Goed voornemen

Het goede voornemen voor in mijn nieuwe huis is:

Of ik sorteer mijn kleren op soort en genre,
of ik koop voortaan alleen kleren in verschillende kleuren (d.w.z. niet alleen bruin en zwart) zodat ik NOOIT meer in een grote berg zwart-bruin textiel een half uur naar dat ene rottruitje hoef te zoeken. Waarin ik alleen maar de maillots te voorschijn trek die ik de dag ervoor juist aan het zoeken was.
Zo.

Het gaat een gestructureerd en/of een gekleurd 2008 worden.

Koek

“Het wordt een hele mooie dag vandaag,” zeg ik.
Het meisje kijkt naar buiten. Het regent pijpestelen.
“Ja,” zegt ze.
Ik vlecht haar haren. Ze zucht en kijkt met een schuine blik naar de regenwolken.
“Zullen we met de bus?”
“Nee,” zegt ze, “de fiets. En ik wil voorop. Op de stang.”
“Echt niet met de bus?”
“Nat worden past wel bij zoiets als straks.”
Ze heeft haar mooiste jurk aan.
“Nu zal ik hier wel vaker komen.”
“Nog vaker.”
“Ben ik alleen met papa.”
“Ja ja ja,” zeg ik snel.
Ik wil het er niet over hebben.
Ze fluit een liedje.
Ze zucht.
“Het wordt heel mooi,” zegt ze.
“Ja,” zeg ik strijdvaardig. Ik bedenk me of we nog de gevulde koeken uit de trommel mee moeten.
“Is er cake?” vraag ik.
“Weet ik niet.”

Ik steek de koeken in een folietje in mijn tas.
Vroeger telde ik op begrafenissen altijd de stenen van de kerkmuur. Ik wilde niet dat er iemand moest huilen omdat ik moest huilen omdat ik zo’n klein blond meisje was en mensen willen een klein blond meisje niet zien huilen. Ik ook niet.
Ik hou van Limburgse koffietafels, dan verdween de brok met een hap suikerbrood met boter die ik uit een vloot haalde met boterkrullen. Dan dronk ik thee en zag ik hoe mijn ooms en tantes lachten en huilden. Een ander soort huilen dan in de kerk.

Ik zet haar achterop en fiets als een gek.
Tegenwind en ik denk helaas nu eenmaal altijd dat ik sneller kan fietsen dan dat ik eigenlijk kan.

Ik smijt mijn fiets in de heg en til het meisje op om de kerk in te rennen. De klokken luiden en bij de deur staat een meneer die me wenkt. In het gangpad zet ik haar neer en ik pak haar natte jas als ze naast haar vader vooraan gaat zitten.
De buurman van een paar deuren verderop zit grauw in de bank. Hij merkt niet dat ze naast hem is komen zitten. Een tante glimlacht naar me en trekt het meisje tegen zich aan.
Ik ga achter zitten, mime ik naar het meisje. Ze knikt.
Als ik naar achteren loop krijg ik van de meneer die bij de deur staat een handdoek.

De dienst is kort en de ballonnen die we na afloop los laten blijven voor het grootste gedeelte hangen in de populieren naast de kerk.

We krijgen cake en met een kopje koffie loop ik naar de buurman die net klaar is met handen schudden.
“Wil je dat ik haar straks weer even meeneem?” vraag ik.
De buurman kijkt me aan en zegt van graag.
“Ik breng haar na het eten terug. Jij moet zelf wel eten straks,” zeg ik. “Je kunt ook bij mij een bordje.” Ik ben maar stil.
“Ik ga zo naar bed,” zegt de buurman.
“Hij houdt van soep,” zegt de tante die met het meisje naast me is komen staan.
“Dat heeft ze dan van geen vreemde. Wil je soep?” vraag ik aan het meisje.
“Ik hoef geen soep,” zegt de buurman.
De tante legt een hand op mijn arm.
“We gaan maar zo,” zeg ik.
Niks aan hier voor een blaag.
“Ga je mee?”

Ik ruk mijn fiets uit de heg.
De regen klettert op haar capuchon.
“En dan gaan we wel film kijken.”
“Ja, leuk,” zegt ze.

Op de fiets zing ik heel hard voor haar.

Het wordt een hele mooie dag vandaag
De stoelen gaan naar buiten
En er hangen nieuwe slingers in de heg
Meneer Van Ouwenaar zet alle dingen recht
Hij fluit heel vals en zwaait naar de portier

Er is behoorlijk wat bezoek vandaag
Wespen op de appeltaart de koffie komt voorbij
Ik vind het best
Ik zou niet weten wie er jarig is, hoera
Of hoe het nou toch verder moet met mij

En de dag is kort, en de dag is lang
‘s Avonds zijn er stemmen en een liedje op de gang
En ik doe precies wat de dokter zegt
Goed je groenten eten en niet te laat naar bed

“En ik vind alles best,” brult het meisje. “Ik hoop maar dat er roze koeken zijn!”
Ik denk aan de koeken in mijn tas.

Thuis zet ik haar op de bank met een dekentje en een beschuitje.
Het is toch een soort van ziek zijn.
Ik gooi de verkruimelde gevulde koeken in het folietje in de prullenbak en kruip naast haar op de bank.

Ik kijk Spartacus


The uncut version. Overigens.

white_square1.jpg

Uitgaande sms, 20u24
Je kunt me nog meer vertellen.
Ik ga met Spartacus trouwen.
white_square1.jpg

Huilen is leuk!

