Een dag voor dit liedje


The jeweller has a shop
On the corner of the boulevard
In the night, in small spectacles
He polishes old coins
He uses spit and cloth and ashes
He makes them shine with ashes
He knows the use of ashes
He worships God with ashes

The coins are often very old
By the time they reach the jeweller
With his hands and ashes
He will try the best he can
He knows that he can only shine them
Can not repair the scratches
He knows that even new coins have scars
So he just smiles

He knows the use of ashes
Dum da de da da dey dey
He worships God with ashes
Dum da de da de de da de dey dey

Horace & Pete

CUSTOMER
Hi there, may I have a Budweiser, please?

UNCLE PETE
Four fifty.

CUSTOMER
O.

UNCLE PETE
O?

CUSTOMER
I thought I heard you charge that guy three dollars for a Budweiser.

UNCLE PETE
Don’t worry about what I charge him.

CUSTOMER
I just don’t get why I have to pay more.

UNCLE PETE
You don’t have to pay more, you can also get the fuck out.

CUSTOMER
You can’t just charge different people different prices.

UNCLE PETE
Hey kid, you gonna pay for this beer or you gonna wear it?

CUSTOMER
Uhm.

UNCLE PETE
Listen, you mumbling little fuck, you say “uhm” one more time-

HORACE
Pete-

UNCLE PETE
What?
What did I do?
What?

HORACE
Just let me get it.
I got it.
Hey, sorry.
You al right? What’s up?

CUSTOMER
Yeah.
I was charged four fifty for a Budweiser and that guy was charged three dollars.
I was not sure why the-

HORACE
He’s been coming here a long time.

CUSTOMER
So is that a privilege for just that one guy or is-

HORACE
Some people pay four fifty, some people pay three.

CUSTOMER
Okay.
How do you decide that? Is there, like, a list, or-

HORACE
If he looks like him he pays three, if he looks like you he pays four fifty.

CUSTOMER
Just out and out discrimination?
Are you aware how totally unfair and not okay that is?
Not sure what group-
I mean, I’m Jewish, I’m gay, short-

HORACE
Here’s the thing, you are getting more for your money than he is.

CUSTOMER
How so?

HORACE
Because, well, see, you come here and you make fun of the place because it’s an old Brooklyn dive bar, so you and your friends get to enjoy that part of it and also, you get to have a beer.
But he just gets the beer.
You are here ironically.
But he is really here because he just lives on the corner.

CUSTOMER
So it is like a douche tax?

HORACE
Yeah, kinda.

CUSTOMER
Acceptable.

HORACE
Okay.
Thank you.

botervloot

I get along without you very well

Annemiek en Jan zitten aan de keukentafel.
Lunchtijd.
We zien Jan de labels van een stuk of 5 potjes pillen lezen. Eén voor één neemt hij ze met water.
Annemiek eet een boterham en leest ondertussen de krant. Neemt af en toe een slok koffie.
Jan staart voor zich uit.

JAN
Kaas?

Annemiek geeft de kaas aan. Leest door.

JAN
Oh, wacht.
Nee.
Wacht.
Eerst de boter.
De boter.

Annemiek kijkt op. Legt de kaas terug en geeft de boter aan.

JAN
Het klopt niet.

ANNEMIEK
Wat klopt er niet?

JAN
Ik doe het verkeerd om.

ANNEMIEK
Met je boterham?

JAN
Dom.
Natuurlijk.

ANNEMIEK
Nee hoor, niet dom. Normaal.
Jij moet nu gewoon soms wat langer nadenken over de dingen.
Niet raar.

JAN
Ja.
Ja.
Dat klinkt logisch.

ANNEMIEK
Steek je mes maar vast in de vloot.

Annemiek geeft een snee brood aan.

JAN
Beetje dom.

ANNEMIEK
Nee, hoor.
Normaal.

Jan steekt zijn mes in de botervloot.
Hij probeert zijn boterham te smeren. Het lukt niet goed.
Zijn bewegingen zijn ongecontroleerd.
Hij kijkt naar het mes.
Dan naar Annemiek.

JAN (rustig, als een grapje bijna)
Ik kan je nu helemaal verrot steken.

ANNEMIEK
Waarom zeg je dat?

JAN
Dat kan toch?
Ik word zeker ontoerekeningsvatbaar verklaard.

ANNEMIEK
Je bent niet ontoerekeningsvatbaar.

JAN
Ja, dat weet jij.

Annemiek leest en eet door.

ANNEMIEK
Ja, dat weet ik.

JAN
Maar een beetje advocaat maakt dat zo geloofwaardig.
Met al die pillen.

