoclip (“Een videoKliphuis!” roepen Pep en ik steeds) opnemen en we hebben nog een passende locatie nodig.
We hebben hier en daar al ideeën, maar misschien weet iemand van u nog ergens een plek.

We zoeken qua sfeer een soort van kruising (te links of te rechts) tussen dit:

white_square2.jpg

white_square2.jpg

en dit:

white_square2.jpg

white_square2.jpg

De toekomstige clip is overigens geïnspireerd door dit verhaal.
Dus heeft u een idee, of (beter nog) een heul groot huis: u weet waar m’n contactformulier woont.

Hoe de journalist aan zijn nieuws kwam

Noopt mij nog te vertellen dat ik na het op de fiets stappen, ná het bezoek aan de Albert Heijn en zijn slingeraapjes aan de hekken, natuurlijk wel even meteen onze vrind de journalist belde. Waardoor ik overigens over mijn eigen baguettes heenfietste die uit mijn mandje vielen wegens spastische oversteekmanouvre. Maar dat geheel terzijde… (“Wat?! Terzijde?!” hoor ik de baguettes vanuit de keuken roepen.)

“Zeg journalist, moet jij nog nieuws?”
“Lamaarkomme.”

Zodoende:
voebele.jpg
Kilk!

Ik voorspel een rel. Ik voorspel een reh-hel.

Vandaag stonden er twee dranghekken voor de Albert Heijn. Op de hekken hingen, naast de jongetjes, geprinte A4tjes met de tekst: Kinderen die voetbalplaatjes sparen, graag achter de hekken blijven.

De kassajuffrouw wist me te vertellen dat er gisteren helemaal niemand meer in of uit kon door al die kinderen. Ik wilde eerst mijn twee plaatjes aan de hongerige kinderen geven, maar was bij nader inzien toch bang dat ze mijn hand eraf zouden bijten.

albert-heijn-kinders.jpg

Eenmaal buiten (“Mevrouw! Mevrouw!” riepen vierhonderddrieënzestig kinderkeeltjes) bedacht ik tijdens het fiets-inladen dat het ook voornamelijk een sociale gebeurtenis was, dat dranghekhangen.
Een oud meneertje stond naast me.
“Weet je wat ze in mijn tijd zeiden?” zei de meneer.
“Nee,” antwoordde ik. Ja, ik kon natuurlijk wel alvast gaan raden, want ze zeiden een boel, toen in de tijd. Maar dat deed ik niet.
“Kindertjes die vragen…” zei de meneer.
“Worden overgeslagen!” onderbrak ik hem trots.
“Juist,” zei de meneer.
Ik stapte op mijn fiets.

“Nee, het is een soort van economie,” zei Henk de DJ, toen ik bij d’n Lee de boodschappen in de koelkast zette. En hij vertelde dat hij naast de kinderen was gaan staan en had gezegd dat er maar 400 eredivisiespelers zijn, terwijl er wel 100.000 kaartjes worden gemaakt en dat het daarmee hetzelfde zou vergaan als met het banksysteem. Een kwestie van tijd voordat de boel inklapt.

Ach. Je wordt hoe dan ook overgeslagen. Het is een soort van politiek, die je als kind moet bedrijven bij dit soort zaken. Ik was daar altijd slecht in. Ik durfde nooit helemaal wel en nooit helemaal niet mee te doen. Dan stond ik er op een afstandje te kijken naar het geknikker, het gelolo-bal en het gebelletjetrek en dan riep ik af en toe ook halfslachtig wat.
Het is een soort van politiek.
Je moet niet de hard roepen, maar ze moeten wel zien dat je het meent.

Op een dag ga ik het menen.
Tot die tijd geef ik mijn plaatjes gewoon aan Henk de DJ.

Raak me waar ik voelen kan

Sinds dit weekend ben ik fan van John Callahan.
(En dat allemaal dankzij het wéér ziek zijn. Je moet toch wat, als je de slaap niet kunt vatten in het holst van de nacht omdat het voelt alsof je een kilo hobbyklei hebt gegeten.)
Niet eens alleen wegens zijn antiheldheid, maar ook vanwege zijn geweldige strips.

callahanbookstore.jpg
Een Antonette-waardige wereld!

Gaat dat zien! Gaat dat zien!
Raak me waar ik voelen kan, door Simone de Vries.

Ik vind dit heel grappig

Zojuist ging op Radio 1 tijdens een discussie over wat te doen met de gevangenen van Guatanomo Bay het ontruimingsalarm af.
Werkelijk iedereen in de studio giechelde en ons Frank besloot met “nou, ik denk dat we er maar een plaatje in moeten gooien”, waarna the Beatles met A day in the life klonk.

Op moment van spreken is de uitzending hervat.
In een ruimte verderop.
Het ontruimingsalarm wordt genegeerd.

Zolang ze mijn lievelings Frank du Mosch maar niet opblazen, vind ik alles goed.

Ik moet hier steeds aan denken

Een kapitalist die geld investeert, gedraagt zich eerder als een gelovige dan als een rationele homo economicus, meende hij. Als boeren zich zouden gedragen als aandeelhouders, schreef Keynes ooit, zouden ze ’s ochtends als het regent hun boerderij van de hand doen, om deze ’s middags wanneer de zon schijnt weer terug te kopen.

Uit de Groene Amsterdammer, Wij zijn allen keynesianen door Koen Haegens