de-wereld-is-gek-geworden

De wereld is gek geworden

1. Als we over de grens van Duitsland naar Nederland over rijden, is er een controle door de marechaussee. Er zijn drie personenauto’s aangehouden, verder mag iedereen doorrijden.
Uit de drie aangehouden auto’s stappen elf dronken zwarte pieten en een dronken Sinterklaas.

2. Een spichtige magere mevrouw met droogkap-kapsel loopt voorbij in de rijdende trein en schreeuwt geërgerd tegen haar man: “DE TREIN RIJDT GOVVERDOMME ACHTERUUT!”

3. Naast ons in het restaurant zegt een boerenjongen met een zwaar Brabants accent tegen zijn vader of zijn internetdate of zijn oom of iemand anders waarmee het ongemakkelijk praten is: “Ja, nee, een vriendin van me doet ook aan automutilazie.”
Dan is het even stil.
“Maar nie’ heel errig.”
Weer een stilte.
“Ja, ik snij m’n eigen ook wel eens. Maar dat is dan uit lompigheid.

tequila-gif11

Begin de dag met tequila

Begin de dag met tequila. Dan is het randje er een beetje af en doet het niet meteen zo’n zeer.
Spinvis

white-square.jpg

De wereld zag er anders uit toen ik vanochtend vroeg op de fiets naar mijn afspraak fietste. Knalrode eikenbladeren waaiden op, een vuilniswagen toeterde en fietsers haastten zich door de miezer die rondstoof alsof er iemand in een plantenspuit aan het knijpen was. Ik vroeg me af of al die mensen hetzelfde zagen als dat ik zag: dat alles zo anders leek, ook al deed iedereen normaal.
Ik ook, ik deed ook normaal, ik haastte me ook door de miezer.
Even daarvoor had ik in het donker mijn dochter naar het Kinderdagverblijf gedragen.
Gewoon in mijn armen, want het was vandaag geen dag om haar in een kille kinderwagen te leggen.

David van Reybrouck schreef vannacht op zijn Facebookpagina het volgende:
“Hoe vaak gebeurt het dat een mens wakker wordt in een andere wereld? Wat ik sinds juli voorspelde, lijkt waarheid geworden. (…) De tijden die nu aanbreken zijn somber en uiterst zorgwekkend. We bereiken een nieuw tijdperk: dat van de na-naoorlogse wereldorde. Zal Trump zich ontwikkelen als een democratisch verkozen autocraat zoals Erdogan, Orban of Duterte? Zal het Amerikaanse stelsel voldoende checks and balances hebben om zijn onvoorspelbaar politiek gedrag aan grondwettelijke banden te leggen? Of zal hij de rechtsstaat met voeten treden zoals hij tijdens de campagne al schaamteloos aankondigde? Zullen internationale afspraken gerespecteerd worden, zeker met betrekking tot het gebruik van kernwapens?”

Vlak voor ik zwanger werd vond de aanslag op Bataclan plaats en ik weet nog dat ik toen dacht: met zoveel dood in de wereld moeten we juist kinderen gaan maken.
Maar toen ik vanochtend weer met lege armen naar huis liep, dacht ik aan die kleine spruit en dat die nog van niks weet en dat maakte dat ik ineens twijfelde.
Misschien moesten we dat onze kinderen niet aan willen doen?
Doe ik haar iets aan, nu ze bestaat?

white-square.jpg

white-square.jpg

Overigens schreef mijn broer vanochtend ook iets op zijn Facebookpagina:
mijn-broer-is-de-grappigste
Ik hou van mijn broer.

white-square.jpg

white-square.jpg

Eenmaal op mijn afspraak overwogen we de dag met tequila te beginnen.
We deden het niet. We namen koffie en toast met een gekookt ei.
Ik emailde vrienden in Nieuw Zeeland, dat we bij hen willen komen wonen.
Dat we komen emigreren, omdat zij toch alleen maar bergen en schapen hebben daar.
Maar ik wil helemaal niet naar Nieuw Zeeland.
Ik wil hier blijven.
Ik wil dat iedereen elkaar liefheeft.
Ik heb een kinderlijk verlangen dat iedereen elkaar liefheeft.
Mijn moeder is geboren in 1940 en ze zei ooit aan tafel dat ze vond dat mijn broers en ik in zo’n moeilijke wereld moesten opgroeien.
Ik antwoordde toen dat het voor ons gewoon de wereld was.
Niks aan de hand.
Gewoon de wereld.
Het is gewoon de wereld.
Het is altijd gewoon de wereld geweest.

