Een schets

Ik verzamel spullen en schrijf nieuwe voor aanstaande vrijdag.

~

Maart 2007

Ik denk dat ik een jaar of negen was toen ik mijn eerste Begrafenis Top 10 (die slechts zeven nummers bevatte) in mijn dagboek schreef.
“Ja maar, ben je dan niet bang dat je dood gaat?”, vroeg mijn beste vriendinnetje toen we de hond uitlieten en ik naar aanleiding van de platgereden haas op de landweg mijn soort van testament eens uit de doeken deed.
“Als ik heel hard geen begrafenis top tien schrijf ga ik heus niet minder hard dood.”

Ik heb nooit de illusie gehad dat ik de dans kan ontspringen.
Ik heb überhaupt nooit veel illusies gehad.

Negenentachtig staat er bovenaan een regel in het beduimelde schriftje waarop een vrouw, een parfumfles, een koalabeer en de woorden Avant Garde prijken.

1. Deacon Blue – Dignity

2. Nirvana – Negative Freak
3. Grease the Musical – Stockard Channing – Worse things I could do

4. This Mortal Coil – I want tot live
5. ABBA – Slipping through my fingers

6. the Smiths – There is a light that never goes out

7. Cocteau Twins – Crushed

En toen sprak ik nog niet eens ‘ns Engels.
Ik ben bang dat ik nooit een vrolijke fluiter zal worden.

Vraag me niet hoe ik het vond

Een reactie op een hotel van ’n tevree’den klant.
Van dit soort vondsten krijg ik altijd een warm gevoel.
Hij heeft wel echt zijn best gedaan, maar evengoed is het niet gelukt.
Ach, de menselijke tragiek.

Remko schrijft:
In juli’04 14dgn gezetten in de 3hoek kamer, restauran, zwembed. Gelukkig lagen onze kamer in de 2e ring waardoor je ‘avonds niet wegblazen werd door de muziek v/d entertainment aan het zwembad. Leg aan het begin een fooi op de kamer en dezelfde schoonmaker (dames zie je er niet) houdt het keurig bij. Het thema v/d maaltijden is repetatief maar per avond dan meer dan voldoende varietiet om volwassen en kinder dan van verschillende nationaliteiten. Het gevecht om ’s ochtends de parasol (ondanks bordjes) is jammer, maar ach je loop om 7u even met je handdoeken en slaap dan nog even verder. Alsook zelf die bekende sport-presentator hield het er 2 weken……

Comic Sans moet dood

Ik heb een hekel aan dingen die doen alsof ze gezellig zijn.
Dan heb ik het over recepties, koffie doen met iemand die je helemaal niet mag, maar waar je wel iets van wilt hebben, warme chocomel, een uitverkocht oud en nieuwfeest en groentesoep uit een pakje.

Het ergste vind ik nog wel het lettertype dat doet alsof het gezellig is.
comisch.jpg
De vorm versus de content. Het leuk-om-te-lezen-idee versus de veelal kneuterige taalfouten.
Zeg: dat wat voelt als het warme bad dat door je moeder vol is laten lopen, blijkt, wanneer je na de roes met kwijl op je wang je ogen weer open doet, slechts een zweterige plek tussen je huid en de centrale verwarming.

Maar ik vond ook dit, op een spaanstalig log dat verhaalt over lettertypes. De schrijver is woonachtig in Nederland.

zerk-in-comic-sans.jpg
Dan is de discrepantie tussen vorm en inhoud zo groot dat ik het weer poëzie vind.

Uitzonderingen daargelaten, inzake zerken en poëzie, voor wie iets van plan is: alle emailberichten in Comic Sans gaan linea recta de papierversnipperaar in.

Schoen III

“Ik vind dat davinniknie’ in de Van Dale opgenomen moet worden.”
“Ja. En waggef.”

Soep is een deugd

~Een stukje uit De bouwvakker met het gebroken hart~

Ze staat onder de douche.
Mijn deurbel gaat nooit.
Het regende.

Nee.
Andersom.
Want ik keek eerst uit het raam.

Ik keek uit het raam en ik zag dat het regende.
De deurbel ging.
Mijn deurbel gaat nooit.
Ik keek op van het boek, waar ik met mijn kin op steunde. Ik hou ervan om aan de keukentafel met potlood aantekeningen in de boeken te kriebelen. Ik merk dat ze daar niks van merken bij de bieb.
Ik keek op, zo met een schuin hoofd. Een oor richting de bel die in de hoek bij het plafond hangt.
Jehova’s, een pakje, een ouwe vriend, de buren omdat ik vannacht nog heel zacht muziek heb gedraaid, iemand van de elektriek, iemand van het water, de telefoongids, de goudengids, misschien toch een pakje, nee, niemand stuurt mij ooit iets, ik heb geen ouwe vrienden, misschien toch de buren, of iemand van de elektriek.