ANNEMIEK
Maar ik ben er.

JAN
Niet als ik je dood steek.

ANNEMIEK
Nee, niet als je me dood steekt.

JAN
Je leest gewoon door.

ANNEMIEK
Ik hoor je toch.

JAN
Ik denk dat je wel anders piept als het bloed je uit de halsslagader gutst en je hier op de tegelvloer ligt dood te bloeden.
(stilte)
Ik zag ooit een aflevering van Oprah waar een vrouw niet van een inbreker weg kon komen omdat ze steeds over haar eigen bloed uitgleed.

ANNEMIEK
Praat normaal.

JAN
Op de tegelvloer.
Van haar keuken.

ANNEMIEK
Jan.

JAN
Ik praat normaal.
Er is niets mis met mijn spraak.

ANNEMIEK
Ik zeg niet hoe, ik zeg wat.
Wat je zegt.

JAN
Ik praat normaal.

ANNEMIEK
Nee, niet als je praat over mij doodsteken.
En ik uitglijden over mijn bloed hier op de tegels.

JAN
HA!
Zie je wel, je neemt me niet serieus.
Maar wel eerst betuttelen.

Jan zwaait met het mes naar Annemiek.

JAN
Ik wil niks meer met betuttelen.

Jan steekt richting Annemiek.

JAN
Eerst je hals, dat las ik ooit.
Eerst je hals.
En dan hang ik je op de kop.

Jan springt op.
Maakt stekende bewegingen naar Annemiek.
Annemiek springt van haar stoel.
Jan raakt haar bijna.
Annemiek slaat het mes uit zijn hand.
Het mes zeilt over de tegels.
Ze kijken ernaar.
Het is stil.
Ze kijken elkaar aan.
Annemiek pakt Jan vast.
Ze zingt
I get along without you very well.
Ze dansen.

JAN
En ik had het over die vrouw bij Oprah.
Ik zou jou nooit laten uitglijden over je eigen bloed.

ANNEMIEK
Je bent lief.

JAN
Jij ook.

ANNEMIEK
Lieve man.

JAN
Ja.

Ze dansen verder.
Donker.

mulisch

VPRO’s Nooit Meer Slapen: Het boekenbal

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van vrijdagnacht. Spraken eerder deze week Het Hoofd, Nancy Sinatra, De Horrortandarts en Een Vluchteling, vandaag is het personage Hanneke Hendrix aan het woord.


***

HANNEKE HENDRIX OP HET BOEKENBAL
Begrijp me goed, ik wil niet blasé gaan doen over het boekenbal.
Echt niet
Ik hou juist van dit soort feestjes.
Jaren terug crashte ik ieder jaar met twee vrienden het gala van de gouden kalveren door ons voor te doen als roadies van een bevriende DJ. Dan liepen we op hakken en in pompeuze jurken, met ieder een platenkoffer in de hand door de backstagedeur. En eenmaal binnen was het vooral het leukst om te doen alsof we daar echt hoorden, tussen alle sterren.
De eerste keer op het Boekenbal kwam ik binnen doordat een literaire organisatie me benoemd had tot chef audiotour, terwijl er helemaal geen audiotour was. Ze hadden een bordje neergezet met daarop: “Audiotour hervat zo dadelijk”.
Niets is zo leuk om op een exclusief feestje te zijn, terwijl je er eigenlijk niet hoort.
Een bevriende muzikant vertelde een keer dat hij, toen hij in de band van het programma tijdens het boekenbal moest spelen, grote bossen bloemen in de kleedkamer had gevonden, voor iedereen in de band. Later kwam ik er achter dat iemand van Propria Cures zich ‘s middags had voorgedaan als bloemist en zich daarna in de toiletten had verstopt.
Vorig jaar kwam ik een vriendin tegen op het balkon. Ze droeg een spijkerbroek en zat onder het stof. “Waar kom jij vandaan?” vroeg ik.
“O,” zei ze nonchalant. “Ik ben vanaf de kroeg hiernaast via de kruipruimtes tot onder het podium in de zaal gekomen. Maar het was er nogal stoffig.”
Ik was gewoon met een kaartje binnen gekomen. Ik was vreselijk jaloers.
Ook dit jaar ben ik gewoon door de voordeur in de rij naar binnen gegaan. Maar ik mis de tijd dat het stiekem ging.
Niet dat ik blasé wil doen, over het boekenbal. Heus niet.
Maar misschien moest ik me volgend jaar toch maar weer eens als roadie gaan verkleden.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

luchtbrug

VPRO’s Nooit Meer Slapen: De luchtbrug

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van donderdagnacht.