“Nee, dat is stom.”
“Op het podium kun je nog een drol verkopen als je ‘m mooi inpakt.”
“Ik wil geen drol.”
“Jij kunt niet eens een drol schrijven, al zou je het willen.”
“Het is allemaal cliché.”
“Ik heb bij Truly Madly Deeply tranen met tuiten gehuild, terwijl ze daar op een gegeven moment zelfs piano gaan spelen en cello en zingen en dat er dan ineens een beat is die echt nergens vandaan kan komen.”
“Belachelijk!”
“Ja!”
(stilte)
“Maar die gaan we dus een keer kijken.”
“Huilen, zeg ik je, huilen!”
“Leuk!”
“Ja, en niet stom.”
“Nee! Leuk!”

Ik maak nooit niks mee

Soms denk ik wel eens dat de enige reden waarom ik het druk heb en alles af probeer te maken is dat ik daarna op de bank mag gaan liggen.

(Mijn bank gaat er dan ook bij de verhuizing UIT.
Zo.
Aan mijn lijf geen polonaise.)

Ik heb gewoon geen leven als ik klaar ben met al dat getyp.
Ik heb me scheef getypt de laatste weken.
Vanavond is voor het eerst dat ik niet persé iets hoef af te hebben.
Normaal doe ik ook wel eens een avond niks, maar dan denk ik wel steeds aan het feit dat ik nog wat moet doen.

Ik ben nu dus dan al ook een half uur na aan het denken of ik:
1. Falafel
2. De derde geitenkaassalade van de AH van deze week
of
3. Spareribs
ga eten.

In die tijd had ik gewoon al kunnen koken.
Of een opzetje voor een essay kunnen schrijven.

In plaats daarvan weeg ik kou tegen lekker af en ben ik met een scheef oog aan het bedenken waar ik die plug van mijn tv-aansluiting nou ook alweer naar toe had gegooid.

Blauwe zak

Ik zat bij Jnnk aan tafel.
“Ik baak gewoon diks bee, eigellijk,” snurkte Jnnk, die een verkoudheid onder de leden heeft waar ik (en u waarschijnlijk ook, als u erbij was geweest en dat was u niet. Waar was u in ‘s hemelsnaam?!) u tegen zeg. “Tebbinste, diet gedoeg obbop b’n log te zetten.”
Dat is natuurlijk niet waar.
Het is maar hoe je het ziet.
We dronken koffie en Jnnk probeerde verkoudheidsgewijs een taartje van Bakker Arend naar binnen te ademen.

Ik maak eigenlijk ook niks mee.
Buiten de gewone perikelen als de liefde, het werk, het schrijven, maar dat is eigenlijk hetzelfde: het werk en het schrijven, de medemensch en ‘t Leeven in ‘t Algemeen.
Verbaas ik me eigenlijk helemaal niet zoveel over mensen die elkaar de kop inslaan, maar schrok ik toen ik uit mijn hoofd de namen van de kinderen van Brad Pitt en Angelina Jolie kon opnoemen.
Toen ik als een soort van therapie van mezelf moest smsen dat ik met veel plezier knijter-hard een nummer van Simply Red aan het draaien was.
Het is een soort van frikandel speciaal. Heel vies, maar stiekem eigenlijk gewoon lekker.
Het is uit! kreeg ik terug gesmst.

Ik stond op om nog meer koffie te zetten.
“Biet foor mbij,” zei Jnnk die met veel moeite een sigaret probeerde te roken.
En rokers hebben het al zwaar in wintertijden.
“Wat moet jij met een Eet meer kleur-zak soep? In de smaak groen!”
“Gekrege. Groede soeb.”
Ze snoot haar neus.
“Ik snab diet waar al dat snbot vaddaan kompt! Het mboed toch een keer op zijn.”
Oranje Pompoen & Wortel Soep, Gele Mais & Paprika Soep, Groene Spinazie & Doperwtjes Soep, Rode Tomaten & Paprika Soep, Witte Asperge & Bloemkool Soep,” las ik. “Moet dat niet aan elkaar? Wortelsoep? Oranje pompoen- en wortelsoep?”
“Wah?” klonk het van onder een theedoek waar de stoom onderuit sloeg.
“En waar is blauw? Hmm? En de rooie koolsoep? En de zwarte bonensoep?”
Ik was even stil.
“En de Grijze brinta. Euh. Soep. Wat met de grijze soep?”
“If die rooie koolzoep dahn paars of roodb?” wederom van onder de theedoek.
“Paars, natuurlijk.”
“Blauw eten. Bah. Snbot.” Met een zucht verscheen weer een wolk stoom.

Ik las de zak.
Ik lees graag zakken.

“Het is een soort van Simply Red,” zei ik.
Jnnk kwam overeind en zwaaide frisse lucht snuivend onder de theedoek vandaan.
“Wat? Groene spinazie- en doperwtjessoep?” ze pakte de zak en las. “Met broccoli & courgette?”
“Nee, blauwe soep.”
Ze ademde diep door haar neus. Met maar zwak reuteltjes stroomden haar longen vol.
“Hey!” riep ze en we keken elkaar verrast aan.
Ze ademde nog een keer in.
Het snurkte. Zwaar.
Ze vloekte.
“Snot is gedroogde tranen,” zei ik.
Als eucalypthus niet helpt hebben we altijd nog de poëzie.
“Dazzal.” Ze dook weer onder de theedoek.

Ik las de zak nog maar eens.