De bel ging nog eens.
Ik stootte mijn mok om. Een guts koffie ging over mijn boek. Over dat schaamte zich ook hecht aan ruimtes en voorwerpen.
Mijn blik viel kort door het raam, naar de lucht.
Ik pakte een theedoek en begon te deppen.
De regen, de dame achter de balie van de bieb, geen Knijn in mijn handen, een glimlach, de computer, kruiden en mijn voet en het meisje dat in mijn agenda kijkt, kijkt naar mijn adresgegevens, en ik die tegen haar praat, “Wil je vannacht tegen me aan slapen?”, “Wil je vannacht tegen me aan slapen?”, “Wil je vannacht tegen me aan slapen?”.

Knijn stampte onder kast.
Hard.
Twee keer.
Ik sprong op en denderde de trap af.

“Ik weet al dat jij het bent!”, riep ik nog voor ik de deur open had.
Ik deed de deur open.
Het water liep in stroompjes over haar gezicht.
Ze begon te huilen.

Ik heb haar opgetild.
Ze weegt bijna niks.
Ik heb haar een handdoek gegeven en haar in mijn badkamer gezet.
De douche aangezet tot de spiegel besloeg.
De deur gesloten.
Mijn rug tegen de deur laten leunen en mijn ogen gesloten.

“Wil je soep?”, riep ik.
Ze schraapte haar keel.
“Ja”, zei ze.

Ik ga gauw koken.

30 juli 2007

Schoen II

Schreef ik zojuist nou echt over stront?

Schoen

“Waggef. Ik ben net in de stront gaan staan.”
“Jezus!”
“Jezus! Even de nadelen van profielzolen onderstrepen.”
“Was dat van een olifant?”
“Waggef. Ik voel me altijd zo lullig als ik met zo’n stokje op straat mijn zolen sta schoon te krabben.”
“Ach, het overkomt iedereen.”
“Nie’waar! Ik heb al sinds m’n moeder in een drukke winkelstraat tien minuten, en zes stokjes die ik dan moest gaan zoeken, nodig had om haar gezondheidssandalen strontvrij te krijgen, niks meer te maken gehad met zolen schoon moeten krabben.”
“…”
“Toen was ik negen.”
“Dus nu is zelfs stront onder je schoen traumatisch.”
“Al het leven is traumatisch, lieve schat, al het leven.”

Pa pa pa

I’ve got a cupboard with cans of food, filtered water
And pictures of you and I’m not coming out
Until this is all over
And I’m looking through the glass where the light bends
At the cracks
And I’m screaming at the top of my lungs pretending
The echoes belong to someone
Someone I used to know

And we become silhouettes when our bodies finally go

Alles is liefde

Om half zes in de ochtend zat ik met P de DJ op de bank.
We staarden naar een Ozzie met een baard die snorkelde in een meer in een winter ergens.
We droegen een glimlach.
Een brede.

Om half twee in de middag werd ik wakker van de wekker, mijn eerste gedachte was dat ik nooit meer wil drinken.

Ik droomde vannacht over vijvers en fonteinen en ik danste.
U kent het misschien, zo’n droom waarin je precies voelt hoe de ware moet zijn, maar dat je bij het ontwaken het gezicht van die ware niet meer weet.
Zoals dromen over gesprekken met vrienden die dood zijn of waarin je ineens weet waar iets ligt dat je kwijt bent.

Mijn tweede gedachte was dat ik vannacht degene was die de auto van Utrecht naar Nijmegen reed en dat ik helemaal niet gedronken had.

Ik besloot om twee uur dat ik een kaartje zou sturen.
Het was een dag om een kaartje te sturen.
Om vijf voor half drie postte ik het kaartje.

Om kwart voor drie begon Alles is liefde.
Naast Marlies en mij zat een vrouw die ernstig onder de anti-depressiva leek te zitten. Ze sprak alsof ze dronken was, maar ze was het niet. Bij een trailer gilde ze kort toen iemand een mes trok.
Naast haar zat haar zoontje.

Om ongeveer kwart over vier veegde ik met mijn mouw tranen weg.
De vrouw naast me ook.

Toen om zes uur Marlies en ik de trap van haar huis opliepen, roken we gebakken uien, waaruit we concludeerden dat er niet meer gekookt hoefde te worden. In de keuken bakte haar man hamburgers.

Om negen uur opende ik mijn emailaccount en zag ik dat ik om zes uur een mailtje had ontvangen van degene waar ik het postkaartje naar stuurde. Met de woorden die ik ook had willen gebruiken, ware het niet dat ik op een postkaartje altijd formeler ben.
Ik ken veel mensen die postbode zijn geweest.

Om half twaalf zal ik naar bed gaan.

Nu begint een van mijn lievelings waargebeurd-verhaalfilms.
Ik hou van waargebeurd-verhaalfilms waarin het verhaal heel langzaam begint en dat alles mis lijkt te gaan en dat tien minuten voor het einde toch nog alles goed komt.
Goodnight sweet wife: a murder in Boston verhaalt over een brave huisman die zijn hoogzwangere vrouw neerknalt en doet alsof het een roofmoord is. Ik zeg: ghih!
Die haalt het niet bij die met die zesling, overigens, maar het geeft hoe dan ook de burger moed.