***

VLUCHTELING DIE IN HET MIDDEN OP DE LUCHTBRUG STAAT
Vanaf een afstandje beschouwd is alles mooi.
Ik zie brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, er komt gewoon water uit te kraan, dat je kunt laten lopen als je je tandenpoetst, en bij de Primark koop je een jas die goedkoper is dan een zak appels.
Natuurlijk, de mensen kibbelen er. Dat is normaal.
Ze roepen dingen naar elkaar en kijken op de kalender hoeveel dagen het nog duurt voordat er weer naar de stembussen gegaan mag worden. Is het al tijd om boos tegen elkaar te gaan doen, of mogen we elkaar nog eventjes op de schouders slaan? Ga jij naar de koning of ga ik naar de koning?

Als ik de ándere kant op kijk is er ook nog wel wat schoonheid te ontdekken.
Kijk, daar staat mijn vrouw en daar mijn moeder en daar mijn neef.
Ze wachten.
Er is mij verteld dat we met alles blij moeten zijn.
Met dat we leven, met dat we niet dood gaan van de honger.
Met dat we daar niet meer zijn, maar hier. Wees blij. En als je dan niet blij bent, dan ga je lekker terug.
Want een mens heeft altijd een keuze, zeggen ze dan, maar dat is niet waar.
Iedereen doet maar wat.
En ondertussen sta ik hier in limbo. Te kijken naar hoe de zon langzaam in grijze veelkleurige dampen wordt gesmoord.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

shisha

VPRO’s Nooit Meer Slapen: Het mes en de jongen

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van woensdagnacht.


***

DE JONGEN
Waar is het mes?
Dat was het laatste dat ik hoorde.
Iemand had gezegd:
Laten we rustig doen.
Doe rustig.
Wacht.
Waar is het mes?
Ik zat daar maar.
Ik kon niks zien. Mijn kleren zaten te strak. Alles was nat.
Ik had die dag een nieuw pak gekocht en meteen in de winkel aangetrokken.
Buiten regende het pijpenstelen.
Ik dacht: hoe beter je er uitziet, hoe beter je alles doet.
Je moet nadenken over die dingen.
Dat dacht ik.
Dat vind ik nog wel het lastigst. Dat ik dat pak stond te passen en dat het buiten begon te regenen en dat er ondertussen mensen waren die hier over nadachten. Over hoe ze dit zouden doen, en voor wie en dat ik dat dan moest zijn.
En ik stond daar in de winkel en ik keek in de spiegel.
Waar is het mes?
Iemand doet zoiets met een reden.
Anders stop je van schrik wel halverwege.
Daarbij heb ik altijd al begrepen hoe dit soort planmatige agressie werkt.
Iemand zei ooit dat je als mens de helft van de tijd bezig bent met uitdenken hoe dingen gaan, maar uiteindelijk gaat het altijd anders dan je had bedacht.
Je vergeet dingen, je maakt een fout, iemand wordt boos.
Die zegt dan: waar is het mes?
Zo gaat dat.

Ze vroegen me ooit waar ik mezelf over tien jaar zou zien.
Toen zei ik:
Ergens op een hoge berg met uitzicht op zee.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

Tandarts1AFP

VPRO’s Nooit Meer Slapen: De horrortandarts

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van dinsdagnacht.


***

MARK VAN N.
Toen ik voor het eerst Château-Chinon kwam binnen gereden werd ik met open armen ontvangen. De fanfare liep nog net niet uit, de kinderen strooiden nog net niet met confetti. Maar ik heb om dit alles nooit om gevraagd, dat vergeet iedereen even voor het gemak.
Op het nieuws zei een journalist dat er al jaren in de wijde omtrek geen tandarts meer te vinden was.
In de wijde omtrek van Château-Chinon.
Een dorpsnaam die al klinkt alsof iedereen er een fietsenrek heeft.
Het was zo erg geweest dat de gemeente een headhunter had ingehuurd om een tandarts te vinden, en via de headhunter ben ik er terecht gekomen.
Kun je nagaan in welke staat ik het daar aantrof.
“Leven als een god in Frankrijk, Markie” zei de headhunter.
Hij had kaasjes meegenomen en een bosje lavendel.
Mijn vrouw had er wel oren naar.
“Joie de vivre, Markie,” zei hij. “Joie de vivre.”
We zijn dat hier in Nederland helemaal niet gewend. In Nederland is het normaal dat je klaagt, in Nederland kijken je patiënten niet tegen je op, zelfs al help je ze van een bruin bouwvallig gebit naar een prodentsmile.
En nu ben ik, op de keper beschouwd, gedegradeerd tot een metafoor voor een stukadoor, die door een malafide aannemer was aangenomen om een totaal verrot gebouw te gaan stuken.
Van Den Haag naar Château-Chinon naar een kille rechtzaal in Nevers.
Joie de vivre, Markie, joie de vivre.
white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