Ik kan zoveel willen.
Uiteindelijk zit ik gewoon een gekookt ei te eten en laat ik iemand met een sloof om een kop koffie voor me maken. Ik weet niks van wanhoop en armoede. Alma weet niks van wanhoop en armoede. Misschien is dat juist het beangstigende en is dat juist waarom het lijkt alsof we afstevenen op dat alles misgaat.

kat-en-vogel

Aan het werk!

1.
Ik zag vandaag tot driemaal toe een jongen in een korte broek over straat lopen terwijl het hoosde. Drie verschillende jongens welteverstaan.

2.
De mevrouw in de rolstoel had een plastic hoes over zichzelf heengetrokken, als een bankstel dat nieuw moest blijven. Ik vroeg me af of ze, qua veiligheid geen ruitenwissers nodig had.

3.
Ik had voor het eerst mijn dochter naar de kinderopvang gebracht en terwijl ik weer in een koffietent zat te werken, zat iedereen om me heen te praten over kinderen. Ik lieg niet. Drie uit drie tafels binnen gehoorsafstand.

4.
Daarna kwamen er twee meisjes naast me zitten. Ik schatte ze een jaar of veertien, maar ze bleken psychologie te studeren en bespraken een casus van een vrouw die meer wilde leren genieten van haar vrije tijd. Meer mindful te worden. Ze adviseerden haar een app en een hond voor een rondje door het bos. Ik word oud. Of juist niet. Ik weet het tegenwoordig ook niet meer.

5.
Een vriendin stuurde me deze tekst:
All the years keep rolling
The decades flying by
But ahh, the days are long

6.
Ik word oud.

normaal

Normaal

“En dan vraag ik me af: wat doet zo iemand nu de hele dag?”
Ik kijk op van de box, waarin mijn dochter naar de mobile met badstoffen konijntjes kijkt.
“Zo iemand als ik?” zeg ik.
“Ja, nee,” zegt vriend K. “Niet zoals jij. Een normáál iemand met een baby. Van die mensen met kinderen.”
Hij maakt tijdens het uitspreken van de woorden “mensen met kinderen” aanhalingstekens met zijn vingers.
Mijn dochter lacht naar het groene konijn.
Het konijn lacht terug.
Maar goed, het konijn lacht altijd.
Het konijn is namelijk altijd vrolijk, net zoals zijn collegae het roze konijn, het blauwe konijn en het oranje konijn.
Niet lachen als in schaterlachen, overigens.
Ze glimlachen gewoon heel erg tevreden.
Het zijn gelukkige konijnen.
Altijd.
De hele dag.
Gelukkig.
“En normaal iemand?” vraag ik. “Wat bedoel je daar nou weer mee?”
Mijn vrienden denken vaak dat ik Alma te leen heb. Dat ik haar over een paar maanden weer teruggeef aan de kosmos. Vriend K. denkt na.
“Ja, wat doe jij nou eigenlijk de hele dag? Een baby slaapt toch om de twee uur? Wat doe je in de uren dat ze slaapt?”
“Als ze slaapt.”
“Slaapt ze niet?”
“Overdag?”
“Overdag ja.”
“Alleen als het bed wiegt of rijdt.”
“En ‘s nachts?”
Je mag nooit zeggen dat je kind goed slaapt. Als je een kind hebt gekregen word je direct in een parallel universum geworpen waarin alles wat je uitspreekt dat goed gaat, binnen vierentwintig uur niet meer goed gaat. En dit is geen grap. Dit is echt waar. Vraag maar na. Ik denk zelfs dat er onderzoek naar is gedaan. Ergens in Amerika, door de NASA, met resusaapjes en gestolen wezenbaby’s. Of zoiets.
Overigens werkt dat gegeven niet omgekeerd evenredig. Als je uitspreekt dat iets slecht gaat, dan blijft het doorgaans op hetzelfde niveau slecht gaan.
De kosmos doet maar wat.
“Tja,” zeg ik.

