Uitgekakt stel

“Uiteindelijk worden we allemaal gewoon een uitgekakt stel.”
Ik zucht.
“Uiteindelijk eindigen we allemaal oud en bitter, naast elkaar glimlachend met een stuk taart op schoot op een verjaardag van een saaie kutcollega.”
“Jij werkt niet, dus je kunt geen taart gaan eten bij een saaie kutcollega.”
“Nee, gelukkig niet nee.”

Het wordt tijd dat de hooiman maar weer eens kutcollega’s krijgt.

“Wij toch niet,” zeg ik.
“Nee, nee, wij niet. Jij misschien. Ik blijf toch altijd alleen.”
“Hoe kom jij er nou weer bij dat jij de enige zou zijn die alleen blijft?”
“Ik heb helemaal geen zin om met jou alleen te blijven.”
“Nou, misschien heb ik ook wel helemaal geen zin om met jou tot in het einde der tijden hier voor het keukenraam te blijven zitten.”
“Nou dan.”
“Nou dan niks, ik zeg alleen maar dat jij niet de enige bent die recht heeft op dat stukje alleenigheid.”

Eenzaamheid is een jasje dat me erg goed past, merk ik de laatste tijd.

“Ik blijf liever alleen, dan dat ik met jou steeds moet gaan zitten vechten om een stukje ongeluk,” zegt de hooiman.

Prima.
Ik sla met een klap de mok op de keukentafel.
Hij knippert niet eens met zijn ogen.

“Hou het maar.”
“Lekker,” zegt de hooiman.
“Ik ga op zoek naar een heel niet sleurman. Jou ben ik zo vreselijk moe.”

Ik trek mijn jas aan en loop de gang in.

“Als Romeo en Julia gewoon waren getrouwd waren ze ook een ingekakt stel geworden!” hoor ik hem nog roepen.

De deur slaat dicht en als ik het portiek uit wil stappen loopt er een koppel in identieke paars-gele trainingspakken voorbij.
Er is nog een gradatie in sleurheid.
Ik snuif de winter op en kijk om naar de hooiman die voor het half beslagen keukenraam zit.
Ik zwaai.
De hooiman steekt zijn middelvinger op.

Er is nog hoop.

Ik ben in Berlijn

Vandaag at ik mijn eerste currywurst, alleen en lopend op straat terwijl ik me de koningin van de wereld voelde.
Een grote overwinning, niet vanwege de eerste curryworst in mijn leven, maar vanwege mijn schijnbaar opgeloste fobie voor lopend en alleen op straat iets vets eten. Ik ben altijd het meisje geweest dat je van die vieze organic mueslibars ziet eten.

De wurst was overigens ook organic. Maar dat zag je niet toen ik daar liep.

Goeie voornemens

- Niet stoppen met roken, al wordt het me nog zo moeilijk gemaakt
- Geen televisie kijken
- Niet meer dromen over treinen, stations, bussen die over hoofden rijden en kaas
- Tweedehands tasjes kopen waar niet het hengsel al binnen een week van knapt
- Niet nog een zesde studie starten
- Niet meer stiekem Chesney Hawkes draaien na een filmpje van Never mind the buzzcocks bekeken te hebben

Krets

Mijn voornemens waren eenvoudig dit jaar:
1 ik ga niet teveel eten
2 ik ga niet teveel drinken
3 ik ga het niet over mezelf hebben

In mijn familie werd niet zoveel gedronken tijdens de kerstdagen.
Dit jaar doe ik het anders want dit jaar slaapt de hooiman al weken op mijn bank. De hooiman ontplopt een kurk terwijl ik de garnalencocktail uit een bakje schep.
Garnalencocktail is eigenlijk heel vies, maar ik werd bevangen door een kerstgevoel toen ik bij de Albert Heijn de bakken in de koeling zag.
“Gatverdamme,” zegt de hooiman en hij pakt zijn glas om de hap weg te spoelen.
“Kersteten,” zeg ik en pak ook mijn glas.
“Gatverdamme,” zegt de hooiman.
Rode wijn hoort niet bij garnalen.

