Een lege plek om te blijven

Ze wacht

Ze wacht met oude thee en oude handen,
ik hou van haar, maar zonder veel

dorst en heimwee. Liefde is het einde
van een zachte dag, alleen de rode

lucht blijft over, de zon is onder. Ze
wacht en met de schemer komt de kat.

Hij duwt zijn koude rug tegen haar handen,
niet om haar, maar om zijn vacht.

Rutger Kopland, uit Een lege plek om te blijven, 1975

Uit het raam

Het is hier de hemel. Mensen kijken nu eenmaal nooit omhoog. Met een boterham en een kop koffie zit ik voor het raam.
Mensen met kinderwagens, hanggroepjongens, hanggroepmeisjes, hanggroepjongeren. Saaie echtparen, vlotte echtparen, mensen met lelijke hondjes.
En tegen de gesloten rolluiken van de juwelier staat een mevrouw met kort rood geverfd haar te bellen. Ze kijkt verdrietig.

Dingen die het leven mooi maken

~Of op z’n minst wat interessanter.~

- TYPEWRITER is het langste woord wat je kan maken met alleen letters uit de bovenste rij van een toetsenbord.
- Amerikanen eten gemiddeld één hectare pizza per dag.
- Als je 8 jaar, 7 maanden en 6 dagen zou schreeuwen, heb je genoeg geluidsenergie geproduceerd om 1 kop koffie te verwarmen.
- De mannetjes-bidsprinkhaan kan geen seks hebben als z’n kop nog op z’n romp zit.
- De gemiddelde regenworm heeft 248 spieren in zijn hoofd.
- De Asteekse keizer Montezuma had een neef die Cuitlahax heette. Dat betekent: veel stront.
- Je lijdt aan arachibutyrofobie als je bang bent dat er pindakaas tegen je gehemelte blijft plakken.
- Jaarlijks overlijden 17 Amerikanen door onkundig gebruik van een föhn.
- In Green, deelgemeente van New York, is het onwettig om tijdens een concert achterwaarts op een voetpad te wandelen en tegelijkertijd nootjes te eten.
- De jojo was oorspronkelijk een wapen in de Fillipijnen.
- Charlie Chaplin deed ooit mee bij zijn eigen look-a-like wedstrijd. Hij eindigde als derde.
- Een derde van de begrafenissen in Taiwan bevat een stripper.
- In Los Angeles mag een man zijn vrouw met een riem slaan, zolang de riem niet breder is dan 5 centimeter.
- De man met het langste oorhaar, heeft oorhaar van 74 cm.
- Tussen het moment van de dood en het inzetten van de rigor mortis kan de contractie van de spieren ervoor zorgen dat het lichaam omdraait.

Ik pas op de kat, maar ik ben mijn muis vergeten.

Kermis en Klaas

Ik werd wakker op de bank van iemand die buiten op straat aan het kotsen was. Misschien dat je ‘t eigenlijk braken noemt, dat wat hij deed. Het klonk dierlijker, had meer bastonen in zich dan kotsen. Denk ik, nee, dacht ik daar op de bank. Alsof de kots uit zijn tenen kwam.

Ik pas voor twee weken op Klaas. Het begint tegenwoordig een nieuw soort van van baan te worden: passen op vissen en katten. Klaas en ik vinden elkaar nu nog maar niks, maar dat was de vorige keer ook tijdens de eerste dagen. Chagrijnig zit hij met zijn armen over elkaar gevouwen op zijn krabstoel en kijkt naar me terwijl ik op de bank lig.
Hij vind me maar een lui wijf, en dat terwijl ik toch steeds zijn speeltjes door de kamer schop.
Ik hield al niet van stoeien toen ik kind was, dus dan ligt het toch niet aan hem?
Hij mag van mij ook niet op de tafel, maar vanochtend zag ik dat er iemand met een vacht op mijn toetsenbord had geslapen.

De man liep de al brakend de straat uit. Het is kermis en bij een kermis maakt het niet uit of je in een dorp of in een stad woont. Het ruikt naar oliebollen in de huiskamer en Klaas zit op de vensterbank en kijkt. Buiten hoor ik een man schreeuwen tegen zijn kinderen over wat ze nou willen “godverdomme! Wil je nou een zachte of een harde kaneelstaaf?”
We zouden hier een hele hoop grappen over kunnen maken, maar dat doen we gewoon eens niet.
Klaas kijkt me aan vanaf de vensterbank en we schudden ons hoofd.
We houden niet van kermisvolk.

Morgen begint de derde dag. Het komt wel weer goed tussen ons.

De ochtend is niet mijn tijd, schijnt

Hoe komt het dat ik dit nummer al drie ochtenden op rij bij het wakker worden in mijn hoofd heb?


Ik kan me niet herinneren dat verder sinds ’72 ooit aan dit nummer heb gedacht.

Twee dingen

“Nou ja, er zijn eigenlijk maar twee dingen die ik graag doe. Dat is het schrijven van boeken en het boeken van schrijvers.”*

*Met dank aan (kijk, daar heb je ‘m weer) Jazeker, Erik Leker en P de DJ.

Jazeker, Erik Leker

“Schrijf je nog op je weblog, eigenlijk? Want mijn internet ligt eruit.”
“Ben nu m’n tweede stukje van vandaag aan het typen.”
“Gaat dat over mij?”
“Nee.”
“Waarom niet?”
“Jij kunt het toch niet lezen als je geen internet hebt.”
“Maar dan kan ik het toch terug lezen.”
“Moet ik nou ineens stukjes over Jazeker, Erik Leker gaan schrijven?”
“Nou ja, moeten, moeten: willen.”

Oké dan.
Bij deze.
Het derde stukje.

Schuldig

“Het is zeker een man.”
“Ja! Ja! Met een afro!”
“Ach, wie was dat nou?”
“Ik heb ergens op m’n pc staan. Is het niet Diana Ross?”, zei ik, spuit elf.
De vier heren aan tafel vier brulden van neen.

Hoe het kan dat je tijdens een gesprek (en in sommige gevallen: geschreeuw) over Dolly Parton uitkomt op een hersenkraker over wie er nu weer een duet met Michael McDonald zong? Nu heb ik het graag over Dolly en evenzo graag over ons Michael.
Maar wil ik het ook over Patty laBelle hebben?
Ik ben er nog niet uit.

Dit is druk op weg om een guilty pleasure te worden.