Toen Alma drie weken oud was dachten we even dat ik een postnatale depressie had, maar de huisarts was niet erg van mijn ontplofte gevoelsleven onder de indruk. Of ik dood wilde? Nee. Of ik Alma iets ergs wilde aandoen? Nee, ook niet. Ze vertelde me dat een groot gedeelte van de nieuwe ouders kampt met neerslachtige gevoelens de eerste maanden na de geboorte. Dat het heel normaal was hoe ik me voelde.
Ik ben normaal, zelfs de huisarts zegt het.
Nu lag het achteraf ook aan de combinatie bovenwoning en hittegolf, en de sloopwerkzaamheden van de verbouwing van het ontzettend gehorige appartement onder ons ontzettende gehorige appartement.
Maar toch verbaast het me dat maar weinig mensen je daarover vertellen als je vraagt hoe het met ze gaat, nu met dat nieuwe kind.
“Hoe gaat het?” vroeg een goeie kennis van me dit weekend.
“Ja, nu gaat het goed,” zei ik. “Maar in de eerste weken vond ik het verschrikkelijk. Echt ver-schrik-ke-lijk.”
Het was even stil.
“Ja, ik vond er eigenlijk ook helemaal niets aan.”
“O, dat wist ik helemaal niet,” zei ik.
“Nee, ik zeg dat eigenlijk niet zo snel.”
Ik ben normaal.
Heus wel.

Precies in die derde week waagde ik me met de kinderwagen de stad in, om te ontkomen aan de herrie en de hitte, aan mezelf en de stilte waarin je wacht tot je nieuwe huisgenoot gaat huilen of juist stopt daarmee.
In een natuurvoedingswinkel reed ik haar rond. Alma sliep. De andere klant in de winkel was een hippe magere moeder met twee uitzinnige zoontjes. Ik schatte de jungskes zo drie en vijf, maar pin me er niet op vast, want ik weet niks van kinderen. Nog niet. Ook dat schijnt te komen.
Hoe dan ook: ik liep daar rond, met een angstige knoop in mijn maag, op zoek naar niets in het bijzonder.
De junskes braken de tent af.
De magere hippe moeder moest er eentje tussen de elektrische schuifdeuren uithalen en een ander van een schap met blikken. Nu ben ik opgehouden om over zulke zaken te oordelen, al deed ik dat vóór het moederschap heel gemakkelijk. Toen ze met haar joelende winkelwagen passeerde beet ze me toe: “Ik zou nog maar genieten als ik jou was. Nu heb je het nog lekker rustig.”
Ze beende fluks door en rekende haar spullen af bij de kassa. Vast quinoa of speltmeel of een andere wassen neus van de afgelopen vijf jaar.
Jo Brand zegt in haar show Barely Live dat ze in haar leven sinds ze moeder is geworden alleen nog maar chagrijnig is en scheldt heel d’n dag. Daar moet ik vaak aan denken.
En ik denk vaak aan die kwaaie mevrouw in de natuurvoedingswinkel.
En of ik zelf ooit zo word.
Misschien ben ik het al.
Heel normaal.

Alma begint te huilen. Vriend K. drinkt zijn koffie op.
“Nu ja, het is een leuk kind, je dochter.”
Hij veegt zijn handen aan zijn broek af en staat op.
“Tijd om te gaan,” zegt hij.
Ik zwaai hem uit bij de deur.
Tja, wat doe ik eigenlijk de hele dag? Wachten tot ze gaat slapen, honger heeft, wakker wordt, lacht, huilt, poept, plast, speelt, naar de gelukkige konijntjes kijkt, huilt, huilt, slaapt, wakker wordt, wakker wordt, wakker wordt, wakker wordt, steeds maar weer wakker wordt.
Dat.