4 ik ga me niet schuldig voelen

“Ik zit vol,” zegt de hooiman.
“Je zit niet vol,” zeg ik, “je bent verzadigd.”
“Ik zit zo vol,” zegt de hooiman, “ik moet er bijna van kotsen.”
“Kinderen in Afrika zitten vol. Jij bent verzadigd.”

De hooiman duwt zijn bord van zich af. De tafel staat vol met glazen, lege flessen, en borden. We luisteren ouwe nummers van cassettebandjes op een taperecorder die klinkt als een ouwe radio.
De hooiman heeft de boxen van de stereo opgeblazen toen hij stond te stofzuigen.

De hooiman heeft niet zoveel familie. Hij heeft een oom in Vlaardingen die hij zo eens in het jaar ziet, op de sterfdag van zijn vader. Dan wil zijn oom altijd bier gaan drinken in de ouwe stamkroeg van het dörp, ter ere van zijn broer.
De hooimans oom heeft geen kinderen en dat is maar goed ook.
Die avonden eindigen altijd met zijn oom die in tranen vertelt over de hooimans vader die uit de boom viel en de hooimans oma die hem dan met het blik van de stoffer en blik tot bloedens toe op zijn kont sloeg.

“Ik snap niet hoe jij altijd alles kwijt, kapot of vies kan krijgen,” riep ik.
“Ik snap niet hoe ik hier kan stofzuigen als alles vol staat,” riep de hooiman.
“Ik ben af aan het leren om iedere zin met ik te beginnen.”
“Mpf, jij!”
“Ik, ja!” riep ik. “Ik moet hier ook altijd alles alleen doen. Zelfs tijdens het poetsen presteer jij het om én geen stof te zuigen én om iets stuk te maken.”
Ik weet niet waarom stofzuigen, en vooral het niet stofzuigen, tegenwoordig zo’n groot en zompig aandeel in mijn leven heeft.
“Het is godverdomme kerst,” riep de hooiman toen ik de walm rond de boxen aan het wuiven was.
“Ik haat kerst. We vieren geen kerst.”
“Jij ging toch kerstboodschappen doen?”
“Dat is gewoon eten.”
“Kersteten.”
“Stofzuigen is geen kerst.”
“Inderdaad.”
De hooiman liet de stofzuiger vallen.

Ik probeer namelijk tegenwoordig om niet meer zomaar toe te geven aan al die neuroses. Waardoor ik dus, op het zojuist beschreven moment, probeerde om niet steeds alles op mezelf te betrekken. Waardoor ik inging op een andere neurose, en dat is die waardoor ik probeer een niet-harmonieuze situatie om te buigen naar iets heul anders. Wat, bij nader inzien, richting mezelf bleek te gaan (ik die niet iedere zin van mezelf met ik mag beginnen), wat weer een neurose was die ik juist met die opmerking probeerde af te ketsen.

Ach. Het heet kerst, niet waar?
Frappant hoe ik met kerst mezelf altijd weer in het hoofd van een meisje van twaalf weet te persen.
Één stap over de drempel van het ouderlijk huis en er wordt weer in de grote valkuil die dochter of zoon of broer of zus getrapt.
De hooiman en ik deden er dit jaar niet aan mee.

“Stofzuigen,” beet ik hem die ochtend toe, terwijl ik de stofzuigerslang op zijn dekens gooide. “En van die bank af!”
“Ja, wat moet ik nou eerst?” zei de hooiman. Er zat een kwijlvlek op zijn kussen.
Ik deed mijn jas aan om inkopen te gaan doen.

Als de hooimans oom klaar is met het verhaal van de boom en het blik en met oma dan begint de hij meestal te lonken naar de meisjes in de bar en als de meisjes zich omdraaien dan lonkt hij naar de oudere dames en als de oudere dames zich omdraaien dan grijpt hij de dame met de blauwste tanden en fluistert hij haar zoete woorden met zijn zoete alcoholadem.
De hooiman drinkt dan zijn bier en staart dan naar de ventilatoren die boven de bar hangen.
Op het einde van de avond valt de hooiman dan van dronkenschap van de kruk.
Soms niet, als zijn oom snel genoeg een dame met blauwe tanden weet te paaien.
Maar meestal valt hij gewoon.
Zoals het hoort.