nancy-ron-2-800

VPRO’s Nooit Meer Slapen: Nancy

Deze week schrijf ik elke dag een monoloog aan de hand van de actualiteit, die ik ‘s nachts rond de klok van één uur bij VPRO’s cultuurprogramma Nooit Meer Slapen op Radio 1 voorlees.
Hieronder het verhaal van maandagnacht.

***

NANCY REAGAN
Mijn eerste hoofdrol was die van goede dochter, ook al waren mijn ouders niet in de buurt om dat te zien. Ik woonde in Maryland bij mijn oom en tante, daar hadden mijn ouders me na de scheiding heengebracht. Onderwijl stond mijn moeder zelf op de planken in New York.
Ik heb nooit geklaagd als kind.
De eerste rol waar ik voor betaald werd had geen tekst. Iemand had me een jurk gegeven, schoenen, me het podium opgeduwd en gezegd: Nou Nancy, ga daar maar staan.
En toen mocht ik drie maanden mee op tour.
Maar zwijgen ligt me niet. Nooit gedaan. Je mond houden is iets dat je je alleen maar kunt permitteren als je heel erg mooi bent, dat wist ik toen ook heus wel al.
Pas toen Ronnie kwam kreeg ik de beste rol. Maar alles ging zo snel.
En ik dacht steeds: later.
Later kijken we op alles terug.
Maar dat terugkijken kwam niet.
Tegen het einde greep ik ’s nachts soms onder de lakens zijn hand.
Dan vroeg ik: Weet je nog, Ronnie? Weet je nog die keer in IJsland met de russen, en die tijd met Joan, of toen ik voor je zong?
Maar hij was al verdwenen.
Een lekker warm ronkend diertje naast me in bed, maar uiteindelijk was ik toch helemaal alleen.
Nu ben ik nog de enige die alles van ons tweeën weet.
Ik sta met één voet op het podium.
En ik zwijg.

white_square-outlined1.jpg
Luister hier:

euro

De gloriejaren van het Nationale Songfestival

Geschreven voor het fabuleuze Eurostory.nl.

1996
De glorietijd van het Nationale Songfestival begon wat mij betreft zo’n twintig jaar geleden. Zoals we nu in het Post-Anouk Tijdperk leven, leefden we toen in het Post-Willeke-Alberti-Tijdperk, ook wel het Ineens-Het-Risico-Van-Niet-Meer-Mee-Mogen-Doen-Omdat-We-Zo-Slecht-Zijn Tijdperk genoemd, en het Pre-Balkan Tijdperk. Daarbij stonden we al met één voet in het Iedereen-In-Het-Engels Tijdperk. Echte grote talentenshows op de Nederlandse televisie bestonden nog niet, met uitzondering van de Soundmixshow dan, waar we niet veel verder kwamen dan Marco Borsato die zichzelf met schoensmeer een baard had opgesponst. Eigenlijk waren we in slaap gewiegd door hoe goed alles ging. We leefden in een interbellum, en zoals dat altijd gaat met interbellums: we wisten toen nog niet hoe goed we het hadden. Niemand gaf toe dat we stiekem het liefst op de liedjes van Edsiel, Ruth, Humphrey en Maxime & Franklin dansten. In plaats daarvan stonden we iedere zaterdag verbeten op Nine Inch Nails te headbangen in De Splinter in Venlo.
Je weet niet wat je hebt, totdat je het kwijt bent.
Maar goed.
Het Nationale Songfestival dus, met een vergeetput zo diep dat de forensische recherche tot op de dag van vandaag op zoek is naar de resten van gelegenheidsbandjes die er destijds ingetuimeld zijn. Daarom, vandaag: een ode aan het Nationale Songfestival, en wel in het interbellum van 1997 – 2001.
Geheel synchroon met die tijd loopt het begin van mijn vriendschap met de theatraal-rechtse Matthijs, in ons studentenhuis waarin we deden alsof we Will & Grace waren. Ik, de linkse alto. Maar goed, daarover in 1997 meer.

1996. Maxime en Franklin Brown.
Nee.
Nee wacht.
Laten we nog wat eerder beginnen.
Gewoon omdat het kan.
Tien jaar eerder.
Wat is het lang geleden.
Continue reading…