Ik denk niet dat we elkaar nog veel gaan zien, de komende tijd: K. en ik.
Misschien wel nooit meer.
Eigenlijk weet ik niets meer zeker tegenwoordig.
Ja, dat Alma mijn dochter is en dat mijn man mijn man is.
Dat zijn de dingen die ik zeker weet.
Dat iedere dag weer anders is. Dat iedere dag als vanzelf weer begint, het is een wonder, hoe ik mijn hakken ook in het zand zet.

O, wat Jo Brand zei, dat weet ik ook zeker. Dat het enige dat saaier is dan over je kinderen vertellen, het navertellen van dromen is: “Please, could you go through that in more detail? O, you were running through an empty town, were you? How absolutely fucking fascinating.”
How fucking fascinating.

hs_zoolanderalex_08

Orange Mocha Frappuccino

Geschreven voor De Zuiderlingen in Lux, tijdens de Nijmeegse Kunstnacht 2016.

Henry en Francien achter de balie van een koffie-franchise. De zaak is verder helemaal leeg. Ze vervelen zich. Er klinkt klassieke muzak door de speakers.

HENRY
Oké.
Opletten.
Let je op?
Je luistert niet.

FRANCIEN
Ik luister wel.

HENRY
Je kijkt gewoon in je koffie.

FRANCIEN
Henry. Ik kijk altijd in mijn koffie.

HENRY
Dat is waar.
Oké.
Doe je ogen dicht.

FRANCIEN
Hè?

HENRY
Doe je ogen dicht.
Dat is goed voor je.

FRANCIEN
(Zucht.)

HENRY
Heb je ze dicht?

FRANCIEN
Ja.

HENRY
Heb je ze echt dicht?

FRANCIEN
Jahaaaaa.

HENRY
Oké. Stel je voor.
De zaak is groot. Er staan tafeltjes naast het raam, een stuk of tien. En een barretje tegen de achterwand.

FRANCIEN
Dat is gewoon hier, Henry.

HENRY
Ja, dat is het ‘m nou juist.
Doe je ogen weer dicht.
Dan krijg je een orange mocha frappuccino van me.

FRANCIEN
(Zucht.)
Ben je weer zo’n cursus aan het doen?
Hoe heet het? Mindfulness?

HENRY
Ergens op een kantoor, ergens een paar steden verderop, zit onze baas die alleen Vandersteen wel eens heeft gezien. Vandersteen is de bedrijfsleider en ze is geweldig. Ze zou eigenlijk beter staan achter de bar van een bruine kroeg. Ze heeft een rookhuid en ze rochelt de hele dag. Ze lacht graag en veel, maar na elke lachbui volgt een hoestbui. Als we om zeven uur ’s avonds sluiten dan gaat ze naar De Klep. Daar gaat ze in het rookhok zitten, fluitjes drinken en sigaretten roken. Soms gaan we mee, toch Francien?

FRANCIEN
Soms gaan we mee.

HENRY
Maar meestal ga ik naar huis.
De baas van kantoor stuurt af en toe een jongetje met een clipboard. Die praat dan meestal met Vandersteen. Dan gaan ze de zaak door en wijst hij dingen aan, gaat hij met zijn nagel langs randjes en hoekjes en dan maakt hij aantekeningen op zijn clipboard.
We zijn een echte franchise. Vandersteen, jij en ik achter de bar en de Pastinaak maakt de soep, de pasta en de broodjes, boven in de keuken.

FRANCIEN
O, en er komt een schoonheidssalon hier links naast ons. In dat ouwe kantoor van dat vage uitzendbureau. Er hangt een briefje. Cascade gaat het heten.
Cascade.

HENRY
Cascade?

FRANCIEN
Cascade.

HENRY
Wat betekent dat nou weer? Cascade?
Dat alles in elkaar dondert?
Dat als je kop tot op de draad versleten is dat je dan daarheen kan?

FRANCIEN
Een cascade is een stroomversnelling.

HENRY
Ik weet niet wat dat is met die namen van tegenwoordig. Die nieuwe kroeg aan de Markt heet Flinstering. Flinstering! Hoe kom je daar nou bij? Wat is er mis met De Klep? Of ’t Voske? Of, nu we het er toch over hebben: De Grote Markt?

FRANCIEN
Flinstering, ja. Dat was grappig.