“Ik zit ook vol,” zeg ik.
“Ik weet niks meer,” zegt de hooiman.
De cassetterecorder vreet een bandje op.
“Ik haat kerts!” roep ik.
“Kerts!”
“Kers!”
“Krets!”

De hooiman valt van zijn stoel.
Ik lach.
Ik ben misselijk.
Ik sla op de radio, pak een nieuw bandje en draai nog een liedje.
Ik kijk naar de hooiman die slaapt op de grond.
Ik bedenk dat het dit jaar helemaal anders gaat.
Ik schenk nog een glas.
Ik rook een sigaret.
Ik kijk naar de kwijlvlek die zich onder de lippen van de hooiman op het tapijt vormt.
Ik heb het koud.
Ik wil niet naar bed.

De radio is stil.
Ooit doe ik het beter.

“Het spijt me,” fluister ik de hooiman in zijn oor als ik een deken over hem heen leg.
Hij wuift me slaperig weg.

Don is tha Man

~Of: Hoe het kwam dat HMDODHBS drie dagen een k*tnummer in haar heufd had~

Gesprek
Zaterdagavond, rond elven
Hannie achter de bar, Jassie en Gerrie aan de bar*

*We hadden het net gehad over namen afkorten. Hoe vreselijke mensen soms je naam afkorten nog voor je hun naam zelf weet. En de -ie vervoegingen. Ook niet fijn. Vandaar.

Het begon bij David Hasselhoff, ging door op Patrick Swayze en eindigde met Don Johnson.

“Hoe heet die hit nu ook weer?”
“Ik had vroeger een bandje waarin de dj na een liedje met een echte radiostem draaiden we net Don Johnson zegt. En dan hoor je een hele harde klik.”
“Cassettes tapen! Ik ken ook nog steeds nummers waarbij ik dj-stemmen of rare jingles in mijn hoofd hoor.”
“Het was You don’t bring me flowers op dat tapeje. En daarvoor dus Don Johnson.”
“Hoe heet dat nummer nou?”
“Wacht,” zei ik “ik vraag het even aan de broer.”
Heartbeat!”, riep de broer.
“Ja!” riepen Gerrie en Jassie.
“Nee!” riep ik. “Die bedoel ik niet!”

Ik beloofde het te YouTubeën.

Uitgaande email
Dec 16, 2007 5:08 PM
HMDODHBS to van Pommeren

Zo!
Dit is het Don Johnson-nummer dat ik gisteren bedoelde.
Behoorlijk slecht.

Dag hoor!

HMDODHBS


www.hetmeisjedatopdinsdaghetbierschenkt.nl


Inkomende sms
16 december rond achten

Tell it like it is


UItgaande sms
16 december rond achten

Ik mail net van Pommeren de link.
En het siert jou niet dat je dit uit je hoofd weet.


Inkomende sms
16 december rond achten

Ik streef geen sierlijkheid na.


Inkomende email
Dec 16, 2007 9:19 PM
van Pommeren to HMDODHBS

Ah ja, Tell it like it is, prachtig. Die Don Johnson was ook wel echt van alle markten thuis he. Zo zie je ze tegenwoordig nog maar zelden. Of ja, zelden. Ik ken ze niet, maar dat zegt ook niet alles. In ieder geval: bedankt. Oh en ik zal het aan Jassie zeggen, die zal ook wel blij zijn denk ik.
Aju!
gr Gerrie
www.uitgeverijvanpommeren.nl


Gesprek
Schrijfhok Utrecht
Dinsdag de 18e rond negen in de ochtend

“Wat zing je?”
“Oooow! Ik krijg dat typhus nummer van die schijt Don Johnson niet uit mijn hoofd!”

What ever happened to Samantha Fox?

Hoe je in drie stappen van gaaf naar kitsch kunt gaan.

Het begon bij Dusty. Dat is 1.

2.

Wat was dat toch in de jaren tachtig? Dat met vuilnisbakken in de videoclips?

3.

Note: de juichende en overduidelijk homosexuele mannen in het publiek.