Het is de promotieweek, lijkt wel

~Iets moois van ons Maja~

De moeder was te jong
de vader was te arm
de ezels waren te onnozel
de vogel was te dik
en de kinderen waren gelukkig.

Uit: het Middelste Meisje

De klaptop loopt overigens nu wel als een tierelier

“Ik snap niet waar het aan ligt. Ik heb die map speciaal uit zekerheid twee keer overgezet.”
“Ik accepteer het gewoon. Ik accepteer het gewoon.”
“Nee, hier in de back-up ook nergens te vinden.”
“Ik accepteer het gewoon.”
“Kut! Wat erg.”
“Ik accepteer het gewoon.”
“Sorry!”
“Mike?”
“Ja?”
“Je niet schuldig voelen.”
“Doe ik wel een beetje.”
“Niet doen! Ik had die map zelf moeten controleren. Jij wist natuurlijk niet wat daar in moest staan. En de klaptop liep ook zo kut qua kopiëren. Deed drie kwartier over een map met een paar wordbestanden. Kon jij niks aan doen. En ik heb nog een vol pakje peuken. Ik accepteer het gewoon.”

Alles tot en met een stukje van de mappen die beginnen met de V weg.
Al mijn stukken uit Vakfase I. Weg.
Stukjes Hooiman die ik noot heb gepost. Weg.
Hele filmscripts voor fictieve videoclips. Weg.
Al mijn HMDODHBS kopieën waar de foto’s instaan die niet meeverhuisd konden worden na de legendarische crash van afgelopen zomer. Weg.

En nu is mijn biertje ook nog op.
Ik accepteer het gewoon.
Ik kom er wel overheen.

Ik ben er al bijna overheen.

white_square.jpg

En Mikey is overigens nog steeds gewoon een held.

Baco weet het

Uitgaande sms, 9u56, naar Baco:
Wanneer is trouwens de politieman opgehouden een fluitje te hebben?
WANNEER?!

Inkomende sms, 11u58, van Baco:
Sinds agenten voor hobo worden uitgescholden…

Ach…

Er is iemand op mijn site gekomen door te googlen op: meisje in rolstoel zoekt vriend.
Ik zal de hooiman even een mailtje sturen.

M’narmendell

Bij mij is altijd iets stuk.
De koelkast doet het weer, mijn hart is weer aan elkaar geduct taped en mijn kapotte fiets is gejat.
Maar goed: bij mij is altijd iets stuk.

De computer gerelateerde relatie die ik met Mikey heb begon zo’n tien jaar terug toen hij nog de enige in huis -en omstreken- was die een internet verbinding had. Een lange witte kabel liep van buiten zijn kelderraam in. Mikey bewoonde het soutterain en ik mocht op zijn pc als ik een paar guldens in een potje deed en als ik niet bij de computer zou eten.
Gevolg was dat ik op een dag achter de pc een grote bak aardbeienyoghurt zat te eten en onverhoopt een klodder op het toetsenbord liet vallen.
Driftig heb ik toen met wattenstaafjes en stukken krantepapier de illegale zacht roze substantie tussen de toetsen uitweten te poetsen.
Dacht ik.
Mike had ook een grote televisie en een heleboel video’s en, zo gaat het verhaal, zat ik op een avond film te kijken. Mikey zat achter de pc. Te typen tot ineens de n besloot uit zichzelf te gaan lopen “nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn” verscheen er op zijn beeld.
“Han!”riep Mike.
“Wat?” riep ik verschrikt terug (ik at pelpinda’s, wat ook weer een verhaal werd, maar goed: dat is weer een -inderdaad- ander verhaal).
In zijn hand hield Mike een toets (de n), die hij er zojuist met een schroevedraaiertje had uitgewipt.
“Wat is dit?”
“Wat?” vroeg ik, op mijn onschuldigst.
“Wat is dit roze?”
“Euh. Yoghurt?”
“Wat voor yoghurt?”
“Euh. Aardbeienyoghurt?”
“En waar zit dat aan?”
“Aan de n,” zei ik.
“Juist,” zei Mike, “aan de n. En wat hadden we afgesproken?”
“Niet eten bij de pc.”
“Juist.”
En dat was dat.

Dat Mike, buiten computerman -hij schroefde mijn eerste pctje van drie computers in elkaar, waarvoor hij nog steeds een keer een etentje krijgt- , ondertussen succesvol hulpverlener is mag geen verrassing zijn.

Nu dan.
Nu.

Mijn klaptop remt.
Of ja remt.
Ik typ letters en hij besluit ze een paar seconden later pas in beeld te laten zien.
En dat doet hij niet steeds, nee, dat doet hij met tussenpozen van een paar minuten.
Daarbij besloot m’n klaptop deze week om zoveel vast te lopen, dat zelfs het taakbeheer programma in zichzelf aangaf dat hij niet reageerde.

“Iedereen heeft een gids die over hem of haar waakt,” sprak een mevrouw die schilderde met gekleurde was (en dan was als in bijenwas en niet was als in kleren) op de televisie.
“Nou, dan staat die van mij vast en zeker altijd buiten te roken,” antwoordde ik terug.
“Vandaar dat het altijd zo goed met je gaat als je buiten staat te roken,” sprak Jazeker Erik Leker.
“Vanaf 8 juli wordt 2008 mijn jaar,” antwoordde ik.

En zo toogde ik vanmiddag om 12 met mijnnenarmendell onder de arm en lunch voor hem en z’n vrouw in mijn verfrommelde fietsmandje naar Mikey.
Het is ondertussen kwart voor zes.
Ik rook wat.
Ik zet wat koffie.
Ik typ eens een stukje.
Ik lees eens een boekje en af en toe roept Mike “jeeezus!” naar mijn laptop.
Want m’n dell remt nog steeds.

“Wat doen we met eten?”, hoorde ik z’n vrouw zojuist vragen.
“Ik kook wel,” riep ik vanuit de soort van kast waarin ik nu zit te typen aan een high tech pc.
“Nee, laat maar!” werd er in koor vanuit de keuken terug geroepen.

Ik ben bang dat ik ondertussen als betaling een keer voor de ganse familie moet gaan koken.
Voor een stuk of tachtig man.

En tegen die tijd zal er vast wel weer wat anders kapot gaan.
Ach ja.
Zo lang ik niet verliefd word is het hopelijk wel weer een keer met een lunch ofzo op te lossen.