HENRY
Kom je starnakel thuis, schreeuwt je vrouw: ‘Waar heb jij gezeten?’
‘In Flinstering!’
Dat klinkt toch niet?

FRANCIEN
Starnakel. Dat is pas een goeie kroegnaam.”

HENRY
Ik ga mijn kind Starnakel noemen.

FRANCIEN
Starnakel! Eten!

Stilte.

HENRY
De Baboe-bakfiets.
Daar kan ik ook niet tegen.
Baboe. Dat klinkt voor kinderen.

FRANCIEN
Dat is ook voor kinderen.

HENRY
Ja, wacht, ik ben nog niet klaar. Voor kinderen en poep.

Stilte.

HENRY
Baboe.
Baaaaboe.

Stilte.

FRANCIEN
Nou, krijg ik nog een orange mocha frappuccino van je?

HENRY
Natuurlijk.
Voor jou de wereld, lieve schat.
Voor jou de wereld.

space-ii

Lippenstift en schroevendraaiers

“Mocht je een lippenstift zoals deze zien, dan moet je het zeggen,” zegt de mevrouw van de parfumerie. Ik ben zojuist op hoop van zegen binnengelopen met een slapende dochter in de wandelwagen. Zolang ik met haar wandel slaapt ze, zelfs als ik de wagen over een parcours van metershoge trottoirbanden, bergen gravel of dakpansgewijs gelegde stoeptegels heenrol. Af en toe heeft ze een moro-reflex met haar armpjes, maar ook dan slaapt ze gewoon door. Doorgaans krijgt ze pas na een kwartier door dat ik stilsta, bijvoorbeeld bij een terras waar ik ben gestopt om koffie te drinken met mijn vrienden die volgens mij nog evenveel als ik moeten wennen aan het feit dat ik moeder ben geworden. Dan wordt ze wakker en dan denkt ze: “Wat maak je me nou?”, waarna ze gaat huilen.
Hoe dan ook, ik zal het maar meteen toegeven: ik laat bij de parfumerie mijn wenkbrauwen verven en degene die dat altijd doet is net heel even weg. Ik ben gek op de degene die dat altijd doet. De laatste keer is alweer maanden geleden, toen ik nog een enorme buik had.
“Ze komt zo terug,” zei de mevrouw van de parfumerie. “Ze kan er echt elk moment zijn.”
Ik rol de wandelwagen verder de zaak in. In de wagen drukt Alma slapend haar handje stevig tegen haar neus. Ze is een zak vol reflexen, zo met haar zeven weken oud, maar dit kan geen toeval zijn.
“Ik had die lippenstift vanmorgen opgedaan,” zegt de mevrouw van de parfumerie. “En ergens neergelegd en nou kan ik ‘m nergens meer vinden.”
Ik knik.
“Ik zal eens kijken,” zeg ik.
In de wagen kucht Alma. Daarna duwt ze haar hand weer tegen haar neus.
“Ik heb overal al gezocht,” zegt de mevrouw. Ze loopt voorzichtig achter me aan. Alsof ze eigenlijk wil dat het me niet opvalt dat ze er is, maar dat ze zich niet kan inhouden en wel met me móét praten. Alsof ze al twaalf jaar tegen niemand heeft mogen praten in de zaak, maar vandaag voor het eerst mag.
“Vervelend,” zeg ik.
Dan pas valt me een meneer op, die al append naast een schap met oogschaduw staat.
Ik schrik er een beetje van.
“Misschien is de lippenstift gevallen,” zegt de mevrouw.
Ik wandel verder, de vrouw drentelt achter me aan.
“Ik heb overal al onder gekeken. Niks.”
De man begint te bellen. Hij roept in een taal die ik niet kan thuisbrengen in de hoorn.
“Ja, het was maar een testertje, maar ik vind het zo zonde. Het was ook een hele mooie kleur. Ik heb zelfs al in de prullenbak gekeken. Ook niks. Misschien staat ‘ie ergens bij een ander merk. Ik weet het gewoon niet meer. Ik ben al uren aan het zoeken.”
De man hangt op. Als hij een ouderwetse telefoon had gehad, had hij de hoorn erop gegooid. Bijna meteen na het ophangen loopt er een mevrouwtje binnen. Ze gaat naast de man staan.
“Ja, want ik wil niet zomaar iets kwijt maken hier, dat is natuurlijk niet de bedoeling, als ik iets kwijt maak. Al ben ik heus niet de enige, hoor, die zomaar dingen op de verkeerde plek terugzet. Of laat vallen.”
“Ja, nee,” zeg ik.
Dan rent degene die mijn wenkbrauwen doet de zaak binnen. Meteen begint de vrouw van de appende man tegen haar te praten. Iets met een gezichtsmasker. Of crème. De man kijkt mimiekloos naar zijn vrouw.
“Of de lippenstift is ergens tussen gerold,” zegt de vrouw. “Dat kan natuurlijk ook. Als die dingen eenmaal gaan rollen. Het zijn net schroevendraaiers die uit een ruimteschip zijn gevallen.”
Ergens moet een universum zijn met verloren sokken, haarspeldjes, pennen, lievelingsvesten, klutsen en lippenstiften.
Degene van de wenkbrauwen rent langs, herkent me, kijkt in de kinderwagen waar Alma al haar eerste ontevreden kik heeft gegeven, geeft me drie kussen en rent verder.
“Het duurt nog even,” roept ze.
De man begint weer te bellen.
“Werk je morgen ook?” roep ik haar na.
“Nee!” roept ze. Ze verdwijnt door een deur.
“Het was een soort lila,” zegt de mevrouw die nog achter me blijkt te staan. Ik schrik. Alma begint te huilen.
Dat was de hoop van zegen. Die vervloog, maar daar ruik je niks van in zo’n parfumerie. “Echt heel erg zonde.”
“Ik bel nog wel voor een afspraak,” zeg ik.
“O,” zegt de vrouw teleurgesteld. “Maar ze is vast over een kwartiertje klaar.
Alma zet haar sirene aan.
“Ik ben mijn agenda vergeten,” zeg ik.
Ik maak een u-turn en loop richting de uitgang.
“Oké!” roept de vrouw.
Buiten is het fris en koel.
“Tot ziens!” roept de vrouw vanuit de deuropening. Ze zwaait enthousiast.
Ik adem diep in.
Ik denk aan hoeveel schroevendraaiers er in het heelal niets in het bijzonder lopen te schroeven. Ik denk aan hoeveel baby’s van zeven weken oud er op de hele wereld precies op dit moment ook aan het huilen zijn. En hoe dat zou klinken, als je ze allemaal kon horen.
We wandelen verder.
Alma stopt met huilen.

Op de repeat op de platenspeler is om de anderhalve minuut de naald verzetten.
#HoudenvanAlienLanesvanGuidedbyVoicesomachtuurindeochtend

Poster facebook

Volgende week op De Parade te Rotterdam

We zijn nogal druk met de voorbereidingen voor ons literair-muziek-variété-program op De Parade in Rotterdam (27 t/m 30 juni, met mij) en Utrecht (26 t/m 29 juli met Alma Mathijsen).
Zin in is een cliché, maar nu écht écht waar.
Mede door het liedje dat we hebben gemaakt, dat zo mooi is dat ik het iedere dag stiekem een keer draai.

En verder: denk hele ouwe Franse kroeg, denk Satie en Janis Ian, denk Dennie de barman en een opgezette schildpad en denk aan een tingeltangel-schipperspiano en een traporgel.

Maar goed, wat willen we ook met Lucas de Waard (winnaar Musical Awards 2016 Beste Script), Mike Roelofs (winnaar De Annie M.G. Schmidtprijs 2014), Alma Mathijsen (Schrijver van “De grote goede dingen”, ondeugd én presentator) en Elfie Tromp (genomineerd voor BNG- en Dioraphte Literatuurprijs én Marlène Dietrich-zangeres) aan boord?

white-square.jpg
Gisteren zaten Mike en ik een uurtje bij Rob Keijs op Radio Gelderland en daar speelden we (of ja: Mike) het liedje voor de allereerste keer.
white-square.jpg

Dus komt allen af!
Het wordt gans mooi.
(Lach, traan, gevoelens, emoties!)
Kaartjes kopen kan alhier.